Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6341Zaaknummer BRE 25/3605

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10 juli 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
BRE 25/3605
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Procesbelang

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. T.J. Janzing, griffier, op 10 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierRechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Fytoca B.V., uit Eindhoven, eiseres
  2. De burgemeester van de gemeente Tilburg, de burgemeester.
  3. Samenvatting
  4. Procesverloop
  5. Beoordeling door de rechtbank
  6. Conclusie en gevolgen
  7. Beslissing
  8. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Breda

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/3605

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2026 in de zaak tussen

Fytoca B.V., uit Eindhoven, eiseres

(gemachtigde: mr. G.J.S. Pannekoek),

en

De burgemeester van de gemeente Tilburg, de burgemeester.

Samenvatting

1. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak het beroep van eiseres tegen de beslissing op bezwaar van 10 juni 2025, waarbij de burgemeester het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk heeft verklaard.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiseres niet-ontvankelijk is. Eiseres heeft namelijk geen procesbelang. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Procesverloop

2. De burgemeester is op 1 december 2022 een procedure gestart voor de vestiging van twee nieuwe coffeeshops in [plaats]. Deze procedure staat beschreven in paragraaf 6 van het Coffeeshopbeleid [plaats] 2020, gewijzigd in oktober 2022 (de Beleidsregels).

2.1.

In navolging daarvan en conform de procedure heeft eiseres op 15 januari 2023 zijn belangstelling voor de vestiging van een nieuwe coffeeshop in [plaats] kenbaar gemaakt door een drietal adviesverzoeken in te dienen. Een van deze adviesverzoeken ziet op de [adres] in [plaats].

2.2.

Op 30 januari 2024 heeft de burgemeester eiseres op basis van een loting uitgenodigd voor het doen van een aanvraag voor een exploitatievergunning voor de [adres] in [plaats].

2.3.

Bij brief van 20 februari 2024 liet de burgemeester eiseres weten dat hij heeft besloten de procedure om het aantal coffeeshops in [plaats] met twee uit te breiden voortijdig te beëindigen (brief 1). Daarbij heeft de burgemeester in een tweede brief van 20 februari 2024 de uitnodiging tot het doen van een exploitatievergunningaanvraag ingetrokken (brief 2).

2.4.

Op 12 maart 2024 heeft eiseres de exploitatievergunning alsnog aangevraagd.

2.5.

Eiseres heeft tegen beide brieven van 20 februari 2024 bezwaar gemaakt.

2.6.

De burgemeester heeft in de beslissing op bezwaar van 10 juni 2025 het bezwaar, overeenkomstig het advies van de commissie voor de bezwaarschriften, niet-ontvankelijk verklaard (het bestreden besluit). De brieven van 20 februari 2024 zijn volgens de burgemeester namelijk niet aan te merken als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

2.7.

Eiseres heeft hier op 21 juli 2025 beroep tegen ingesteld.

2.8.

De burgemeester heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

2.9.

De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben namens eiseres [vertegenwoordiger] en de gemachtigde deelgenomen. Namens de burgemeester waren mr. Z. Tuğran en mr. F.M. van Zoest en [gemachtigde] aanwezig.

2.10.

De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak verlengd.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiseres procesbelang heeft bij een beoordeling van dit beroep.

3.1.

Uit vaste rechtspraak volgt dat pas sprake is van procesbelang als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift met het instellen van beroep nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.

3.2.

De rechtbank is van oordeel dat eiseres geen procesbelang heeft. De rechtbank stelt namelijk vast dat eiseres op 12 maart 2024, ondanks de ingetrokken uitnodiging tot het doen van een exploitatievergunningaanvraag (brief 2), een exploitatievergunning heeft aangevraagd ten behoeve van het vestigen van een coffeeshop op de [adres] in [plaats]. Daarmee heeft eiseres een concrete aanvraag ingediend die beoordeeld is en waartegen de rechtsmiddelen bezwaar en beroep openstaan. De betreffende aanvraag is geweigerd en eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen die weigering. Eiseres heeft daarmee de vraag of zij recht heeft op een exploitatievergunning voor de door haar gewenste coffeeshop voorleggen aan de rechter en heeft daartoe ook stappen gezet. Er is dan ook geen belang meer bij beoordeling van de vraag of de brieven 1 en 2 besluiten zijn als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb.

Conclusie en gevolgen

4. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat eiseres geen procesbelang heeft. De rechtbank verklaart daarom het beroep niet-ontvankelijk. Voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. T.J. Janzing, griffier, op 10 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierRechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.