Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6286Zaaknummer C/02/448631 / FA RK 26-2726
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 11 juni 2026
- Publicatiedatum
- 17 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/448631 / FA RK 26-2726
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Zorgmachtiging Wvggz
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats],
wat inhoudt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in alinea 5.6 kunnen worden toegepast:
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 december 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 22 juni 2026.. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448631 / FA RK 26-2726
Datum uitspraak: 11 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats 1],
verblijvende te [plaats 2] – [accommodatie],
advocaat mr. G.H.M. van Laarhoven uit Tilburg.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [persoon 1], GZ psycholoog;
- mevrouw [persoon 2], psychiater in opleiding;
- mevrouw [persoon 3], psychiater ambulant team via een beeldbelverbinding.
De officier is zoals hij reeds aangaf in zijn verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord.
2 Wat vaststaat
De rechtbank heeft een machtiging tot voortzetting crisismaatregel verleend tot en met 28 mei 2026. Betrokkene verblijft met deze machtiging bij [accommodatie].
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden voor de navolgende zorgvormen:
- het toedienen van vocht en voeding;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
4 De standpunten
Betrokkene merkt op dat zij last heeft van momenten, waarop sprake is van intrusieve en daarnaast suïcidale gedachtes. Zij raakt op die momenten volledig uit het contact, waardoor zij niet langer in staat is (behandel)afspraken te maken en deze na te komen. Er is haar medicatie voorgeschreven, te weten aanvankelijk Abilify en meer recent Olanzapine. Zij kan daar niet achter staan, temeer omdat zij merkt dat de eerdere en ook de huidige medicatie geen enkel effect heeft. Ook ziet zij geen heil in voortgezette klinische zorg. Daarbij speelt een belangrijke rol dat zij door de opname al langere tijd van huis is en zij in geval van een ontslag, ondanks haar toestand, dan toch in het gezelschap van haar kinderen is.
De psychiater in opleiding brengt naar voren dat betrokkene kampt met traumaklachten, persoonlijkheidsproblematiek, een bipolaire stoornis, chronische suïcidaliteit, sterke spannings- en emotieregulatieproblemen en een functionele neurologische stoornis. Betrokkene was aanvankelijk vrijwillig in behandeling, welke behandeling wegens acuut toenemende suïcidaliteit is over gegaan naar verplichte klinische zorg. Betrokkene krijgt die zorg momenteel in de vorm van medicatie, die wordt toegediend om haar te beschermen tegen plotselinge suïcidale acties en ter onderdrukking/behandeling van manische gedachtes. Aangezien er recent een medicatie switch heeft plaats gevonden dient nog te worden afgewacht wat daarvan het resultaat zal zijn. Met deze toelichting kan zij achter een zorgmachtiging staan voor het verplicht (kunnen) toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles, het beperken van de bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie. Over de te verwachten duur waarvoor verplichte klinische zorg noodzakelijk zal zijn kan zij op dit moment geen uitspraak doen. Dit is afhankelijk van het effect van de klinische behandeling en daarmee samenhangend de mogelijkheden om aan vrijheden te werken.
De psychiater en de psychiater ambulant team sluiten zich aan bij dat wat door de psychiater in opleiding naar voren is gebracht. Aanvullend merkt de psychiater op dat betrokkene kampt met complexe problematiek en dit maakt dat naast het werken aan stabilisatie de klinische behandeling ook als functie heeft betrokkene te beschermen, rekening houdend met de levensbedreigende risico’s die zij loopt. Omdat dit bij elkaar de situatie voor betrokkene niet minder verdrietig maakt wordt intussen ook geprobeerd haar verblijf in de GGZ instelling waar mogelijk zo acceptabel mogelijk te maken. Op de vraag van de advocaat waarom de zorgmachtiging is gevraagd voor een periode van zes maanden en niet voor een kortere periode antwoordt zij dat de klinische opname op dit moment is gericht op bescherming en daarnaast het zo veilig en verantwoord (kunnen) werken aan stabilisatie en naar een terugkeer van betrokkene naar huis. In die zin ziet het (kunnen) beschikken over de mogelijkheid van klinische opname op dit moment niet direct op de behandeling van haar chronische suïcidaliteit, maar is het wel van belang dat die mogelijkheid voorhanden is zodra betrokkene weer thuis woont met ambulante zorg en er zich een nieuwe terugval mocht voordoen.
De psychiater ambulant team merkt aanvullend op dat de huidige voorgeschreven medicatie Olanzapine met name dient ter stabilisatie van de stemmingen van betrokkene en dat, indien zij die medicatie blijft gebruiken, die mogelijk ook een zodanig rustgevend effect kan hebben, dat betrokkene daardoor beter gaat slapen. Op de vraag van de advocaat of strikt genomen de noodzaak aanwezig is voor het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, bij wijze van verplichte zorg, antwoordt zij dat zij positieve ervaringen heeft met betrokkene voor wat betreft het nakomen van (gespreks)afspraken met de ambulante zorg, zij het dat wel de medicatie een steeds terugkerend discussiepunt is gebleken.
