Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6302Zaaknummer C/02/448774 / FA RK 26-2794

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448774 / FA RK 26-2794
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Beschikking rechterlijke machtiging

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1940 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 december 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026 door mr. Tempel, rechter, in aanwezigheid van Oonincx, griffier en op schrift gesteld op 24 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Het verzoek
  3. 3 De standpunten
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448774 / FA RK 26-2794

Datum uitspraak: 12 juni 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1940 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonende aan de [adres 1],

thans verblijvend in de [accommodatie], [kamer], [adres 2],

advocaat mr. B.I. van Vugth uit Roosendaal.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 2 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 juni 2026 in de hierboven genoemde accommodatie. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1], specialist ouderengeneeskunde;

Tevens is aanwezig de heer [persoon 2], huisarts in opleiding. Hij is echter niet gehoord.

2 Het verzoek

2.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

3 De standpunten

3.1.

Betrokkene brengt naar voren dat zij al een tijdje in het hospice verblijft, maar dat zij niet opgenomen wil worden in een verzorgingshuis. Als zij wordt opgenomen in een verzorgingshuis, zal zij zelfmoord plegen. Betrokkene bekent dat zij een tijdje verward is geweest, maar het klopt niet dat zij veel is afgevallen. In de thuissituatie doet betrokkene alle huishoudelijke taken zelf. Betrokkene mankeert niets en kan terug naar haar eigen woning. Betrokkene heeft geen medicatie.

3.2.

De specialist ouderengeneeskunde verklaart dat het betrokkene enorm wordt gegund om naar huis te gaan, maar het ontbreekt haar onder andere aan zelfzorg. In de thuissituatie accepteerde betrokkene geen hulp, nam zij haar medicatie niet en belde zij meermaals uit paniek naar 112. Tevens was er niet voldoende zicht op het alcoholgebruik. De hulpverlening vond regelmatig lege alcoholflessen op het aanrecht. In de eigen woning is betrokkene gevallen en lukte het haar niet om hulp in te schaken. Daarnaast heeft zij brandgevaar veroorzaakt door te roken in bed. Betrokkene is in het hospice gekomen, nadat zij enorm was verzwakt, veel was afgevallen en heel veel pijn aan haar heup ervaarde. Zij was er zodanig slecht aan toe, dat de verwachting was dat zij zou komen te overlijden. Gelukkig is betrokkene opgeknapt. Dit betekent ook dat zij niet meer in het hospice kan blijven. Sinds het afbouwen van de pijnstilling gaat het wat beter met betrokkene, maar wordt ook gezien dat zij boosheid toont tegen het verblijf in het hospice. Betrokkene heeft hulp nodig bij haar stoma, het medicatiegebruik en de inname van voedsel. Er is sprake van weerstand en agitatie waardoor het de verwachting is dat de mantelzorg de situatie niet kan handhaven als betrokkene terug naar haar eigen woning mag. In 2020 heeft de huisarts de diagnose lichte dementie gesteld. Dit alles maakt een terugkeer naar huis niet mogelijk.

3.3.

De advocaat voert aan dat zij namens betrokkene verzoekt om afwijzing van het verzoek. Betrokkene is van mening dat zij geen hulp nodig heeft en voor zichzelf kan zorgen in haar eigen woning.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

4.2.

Uit de stukken en wat is toegelicht tijdens de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening; dementie. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring en de verklaring van de behandelaar. Daar komt bij dat de dementie al in 2020 is vastgesteld en dat deze progressieve aandoening in de loop van de afgelopen zes jaar zal zijn verslechterd.

4.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

4.4.

De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat betrokkene geagiteerd, boos en rusteloos is. Ook ontbreekt het betrokkene aan initiatief en is zij achterdochtig. Tevens kampt betrokkene met angst en paniek. Zij valt in herhaling en is gedesoriënteerd. In de thuissituatie heeft betrokkene brandgevaar veroorzaakt door te roken in bed. In geval van nood lukt het betrokkene niet meer om hulp in te schakelen. De mantelzorg is overbelast geraakt. Zij doet een overmatig beroep op de mantelzorgers, maar ook op de nooddiensten, via 112.

4.5.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene laat meermaals duidelijk weten dat zij terug naar haar eigen woning wil. Ook benoemt zij hierbij dat zij zelfmoord zal plegen als zij in een verpleeghuis wordt opgenomen. In de thuissituatie weigerde betrokkene hulpverlening. Nu geeft zij aan dat zij geen hulp had thuis en dit ook niet nodig heeft. Zij ontkent zelfs dat zij in ernstig verzwakte en vermagerde toestand was geraakt. Het is dan ook de verwachting dat betrokkene momenteel geen thuiszorg zal accepteren of binnen laten.

4.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft 24-uurs zorg en ondersteuning nodig die in de thuissituatie niet kan worden geboden.

4.7.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1940 in [geboorteplaats];

5.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 december 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026 door mr. Tempel, rechter, in aanwezigheid van Oonincx, griffier en op schrift gesteld op 24 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.