Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6266Zaaknummer C/02/448883 / FA RK 26-2848

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10 juni 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448883 / FA RK 26-2848
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

IBS

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 juli 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026 door mr. De Weert, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 24 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448883 / FA RK 26-2848

Datum uitspraak: 10 juni 2026

Beschikking voortzetting inbewaringstelling

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1],

thans verblijvende in een [accommodatie], [afdeling] te [plaats 2],

advocaat mr. B.J. de Bruijn uit Den Haag.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [persoon 1], psychiater (via een beeldverbinding);
  • [persoon 2], casemanager (via een beeldverbinding);
  • [persoon 3], gedragswetenschapper Leger des Heils (via een beeldverbinding).
1.3.

Tevens tijdens de zitting, maar niet gehoord:

  • [persoon 4], begeleidster;
  • Mevr. [persoon 5], verpleegkundig specialist in opleiding.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling bij stichting Amarant. De burgemeester van 's-Gravenhage heeft de inbewaringstelling op 4 juni 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene brengt naar voren dat hij liever op straat leeft dan in een accommodatie verblijft. Daarnaast ontkent hij wateroverlast te hebben veroorzaakt en stelt hij dat geen sprake is van psychische problematiek. Voorts geeft betrokkene aan dat hij goed voor zichzelf kan zorgen.

4.2.

De psychiater verklaart dat betrokkene enkele maanden geleden eveneens is opgenomen op grond van een inbewaringstelling. Volgens de psychiater veroorzaakt betrokkene met name risico’s binnen zijn woonomgeving, onder meer door wateroverlast, kortsluiting en het open laten staan van het gas. Daarnaast lukt het betrokkene niet langer om zelfstandig te werken. Momenteel wordt onderzocht welke vorm van begeleid wonen passend is voor betrokkene. Voorts heeft de woningcorporatie aangegeven de huurovereenkomst niet te verlengen. Deze eindigt op 17 juli 2026.

4.3.

De gedragswetenschapper brengt naar voren dat in de thuissituatie de grenzen van de beschikbare zorg zijn bereikt. Er zijn diverse maatregelen getroffen, waaronder het afsluiten van de watervoorziening, maar deze hebben niet tot een verbetering van de situatie geleid. Daarnaast geeft de gedragswetenschapper aan dat ook de woningcorporatie geen mogelijkheden meer kan bieden om betrokkene verder te ondersteunen.

4.4.

De casemanager onderschrijft het standpunt van de gedragswetenschapper en de psychiater.

4.5.

De advocaat voert aan dat betrokkene ontkent dat sprake is van overlast. Daarnaast stelt de advocaat, indien betrokkene niet meer kan terugkeren naar zijn huidige woning, op korte termijn naar een passend alternatief moet worden gezocht. Voorts is volgens de advocaat geen sprake van verzet bij betrokkene. Om die redenen verzoekt de advocaat om afwijzing van het verzoek.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige materiële schade;

- ernstige financiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.3.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een verstandelijke handicap. Betrokkene heeft namelijk een verstandelijke beperking en een psychotische stoornis NAO. De rechtbank neemt daarbij onder andere in aanmerking dat betrokkene regelmatig wateroverlast veroorzaakt door waterkranen langdurig open te laten staan. Daarnaast laat betrokkene regelmatig het fornuis aanstaan, hetgeen een aanzienlijk brandrisico met zich brengt. Ook laat hij voortdurend de verwarming aanstaan, waardoor hoge energiekosten ontstaan.

5.4.

Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht.

5.5.

Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Betrokkene geeft tijdens de zitting duidelijk aan dat hij liever op straat leeft dan in de instelling.

5.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1971 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 22 juli 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026 door mr. De Weert, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 24 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.