Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6282Zaaknummer C/02/448982 / FA RK 26-2893

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
11 juni 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448982 / FA RK 26-2893
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

voortzetting inbewaringstelling Wzd

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor:

[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 juli 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 22 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448982 / FA RK 26-2893

Datum uitspraak: 11 juni 2026

Beschikking voortzetting inbewaringstelling

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonende in [plaats 1],

verblijvende te [plaats 2], [accommodatie], [groep],

waarnemend advocaat mr. F.J. Koningsveld.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 9 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon 1], orthopedagoog;
  • mevrouw [persoon 2], gedragsdeskundige;
  • mevrouw [persoon 3], regiebehandelaar;
  • mevrouw [persoon 4], arts VG;
  • de heer [persoon 5], persoonlijk begeleider;
  • de heer [persoon 6], teamleider;
  • mevrouw [persoon 7], (William Schrikker Jeugdbescherming en Jeugdreclassering),

voogd van betrokkene, via een telefonische verbinding.

Tevens was aanwezig:

- mevrouw [persoon 8], SPV in opleiding.

2 Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [accommodatie] te [plaats 2]. De burgemeester van Breda heeft de inbewaringstelling op 8 juni 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging te verlenen tot voorzetting van de inbewaringstelling.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene merkt op dat hij niet meer terug wil naar de [behandelgroep] sinds er daar brand is gesticht. Hij wil daarom bij [accommodatie] blijven. Ook is hij graag bij zijn vader, die in [plaats 3] woont. Hij volgt de aanwijzingen van zijn begeleider consequent op, ook als dit betekent dat hij mocht besluiten om van het terrein af te gaan en dit hem door zijn begeleider wordt afgeraden.

4.2.

De regiebehandelaar brengt naar voren dat bij betrokkene sprake is van een verstandelijke beperking en overige DSM-5 stoornissen, daarnaast hechtings- en impulsregulatieproblemen en mogelijk een autismespectrumstoornis dan wel ADHD. Betrokkene heeft veel moeite met het overzien van situaties, is niet in staat te reflecteren op zijn eigen gedrag en raakt snel overvraagd. Betrokkene verblijft ingevolge een inbewaring-stelling bij [accommodatie], nadat hij zich op een open [behandelgroep] continu onttrok aan de begeleiding. Betrokkene liet zien veel last te hebben van prikkels en zijn impulsen moeilijk onder controle te kunnen houden. Deze omstandigheden maakten tevens dat hij vaak aanstalten maakte om van de behandelgroep weg te gaan, bedoeld om naar zijn vader af te reizen. Dit terwijl gebleken is dat de situatie bij zijn vader onveilig is voor hemzelf en voor anderen. Betrokkene heeft eerder verbleven in een andere regio op een locatie met een kleinschalige aanpak, die beter bij hem aansloot, waardoor er in verhouding weinig vervelende incidenten waren. Dit betrof echter geen duurzame plek. Gezien wordt, hoewel betrokkene relatief kort bij [accommodatie] verblijft, dat hij zich positief en begeleidbaar opstelt. Echter rekening houdend met de kwetsbaarheid van betrokkene in het maatschappelijke leven voor misbruik door anderen en de risico’s die hij loopt als hij bij zijn vader is, onder meer omdat hij dan met alcohol en andere middelen in aanraking komt, acht zij een verplicht kader noodzakelijk om betrokkene de noodzakelijke zorg en behandeling te kunnen bieden. Zij kan daarom achter het verzoek tot voortzetting van de inbewaringstelling staan.

4.3.

