Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6288Zaaknummer C/02/448065 / JE RK 26-810
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 11 juni 2026
- Publicatiedatum
- 17 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/448065 / JE RK 26-810
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek verlenging ondertoezichtstelling
5 De beslissing
De kinderrechter:
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026 door mr. Van Gessel, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dongen als griffier, en op schrift gesteld op 19 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448065 / JE RK 26-810
Datum uitspraak: 11 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de gecertificeerde instelling WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de GI,
over
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2015 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige 1],
[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2017 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige 2].
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats],
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende te [woonplaats],
advocaat mr. L.G.P.A. van Putten-van den Heuvel te Oss.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 mei 2026;
- het op 19 mei 2026 van de GI ontvangen evaluatieverslag van De Gezinsmanager.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
Voorts waren met toestemming van de kinderrechter als toehoorders aanwezig de partner van de vader en zijn broer.
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] heeft een briefje geschreven. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter voorgelezen wat [minderjarige 1] heeft opgeschreven. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
2 De feiten
De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].
Bij beschikking van 18 juni 2025 heeft de kinderrechter in deze rechtbank [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 18 juni 2025 tot 18 juni 2026.
Bij deze rechtbank is tevens een bodemprocedure aanhangig over de zorgregeling.
In die zaak (met kenmerk C/02/419328 / FA RK 24-790) heeft de rechtbank bij beschikking van 18 juni 2025 bepaald dat de vrouw en de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voorlopig gerechtigd zijn tot een opbouwend, en in eerste instantie begeleid, contact met elkaar onder regie van de GI. De rechtbank heeft de behandeling van de bodemprocedure aangehouden tot 16 juni 2026 pro forma, in afwachting van bericht van de GI en partijen over het verloop van de voorlopige regeling en de wijze waarop die zaak zou moeten worden afgedaan.
3 Het verzoek
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
4 De beoordeling
Ter zitting heeft de GI aangegeven dat er sinds een aantal weken sprake is van positieve ontwikkelingen. Zo zijn de ouders met elkaar in gesprek gegaan en is beperkte omgang tussen enerzijds de moeder en anderzijds [minderjarige 1] en [minderjarige 2] intussen opgestart. De ouders zijn bereid om met behulp van vrijwillige hulpverlening bij De Gezinsmanager de omgang uit te breiden naar een co-ouderschapsregeling. De GI heeft er vertrouwen in dat de ouders in staat zullen zijn om aan deze positieve ontwikkelingen een blijvend vervolg te geven. Het verplichte kader van een ondertoezichtstelling werkt verstorend. De GI heeft om deze redenen ter zitting haar verzoek ingetrokken.
De ouders hebben ter zitting de positieve ontwikkelingen onderschreven en stemmen blij in met intrekking van het verzoek.
Nu de GI ter zitting haar verzoek heeft ingetrokken, brengt dat met zich dat het verzoek behoort te worden afgewezen.
5 De beslissing
De kinderrechter:
wijst het verzoek af.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026 door mr. Van Gessel, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dongen als griffier, en op schrift gesteld op 19 juni 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.