De advocaat van betrokkene voert aan dat hij op grond van de inhoud van de stukken, waaronder de medische verklaring en het verhandelde ter zitting geen verweer wenst te voeren tegen het gestelde voor wat betreft de psychische stoornis en het daardoor veroorzaakt ernstig nadeel ten aanzien van zijn cliënt. Afgezien daarvan plaatst hij vraagtekens bij de doelmatigheid en de effectiviteit van de geboden klinische zorg, waaronder ook de voorgeschreven medicatie, nadrukkelijk rekening houdend met de verhoudingsgewijs omvangrijke periode van zes maanden, waarvoor de zorgmachtiging wordt gevraagd. De behandeling is momenteel gericht op het stabiliseren van de manische gedachtes van zijn cliënt. Gelet op het actuele toestandsbeeld van zijn cliënt zal dit binnen zeer afzienbare tijd zijn bereikt en kan vervolgens worden teruggevallen op de ambulante zorg, die gericht is op de behandeling van haar chronische suïcidaliteit. Gebleken is dat zijn cliënt daaraan meewerkt. Dit bij elkaar maakt dat er in zijn visie sprake is van contra-indicaties ten aanzien van langdurige klinische zorg. Met deze toelichting stelt hij zich namens zijn cliënt primair op het standpunt dat het verzoek dient te worden afgewezen. In het geval dat de rechtbank anders mocht oordelen verzoekt hij - bij wijze van subsidiair standpunt - de zorgmachtiging ten minste voor wat betreft de mogelijkheid van een klinische opname in duur te beperken tot een periode van maximaal zes weken en waarbij na die periode er uitsluitend in geval van acute decompensatie over een klinische opnamemogelijkheid wordt beschikt telkens voor de duur van maximaal drie weken per keer. Ook dient in dat geval het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, bestaande uit het (blijven) accepteren van ambulante zorg, te worden afgewezen, nu zijn cliënt heeft laten zien daaraan consequent mee te werken.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de bij het verzoek overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van bipolaire-stemmingsstoornissen, persoonlijkheidsstoornissen, overige DSM-5 stoornissen en andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn.
Ook is naar het oordeel van de rechtbank gebleken dat het gedrag van betrokkene als gevolg van haar stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat een combinatie van stoornissen en trauma- spannings- en emotieregulatie problemen er voor zorgen dat betrokkene het risico loopt op uitputting wegens niet of nauwelijks slapen. Betrokkene heeft bovendien meerdere serieuze pogingen ondernomen om zichzelf van het leven te beroven, waarover zij aangaf dat zij door intrusieve opdrachten werd gestuurd. Aangenomen wordt dat deze factoren en omstandigheden ook grote impact hebben gehad op de thuiswonende ex-partner en kinderen van betrokkene. Betrokkene verblijft op dit moment bij [accommodatie] in het kader van een klinische opname en zorg. Echter heeft die zorg en behandeling volgens haar behandelaar tot dusver nog tot onvoldoende stabilisatie van haar toestandsbeeld geleid. Ook kampt betrokkene nog steeds met aanhoudende slaapproblemen en daarnaast, naar zij zelf heeft aangegeven intrusieve en suïcidale gedachtes.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Betrokkene laat blijken dat zij niet achter het gebruik van de haar eerder en meer recent voorgeschreven medicatie kan staan, omdat zij vindt dat die geen effect heeft en dat zij er de voorkeur aan geeft naar huis terug te keren in plaats van de klinische behandeling voort te zetten. Hieruit concludeert de rechtbank dat het betrokkene ontbreekt aan voldoende intrinsieke motivatie om de zorg, die door haar behandelaren noodzakelijk wordt geacht om verder te stabiliseren, te (blijven) accepteren en daaraan mee te werken indien er van een vrijwillig kader sprake is. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van drie maanden zij het dat na ontslag bij decompensatie de mogelijkheid bestaat voor nogmaals aaneengesloten maximaal drie maanden in de periode van de zorgmachtiging derhalve tot en met 11 december 2026
- opnemen in een accommodatie voor de duur van drie maanden zij het dat na ontslag bij decompensatie de mogelijkheid bestaat voor nogmaals aaneengesloten maximaal drie maanden in de periode van de zorgmachtiging derhalve tot en met 11 december 2026
-.
Het verzoek van de officier van justitie zal, voor zover dat ziet op de overige verzochte zorgvormen, worden afgewezen omdat naar het oordeel van de rechtbank niet, althans onvoldoende is gesteld en ook niet, althans onvoldoende is gebleken dat die zorgvormen nodig zijn.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een zorgmachtiging verlenen voor de duur van 6 maanden, zij het geclausuleerd als hiervóór in alinea 5.6 weergegeven.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1980 in [geboorteplaats],
wat inhoudt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen als genoemd in alinea 5.6 kunnen worden toegepast:
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 11 december 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 22 juni 2026.. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.