De orthopedagoog, de gedragsdeskundige, de arts VG, de persoonlijk begeleider en de teamleider sluiten zich daarbij aan. De orthopedagoog voegt daaraan toe dat ingeval van een voortgezet verblijf in een vrijwillig kader de kans in belangrijke mate aanwezig is dat betrokkene onvoldoende weerstand zal kunnen bieden aan impulsen om zich aan de structuur en behandeling te onttrekken om bijvoorbeeld naar zijn vader te gaan. In die situaties beschikt de instelling dan over onvoldoende middelen die verplicht kunnen worden ingezet om de veiligheid van betrokkene te waarborgen. De teamleider wijst er op dat nog nader moet worden onderzocht wat betrokkene daadwerkelijk aan zorg, behandeling en structuur nodig heeft en om die reden op dit moment onduidelijk is of [accommodatie] voor betrokkene een passende locatie is en zijn huidige verblijf vooralsnog het karakter van een crisisplek heeft.

4.4.

De voogd van betrokkene merkt op dat, ondanks al wat er tot dusver door [behandelgroep] aan behandeling en ondersteuning is ingezet, er nog steeds grote zorgen zijn over de (gedrags)ontwikkeling en de veiligheid van betrokkene. Zij wil daarom met alle direct betrokkenen, waaronder ook de ouders, werken aan consistente afspraken bedoeld om de veiligheidsrisico’s voor betrokkene zoveel mogelijk te beperken.

4.5.

De advocaat van betrokkene voert aan dat hem uit de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting voldoende is gebleken dat bij zijn cliënt sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en dit wordt veroorzaakt door gedrag van zijn cliënt dat voortvloeit uit een verstandelijke handicap met een psychische stoornis. Echter strekken de actuele gegevens in zijn visie niet tot de overtuiging dat ter afwending van het ernstig nadeel een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling noodzakelijk en geschikt is, nu zijn cliënt laat blijken zich niet te verzetten tegen zijn verblijf bij [accommodatie]. Dit blijkt ook nadrukkelijk uit de opmerking van zijn cliënt dat hij in geen geval terug wil naar [behandelgroep]. Wel kan hij zich indenken dat zijn cliënt daar op enig moment anders over gaat denken, zoals wanneer bij hem de wens om naar zijn vader te gaan de overhand krijgt.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de stukken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige immateriële schade;

- maatschappelijke teloorgang;

- ernstige verstoorde ontwikkeling;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.3.

Daarnaast blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de stukken van het vermoeden dat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een verstandelijke beperking en overige DSM-5 stoornissen.

5.4.

Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat betrokkene aanvankelijk verbleef op een open behandelgroep bij [behandelgroep], waar hij zich aan de behandeling onttrok wegens te hoge prikkelgevoeligheid en onvoldoende impulscontrole, onder meer door de behandelgroep te verlaten en naar zijn vader in [plaats 3] te gaan. Betrokkene is door zijn stoornis(sen) en bijkomende problematiek in het maatschappelijke leven kwetsbaar voor misbruik door anderen. Ook in geval van bezoeken aan zijn vader is hij blootgesteld aan risico’s, waaronder in de vorm van alcohol- en middelengebruik. Betrokkene verblijft momenteel in het kader van een inbewaringstelling bij [accommodatie] in een veilige, structuur biedende omgeving waar er toezicht en begeleiding aanwezig is. Hoewel voorshands wordt gezien dat hij zich daar positief en begeleidbaar opstelt is daarmee niet gezegd dat dit de voor hem meest passende verblijfs- en behandellocatie is. Er dient daarnaar nog nader onderzoek te worden verricht.

5.5.

Hoewel betrokkene heeft aangegeven de aanwijzingen van zijn begeleider - ook in geval van vrijwilligheid - consequent op te zullen volgen, acht de rechtbank de kans reëel aanwezig dat betrokkene op enig moment aan de drang om bijvoorbeeld zijn vader te bezoeken onvoldoende weerstand zal kunnen bieden en hij zich dan aan de zorg en behandeling zal onttrekken. Daarvan uitgaande dient de rechtbank het ervoor te houden dat betrokkene zich verzet tegen een voortzetting van de inbewaringstelling.

5.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

5.7.

Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging verlenen tot voortzetting van de inbewaringstelling voor de duur van 6 weken, als verzocht.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor:

[betrokkene], geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 juli 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026 door mr. Willemsen, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 22 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.