Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6267Zaaknummer C/02/448907 / FA RK 26-2861
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 10 juni 2026
- Publicatiedatum
- 17 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/448907 / FA RK 26-2861
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
VCM
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1950 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 juli 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026 door mr. De Weert, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 24 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448907 / FA RK 26-2861
Datum uitspraak: 10 juni 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1950 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1],
thans verblijvende in een [accommodatie], locatie: [plaats 2],
advocaat mr. J. Nederlof uit Tilburg.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 8 juni 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 juni 2026 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [persoon 1], verpleegkundige;
- [persoon 2], afdelingsarts.
Tevens is tijdens de zitting aanwezig, maar niet gehoord:
- [persoon 3], zaalarts.
2 Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in een [accommodatie]. De burgemeester van Tilburg heeft de crisismaatregel op 5 juni 2026 afgegeven.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4 De standpunten
Betrokkene brengt naar voren dat het niet goed met haar gaat. Zij geeft aan dat de medicatie die zij heeft gekregen haar niet bevalt. Daarnaast stelt betrokkene dat de afdeling en het personeel niet echt zijn. Tot slot geeft zij aan zo spoedig mogelijk naar huis te willen.
De afdelingsarts verklaart dat betrokkene aanvankelijk op vrijwillige basis is opgenomen, omdat het in de thuissituatie niet goed met haar ging. Daarnaast is betrokkene bekend met een depressieve stoornis met psychotische kenmerken. Zij is ervan overtuigd dat zij wordt meegenomen door een criminele bende en dat haar echtgenoot zal worden ontvoerd. Er is geprobeerd om op vrijwillige basis met medicatie te starten, maar dit is niet gelukt. Verder is de echtgenoot in de thuissituatie overbelast geraakt en is betrokkene in haar huidige toestand onvoldoende in staat om voor zichzelf te zorgen. Om die redenen acht de afdelingsarts een voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk.
De verpleegkundige onderschrijft het standpunt van de afdelingsarts.
De advocaat voert aan dat betrokkene niet op de afdeling wil verblijven en het vermoeden van een psychische stoornis betwist. Daarnaast stelt de advocaat dat geen sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en verzoekt hij om afwijzing van het verzoek. Tegelijkertijd erkent de advocaat dat door de afdelingsarts een duidelijke toelichting is gegeven op de huidige situatie. Ten aanzien van het verzet refereert de advocaat zich aan het oordeel van de rechtbank. Voorts merkt de advocaat op dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene sinds enkele maanden is opgenomen in verband met een depressie met psychotische kenmerken. Daarnaast is betrokkene in de overtuiging dat er dingen worden verplaatst en deuren open en dicht gaan. Ook beweert betrokkene dat de afdeling gaat sluiten en dat zij dan wordt ontvoerd door criminelen.
Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk depressieve-stemmingsstoornissen.
De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op het opnemen van de overige
vormen van verplichte zorg afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank,
geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte
zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Uit de stukken en wat er tijdens de zitting is besproken blijkt dat betrokkene verbaal verzet toont. Tijdens de zitting geeft zij meermalen aan naar huis te willen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1950 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.6. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 juli 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026 door mr. De Weert, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 24 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.