Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6296Zaaknummer C/02/448572 / FA RK 26-2693
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 11 juni 2026
- Publicatiedatum
- 17 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/448572 / FA RK 26-2693
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Zorgmachtiging Wvggz
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats],
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 juni 2027.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 22 juni 2026 |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448572 / FA RK 26-2693
Datum uitspraak: 11 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats],
advocaat mr. Z. Yeral te Roosendaal.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 27 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 juni 2026 te [plaats], [accommodatie]. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [persoon 1], persoonlijk begeleider;
- de heer [persoon 2], psychiater;
- de heer [persoon 3], casemanager FACT,
- de moeder van betrokkene.
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2 Wat vaststaat
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 29 juli 2026.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
4 De standpunten
Betrokkene merkt op dat het momenteel relatief goed met hem gaat. Hij volgt geen opleiding, maar hij onderhoudt wel contact met de gemeente met de bedoeling om aan het werk te gaan. Hij accepteert de hem geboden zorg van het team ambulante zorg omdat hij begrijpt dat hij die nog nodig heeft. Wel heeft hij problemen met het gebruik van de hem voorgeschreven medicatie wegens door hem ervaren vervelende bijwerkingen.
De psychiater brengt naar voren dat hij circa twee jaar bekend is met betrokkene en met zijn ziektebeeld. Bij betrokkene is sprake van psychotische kwetsbaarheid en ADHD in combinatie met middelengebruik. In psychotische toestand heeft betrokkene eerder agressie laten zien naar anderen, waaronder zijn familie en ook gericht op zichzelf. Met de tot dusver geboden ambulante zorg is het toestandsbeeld van betrokkene voldoende gestabiliseerd. Wel blijft de medicatie een punt van discussie. Betrokkene volhardt in zijn wens dat de dosering zal worden verminderd en weet zich daarin gesteund door zijn moeder. Het punt is bereikt dat er aan vermindering van de dosering gewerkt gaat worden. Wel dient dit gecontroleerd bij voorkeur met de mogelijkheid van een kortdurende verplichte klinische opname te geschieden, zij het dat deze verplichte zorgvorm niet als zodanig is gevraagd. Met deze toelichting kan hij achter het verlenen van een zorgmachtiging staan voor het verplicht (kunnen) toedienen van medicatie en voor het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
De persoonlijk begeleider en de casemanager FACT sluiten zich aan bij dat wat door de psychiater naar voren is gebracht.
De moeder van betrokkene merkt op dat zij ziet dat haar zoon positieve stappen maakt en dat hij een behandelaar heeft, die voor hem zijn uiterste best doet. Echter ziet zij ook dat haar zoon last heeft van de bijwerkingen van de hem voorgeschreven medicatie en dat hij daarom wil bereiken dat hij uiteindelijk zonder medicatie verder kan. Zij begrijpt van haar zoon dat hij bereid is om daaraan voorzichtig middels een afbouwplan te gaan werken, waar zij achter kan staan.
De advocaat van betrokkene voert aan dat zijn cliënt laat zien dat hij zich volledig open stelt voor de ambulante zorg en daaraan meewerkt. Dit geldt evenzeer voor de medicatietoediening. Niet aannemelijk is dat dit in de (nabije) toekomst anders zal worden, ondanks dat zijn cliënt sceptisch staat tegenover de medicatie toediening wegens vervelende bijwerkingen die hij daarvan ervaart. Daarbij komt dat in de stukken wordt verwezen naar incidenten waarbij sprake was van ernstig nadeel, die dateren uit een ver verleden. Niet is gebleken dat in de afgelopen periode van 6 maanden zich vergelijkbare voorvallen hebben voorgedaan. Met deze toelichting stelt hij zich namens zijn cliënt primair op het standpunt dat het verzoek disproportioneel is en dient te worden afgewezen. In het geval dat de rechtbank anders mocht oordelen verzoekt hij namens zijn cliënt, bij wijze van subsidiair standpunt, de zorgmachtiging in duur te beperken tot een periode van maximaal zes maanden en het resterende deel van het verzoek af te wijzen.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de bij het verzoek overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen) en middel gerelateerde en verslavingsstoornissen.
Ook is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van zijn stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene wegens psychotische kwetsbaarheid met onderliggend een zorgmachtiging ambulante behandeling van het FACT team ontvangt. Betrokkene accepteert momenteel de hem geboden ambulante zorg en behandeling, zij het dat hij laat blijken vervelende bijwerkingen te ervaren van de hem voorgeschreven medicatie. Zijn behandelaar acht het noodzakelijk dat betrokkene de ambulante zorg, waaronder ook de medicatie, blijft accepteren ter voorkoming van ernstig nadeel, zoals dit zich in het verleden heeft voorgedaan in de vorm van verbale en fysieke agressie naar anderen, waaronder familieleden, zichzelf fysiek beschadigen en het overbelasten van zijn familie.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene nog steeds zorg nodig.
Uit de ter zitting door betrokkene getoonde opstelling is de rechtbank gebleken dat betrokkene ambivalent staat meer specifiek ten opzichte van toediening van de hem voor-geschreven medicatie. Er kan daarom naar het oordeel van de rechtbank niet worden uitgegaan van voldoende bij betrokkene aanwezige intrinsieke motivatie om aan de ter afwending van het hiervóór beschreven ernstig nadeel noodzakelijke zorg consequent mee te (blijven) werken, indien er van vrijwilligheid sprake is. Wel is duidelijk geworden dat er wordt gewerkt aan een afbouwplan betreffende de medicatie dosering. Uit oogpunt van het werken aan (verder) herstel van betrokkene dient dit gecontroleerd te kunnen plaats vinden. Bij elkaar maakt dit dat naar het oordeel van de rechtbank verplichte zorg ook op dit moment nog noodzakelijk is.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Het verzoek van de officier van justitie zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, worden afgewezen omdat naar het oordeel van de rechtbank niet, althans onvoldoende is gesteld en ook niet, althans onvoldoende is gebleken dat die zorgvormen nodig zijn.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van twaalf maanden als verzocht, welke periode de rechtbank passend acht uit oogpunt van de zorg en behandeling, die nog nodig is.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats],
wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 juni 2027.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 22 juni 2026 |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.