Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 15 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6448Zaaknummer C/02/448825 / FA RK 26-2820

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
18 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448825 / FA RK 26-2820
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ZM 6 mnd, opname en beperken bewegingsvrijheid voor max 2 weken

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7 staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 december 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 29 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/448825 / FA RK 26-2820

Datum uitspraak: 15 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1],

thans verblijvende in [accommodatie] te [plaats 2],

advocaat mr. C.E.J.E. Kouijzer uit Middelburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 15 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, mr. Kouijzer;
  • de heer [persoon], behandelaar.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 3 juni 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene geeft tijdens de zitting aan dat hij hoopt dat hij snel naar huis mag omdat hij zich erg verveelt. Op de afdeling helpt betrokkene veel, maar hij wil graag weer gaan werken en een BBL-opleiding tot schilder volgen. Wat er op papier staat, klopt volgens betrokkene niet. Ook wil betrokkene graag dat zijn medicatie wordt afgebouwd.

4.2.

De behandelaar verklaart tijdens de zitting dat de behandeling niet altijd soepel verloopt omdat hij en betrokkene van mening verschillen. De behandelaar is het wel met betrokkene eens dat hij voldoende stabiel is voor een terugkeer naar huis. Voor een terugkeer naar huis is het belangrijk dat de ambulante hulp geregeld is. Dit is nog niet het geval en de behandelaar verwacht hierover snel duidelijkheid te hebben. Het doel is om betrokkene aan het einde van de week met ontslag te kunnen sturen. Behandeling in een vrijwillig ambulant kader is volgens de behandelaar niet mogelijk omdat er bij betrokkene geen sprake is van ziektebesef of -inzicht. Betrokkene werkt momenteel mee en neemt zijn medicatie in maar hij werkt mee vanwege de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel die verleend is.

4.3.

De advocaat van betrokkene bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene herkent zich niet in de stoornis en het ernstig nadeel. Ook geeft betrokkene duidelijk aan dat hij weg wil en geen medicatie meer wil. Betrokkene staat open voor ambulante hulp in een vrijwillig kader. Subsidiair verzoekt de advocaat van betrokkene de duur van de opname te beperken tot twee weken en het beperken van de bewegingsvrijheid af te wijzen.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Bij betrokkene is sprake van paranoïde psychose, psychosociale problemen, middelenmisbruik en mishandeling/misbruik/verwaarlozing in de voorgeschiedenis.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige immateriële schade;

- maatschappelijke teloorgang;

- ernstige verstoorde ontwikkeling;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.4.

De rechtbank neemt hierbij in overweging dat er bij betrokkene sprake is van achterdocht, formele denkstoornissen en verlies van realiteitstoetsing. Volgens betrokkene zou zijn zus hem willen vergiftigen en beschuldigt hij zijn vader van moord op zijn broer, die in werkelijkheid overleden is door suïcide. Ook dreigde betrokkene om moorden te plegen en sliep hij met mes.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Bij betrokkene is geen sprake van ziektebesef of ziekte-inzicht. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid (maximaal 2 weken);

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie (maximaal 2 weken).

5.8.

Nu de behandelaar heeft aangegeven dat het opnemen in een accommodatie en het beperken van de bewegingsvrijheid niet benodigd zijn voor de duur van zes maanden maar veel korter, worden deze vormen van verplichte zorg beperkt tot een duur van twee weken. Dit betekent dat deze vormen van verplichte zorg gelden tot en met 29 juni 2026.

5.9.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7 staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 december 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. Willemsen, griffier en op schrift gesteld op 29 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.