Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6322Zaaknummer C/02/449012 / FA RK 26-2912

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/449012 / FA RK 26-2912
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

VCM

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.5. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 juli 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 26 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/449012 / FA RK 26-2912

Datum uitspraak: 12 juni 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1],

advocaat mr. Ph. van Kampen uit Goes.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 10 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1], psychiater.

Ook aanwezig, maar niet gehoord zijn:

  • de heer [persoon 2], begeleider;
  • de [persoon 3], begeleider.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie]. De burgemeester van de gemeente Goes heeft de crisismaatregel op 9 juni 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene stelt dat het goed met hem gaat, maar dat hij te veel gesedeerd is. Hij was op vakantie in [plaats 2] en kon niet meer bij zijn geld door de ASN bank. Vanwege geldgebrek had hij geen slaapplek en sliep hij in zijn auto. Hij heeft gedreigd met suïcide, maar dat deed hij alleen om een slaapplek te krijgen. Binnen [accommodatie] zeggen ze dat betrokkene bipolair is, maar dat is hij niet. Hij heeft waarschijnlijk ADHD. Ook in [plaats 3], waar betrokkene vandaan komt en in behandeling is, denken ze niet dat hij een bipolaire stoornis heeft. Betrokkene wil niet blijven en vindt het onzin dat er een verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel is gedaan.

4.2.

De advocaat stelt dat betrokkene wel iets van ziektebesef heeft. Hij heeft geprobeerd om een behandelrelatie aan te gaan, maar kennelijk is dit niet goed verlopen en is hij met een crisismaatregel opgenomen. Als het verzoek wordt toegewezen, moet dit voor een zo kort mogelijke periode met zo min mogelijk verplichte zorgvormen. Betrokkene wil graag weer terug naar [plaats 4].

4.3.

De psychiater stelt dat betrokkene met een manisch psychotisch beeld binnen is gekomen. Ook was hij boos en geagiteerd, waardoor de medicatie uiteindelijk onder dwang moest worden toegediend. Betrokkene krijgt Olanzapine en Lorazepam. De Lorazepam is inmiddels gehalveerd. Echter is er tot op heden een manisch psychotisch beeld te zien en er is sprake van oordeels- en kritiekstoornissen. Betrokkene denkt dat hij in de toekomst kan kijken en hij wil geen zorg, omdat hij denkt dat hij alleen ADHD heeft. Er loopt een aanvraag voor een zorgmachtiging, maar deze kan niet worden afgewacht. Er is nog steeds sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel; er is sprake van agressie, suïcidaliteit en maatschappelijke teloorgang. Het verzoek moet dan ook worden toegewezen. Voor wat betreft de vormen van verplichte zorg, zijn alleen de vormen het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles, het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie noodzakelijk. De overige vormen kunnen worden afgewezen. Uiteindelijk zal betrokkene teruggaan naar zijn eigen regio.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige verwaarlozing;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.3.

Betrokkene is in beeld gekomen, omdat hij naar eigen zeggen op vakantie is in [plaats 2] en al een week in zijn auto sliep. Hij heeft uiteindelijk met een klapmes gezwaaid op het terrein van de huisartsenpost. Hij gaf aan dat hij suïcide zou plegen, maar bij doorvraag meldde hij dat hij geen contact meer heeft met zijn naasten, dat hij gedoe heeft met zijn uitkering en in financiële nood zit. Er is sprake van versneld verhoogd associatief denken met achterdochtige inhoud, van de hak op de tak praten en van gestoorde impulscontrole.

5.3.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk bipolaire-stemmingsstoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.

5.4.

Er is een zorgmachtiging aangevraagd, maar de crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

5.5.

De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- opnemen in een accommodatie.

5.6.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de psychiater tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

5.7.

Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene geeft aan zorg te willen, maar alleen op zijn wensen die niet doelmatig/efficiënt zijn om huidige episode te behandelen.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1969 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.5. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 juli 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026 door mr. Borm, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 26 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.