Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6327Zaaknummer C/02/449000 / FA RK 26-2904

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/449000 / FA RK 26-2904
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Rekestprocedure
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voortzetting inbewaringstelling

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1936 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 juli 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 26 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/449000 / FA RK 26-2904

Datum uitspraak: 12 juni 2026

Beschikking voortzetting inbewaringstelling

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1936 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1],

advocaat mr. S. van de Voorde uit Middelburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1], specialist ouderengeneeskunde;
  • mevrouw [persoon 2], verpleegkundige;
  • de heer [persoon 3], zoon van betrokkene;
  • mevrouw [persoon 3], de schoondochter van betrokkene.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [plaats 2], [verpleeghuis]. De burgemeester van de gemeente Goes heeft de inbewaringstelling op 8 juni 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene stelt dat het slecht met haar gaat. Ze heeft pijn in haar rug en wil naar huis, maar weet niet welk huis ze daarmee bedoelt. Alles wat er over haar wordt gezegd, klopt niet.

4.2.

De advocaat stelt dat het de afgelopen week erg verwarrend is geweest voor betrokkene. Ze is bij [accommodatie 1] geweest, heeft in het ziekenhuis gelegen en uiteindelijk is ze bij [plaats 2] terecht gekomen. Betrokkene wil naar huis en daarom wordt verzocht het verzoek af te wijzen.

4.3.

De specialist ouderengeneeskunde stelt dat betrokkene bekend is met dementie. Momenteel krijgt ze Haldol en Lorazepam. Het is niet mogelijk om betrokkene terug naar huis te laten gaan gezien de incidenten die hebben plaatsgevonden. Er is zowel verbaal als fysiek een enorme onrust bij betrokkene te zien. Ook kan ze agressief zijn. De zorg die ze binnen [plaats 2] aangeboden krijgt, heeft ze nodig. Dit kan haar niet in de thuissituatie worden geboden. Echter wil betrokkene niet vrijwillig worden opgenomen.

4.4.

De verpleegkundige stelt dat betrokkene af en toe boosheid laat zien, omdat ze terug naar huis wil.

4.5.

De zoon van betrokkene stelt dat betrokkene, voordat ze in de [accommodatie 2] terecht kwam, in een appartement in [plaats 3] heeft gewoond. Echter verliep dit niet goed.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige verwaarlozing.

5.3.

Betrokkene staat weigerachtig ten aanzien van zorg, maar is niet meer in staat om adequaat voor zichzelf te zorgen. Ze is volledig afhankelijk bij algemeen dagelijkse levensverrichtingen. Daarnaast is ze beperkt mobiel, waardoor er in de afgelopen periode meerdere valincidenten hebben plaatsgevonden en er sprake is van een verhoogd valrisico. Ook is er sprake van probleemgedrag bij dementie, hetgeen zich uit in verbale en fysieke agressie als onderdeel van impulsieve acting-out. Dit probleemgedrag heeft tot een incident met het zorgpersoneel geleid en vormt zodanig een veiligheidsrisico voor betrokkene en haar omgeving. Actueel presenteert betrokkene zich met geheugen- en inprentingsstoornissen, wisselend decorum en impulsbeheersing waarbij een snelle omslag van de stemming naar dysforie wordt waargenomen.

5.4.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk vasculaire dementie.

5.5.

Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.

5.6.

Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene is door haar psychogeriatrische aandoening gebaat bij 24-uurszorg in de nabijheid met begeleiding en toezicht in een professionele setting. Betrokkene heeft behoefte aan ongeplande zorg, aangezien er sprake is van een verhoogd valrisico en het probleemgedrag van betrokkene een veiligheidsrisico vormt voor haarzelf en haar omgeving. In een psychogeriatrische setting kan aan betrokkene ondersteuning bij algemeen dagelijkse levensverrichtingen worden geboden en is de juiste expertise aanwezig om met het probleemgedrag van betrokkene om te kunnen gaan. Betrokkene verzet zich hiertegen. Ze heeft geen ziektebesef en -inzicht. Ze lijkt van slag te zijn en niet goed te begrijpen waarom ze in de accommodatie verblijft. Ze maakte kenbaar niet in de accommodatie te willen blijven en vroeg aan de zorg waarom ze opgesloten zit. Betrokkene was bovendien geagiteerd.

5.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene stelt zich niet bereidwillig op ten aanzien van het opschalen van zorg in een ambulant kader.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1936 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 juli 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 26 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.