Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6301Zaaknummer C/02/448716 / FA RK 26-2773

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448716 / FA RK 26-2773
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

wvggz

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 juni 2028.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026 door mr. Tempel, rechter, in aanwezigheid van Oonincx, griffier en op schrift gesteld op 24 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448716 / FA RK 26-2773

Datum uitspraak: 12 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheid (Wvvgz) voor:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonende bij [accommodatie], [adres],

advocaat mr. C.J.M. Veth uit Rijen.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 1 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 12 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • de advocaat van betrokkene;
  • mevrouw [persoon 1], psychiatrisch verpleegkundige.

Tevens is aanwezig mevrouw [persoon 2], traject regisseur. Zij is echter niet gehoord.

1.3.

De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. Betrokkene was niet in de ruimte bij de aanvang van de mondelinge behandeling. De rechtbank is naar betrokkene toe gegaan, waarbij hij meerdere keren en uitdrukkelijk aan de rechtbank heeft niet bij de mondelinge behandeling aanwezig te willen zijn, onder meer met de woorden; ‘jullie doen toch wel wat jullie willen, kankerzooi’. De rechtbank heeft de mondelinge behandeling buiten de aanwezigheid van betrokkene voortgezet. De advocaat heeft namens betrokkene een standpunt ingenomen.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft een machtiging verleend tot en met 5 augustus 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twee jaar.

4 De standpunten

4.1.

De psychiatrisch verpleegkundige voert aan dat het toestandsbeeld van betrokkene in de afgelopen jaren niet is veranderd. Het is ernstig met betrokkene gesteld. Betrokkene krijgt al jarenlang depotmedicatie toegediend, omdat hij geen medicatie wil accepteren. Ook wil hij niet stoppen met middelengebruik en wil hij geen behandeling voor PTSS. Daarnaast wil betrokkene geen fysiotherapie aanvaarden in verband met het herstellen van een gebroken been. Betrokkene loopt vanuit angst weg. De psychiatrische klachten worden in samenhang gezien met het misbruik wat mogelijk vroeger heeft plaatsgevonden. Betrokkene is opgegroeid in een sekte. In het afgelopen jaar is betrokkene eenmaal als crisismaatregel opgenomen geweest. Ook is betrokkene eenmaal gefixeerd door de politie en heeft hij zijn been gebroken, omdat hij niet wilde meewerken aan de depotmedicatie. Dit gedrag is eerder niet waargenomen bij betrokkene. Gelet op voorgaand incident wordt verzocht om de zorgvorm insluiten toe te voegen aan de zorgmachtiging. Betrokkene accepteert over het algemeen de depotmedicatie als er sprake is van een zorgmachtiging. Een verlenging van de zorgmachtiging voor de duur van twee jaar leidt tot duidelijkheid bij betrokkene.

4.2.

De advocaat voert aan dat hij namens betrokkene verzoekt om afwijzing van het verzoek. Betrokkene is van mening dat hij kampt met PTSS, maar niet met een psychiatrische stoornis. Betrokkene wil geen medicatie. Hij veroorzaakt geen gevaar en ernstig nadeel. Betrokkene wil doodgeschoten worden door een politiekogel. Euthanasie is voor betrokkene geen optie, in verband met angst om in een put gegooid te worden. De zorgvorm insluiten is niet noodzakelijk nu betrokkene zegt aangevallen te zijn door de politie. Tevens blijkt niet uit de medische verklaring dat insluiten noodzakelijk is.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twee jaar. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overlegde stukken en wat is besproken tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middel gerelateerde en verslavingsstoornissen en overige dsm-5 stoornissen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de medische verklaring en de verklaring van de behandelaar.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

5.4.

De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat bij betrokkene sprake is van chronisch psychotische belevingen, die – afhankelijk van het al dan niet gebruiken van antipsychotica en het gebruik van drugs – fluctueren in ernst. Als gevolg hiervan is betrokkene niet in staat om voor zichzelf te zorgen. Tevens is er sprake van achterdocht, angst, agitatie, een verslechtering van zelfzorg en zelfbeschadigingen door met zijn hoofd tegen de muur te slaan. Betrokkene komt regelmatig in conflict met medebewoners en heeft zijn been gebroken na een hardhandig, maar noodzakelijk ingrijpen van de politie.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Er is sprake van wilsonbekwaamheid en een beperkt ziektebesef en inzicht. Betrokkene wenst geen bemoeienis en wil met rust gelaten worden. Hij staat geen (medische) controles toe en wil niet in gesprek met de psychiater. Zonder zorgmachtiging weigert betrokkene zijn medicatie. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. Na de crisisopname, ziet de rechtbank ook aanleiding voor de zorgvorm insluiten.

5.9.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wordt voldaan aan de wettelijke vereisten voor het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene. De zorgmachtiging zal dan ook worden verleend voor de verzochte duur van twee jaar.

5.10.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1981 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 juni 2028.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2026 door mr. Tempel, rechter, in aanwezigheid van Oonincx, griffier en op schrift gesteld op 24 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.