Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6449Zaaknummer C/02/448579 / FA RK 26-2697
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 15 juni 2026
- Publicatiedatum
- 19 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/448579 / FA RK 26-2697
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Toewijzing RM - 6 maanden
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1953 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 december 2026.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2026 door mr. Donders, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 29 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448579 / FA RK 26-2697
Datum uitspraak: 15 juni 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1953 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
verblijvende in een [accommodatie] te [plaats],
advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 27 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon 1], specialist ouderengeneeskunde;
- de heer [persoon 2], zorgadviseur;
- mevrouw [persoon 3], echtgenote van betrokkene;
- [persoon 4], zorgcoördinator.
Tevens was bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar is niet gehoord:
- de schoondochter van betrokkene.
2 Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 27 mei 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging in de [accommodatie] te [plaats].
3 Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
4 De standpunten
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat hij liever naar huis gaat maar als dit niet mogelijk is dan heeft hij er ook vrede mee. Het liefst wil mee verhuizen met zijn vrouw naar het nieuwe appartement. Voorts geeft betrokkene aan dat wat hij deed in de thuissituatie in zijn onderbewustzijn gebeurde en niet expres. Nu betrokkene op een andere afdeling zit gaat het goed en helpt hij de medebewoners met allerlei dingen. In de thuissituatie heeft betrokkene als optie aan zijn vrouw gegeven om apart te gaan slapen maar dat wil zij niet.
De specialist ouderengeneeskunde verklaart dat het de laatste weken goed gaat met betrokkene. Het aanpassen van de medicatie lijkt aan te slaan bij betrokkene. Daarnaast heeft het team een goede ingang gevonden bij betrokkene en is er goed contact. Het liefst wil betrokkene naar huis maar gezien de spannende situatie rondom de verhuizing is het wat betreft de specialist ouderengeneeskunde beter om nog even af te wachten en te kijken wat er gaat gebeuren. In de thuissituatie liggen de grootste problemen bij de nachtzorg en wanneer er sprake is van een nieuwe situatie die betrokkene op dat moment niet overziet.
De zorgadviseur geeft aan dat betrokkene op dit moment op een tijdelijke afdeling verblijft en, mocht betrokkene opgenomen blijven, ernaar gestreefd wordt om betrokkene dichter bij zijn echtgenote te laten verblijven. Betrokkene staat op dit moment op de wachtlijst voor een plek bij de [zorginstelling], hetgeen dichtbij het gezamenlijke appartement is.
De zorgcoördinator geeft aan dat betrokkene het op de afdeling heel goed doet met de structuur en medicatie.
De echtgenote van betrokkene heeft het liefst dat hij naar huis komt en dat er iemand om de zoveel weken langs komt om te kijken hoe het met hem gaat.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek omdat betrokkene de diagnose betwist. Verder ondervindt betrokkene geen ernstig nadeel en geeft hij aan dat er praktische oplossingen voor handen zijn om het eventuele ernstig nadeel weg te nemen, zoals apart slapen. Bovendien geeft betrokkene aan dat wat er nu wordt ingezet niet in verhouding staat. Er zijn vrijwillige alternatieven die minder ingrijpend zijn. Mocht de machtiging toch worden toegewezen dan is het een compliment als betrokkene op deze afdeling mag blijven indien er geen dichtere plek bij zijn vrouw beschikbaar is.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten Lewy body dementie. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang en het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene in toenemende mate fysiek en verbaal agressief is geweest jegens zijn echtgenote en in mindere mate naar zijn kinderen. Betrokkene geeft zelf aan dat hij in zijn slaap erg wild kan zijn en per ongeluk kan uithalen wanneer zijn echtgenote hem probeert tegen te houden. Daarnaast is de echtgenote van betrokkene angstig en slaapt zij slecht ten gevolge van het gedrag van betrokkene. Betrokkene heeft veel waanbeelden en wil weglopen. Er is sprake van veel achterdocht, hij vertrouwt zijn echtgenote niet en heeft het over de Russen om de hoek. Wanneer de echtgenote wegens overbelasting uitvalt kan betrokkene niet voor zichzelf zorgen.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene heeft 24 uur per dag zorg, begeleiding en toezicht in de nabijheid nodig en kan vanwege de agressie niet terugkeren naar de thuissituatie.
Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene verzet zich zowel verbaal als fysiek tegen het verblijf.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht en wil geen interventies om de interactie met zijn echtgenote te verbeteren of te voorkomen. Letsel bij de REM-slaapstoornissen kan deels worden voorkomen door de betten te scheiden, maar dit zal de agressie overdag niet oplossen. De echtgenote durft ook niet op een andere kamer te gaan slapen.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1953 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 december 2026.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2026 door mr. Donders, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 29 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.