Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6265Zaaknummer C/02/448642 / FA RK 26-2735
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 10 juni 2026
- Publicatiedatum
- 17 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/448642 / FA RK 26-2735
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
RM
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1943 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 juni 2027.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026 door mr. De Weert, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 24 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448642 / FA RK 26-2735
Datum uitspraak: 10 juni 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1943 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 29 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 juni 2026 in de instelling waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [persoon 1], GZ-psycholoog;
- [persoon 2], arts;
- [persoon 3], begeleider.
2 Wat vaststaat
Bij beschikking van deze rechtbank van 15 januari 2026 is ten aanzien van betrokkene een rechterlijke machtiging verleend tot en met 15 juli 2026.
3 Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4 De standpunten
Betrokkene brengt naar voren dat het goed met haar gaat. Zij geeft aan graag terug te willen naar haar vriend en stelt dat zij goed voor zichzelf kan zorgen. Daarnaast geeft betrokkene aan niet te begrijpen wie het verzoek heeft ingediend.
De GZ-psycholoog verklaart dat betrokkene graag terug wil naar huis of naar haar ouders. Zij legt spullen op haar rollator en trekt haar jas aan wanneer haar vriend langskomt, met de wens om met hem mee naar huis te gaan. Daarnaast is betrokkene verkeersonveilig en weet zij niet meer goed waar zij zich bevindt. Verder is de vriend van betrokkene overbelast in de thuissituatie. Hij is 94 jaar en kan de zorg voor betrokkene niet meer dragen. Betrokkene heeft daarom sturing en 24-uurszorg nodig, die in de thuissituatie niet geboden kan worden. Om die reden acht de GZ-psycholoog een verlenging van de rechterlijke machtiging noodzakelijk.
De arts onderschrijft het standpunt van de GZ-psycholoog en voegt daaraan toe dat betrokkene in de thuissituatie geen thuiszorg accepteerde en uitsluitend hulp toeliet van haar vriend.
De begeleider brengt naar voren dat hij betrokkene ondersteunt bij het aankleden en bij het eten en drinken.
De advocaat voert aan dat het beeld van betrokkene wisselend is. Zo geeft betrokkene op het ene moment aan het verblijf op de accommodatie prettig te vinden en te willen blijven, terwijl zij op andere momenten juist aangeeft naar huis te willen. Om die reden acht de advocaat het lastig om namens betrokkene een eenduidig standpunt in te nemen. De advocaat erkent de zorgen, maar acht een rechterlijke machtiging voor de duur van zes maanden voldoende.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Betrokkene heeft namelijk uitgebreide neurocognitieve stoornis ofwel dementie.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Betrokkene is onvoldoende in staat voor zichzelf te zorgen. Zij heeft gedurende de dag ondersteuning en begeleiding nodig bij alle dagelijkse handelingen en activiteiten, omdat betrokkene daar uit zichzelf niet toe komt. Daarnaast is er sprake van loopdrang. Betrokkene put zichzelf uit en loopt voetschade op. Dit doet zij zo excessief dat betrokkene, mede door extreem valgevaar door uitputting, een risico op ernstig lichamelijk letsel oploopt. Naast het risico op verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang, was het beroep op haar 94-jarige vriend zodanig, dat hij ernstig overbelast raakte. Hij kon de zorg voor betrokkene niet meer aan.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Naar het oordeel van de rechtbank is een machtiging tot opname noodzakelijk, omdat betrokkene 24-uurszorg en begeleiding nodig heeft in een veilige woonomgeving. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank overweegt hierbij dat betrokkene niet meer naar huis kan gaan. In de thuissituatie raakt de vriend van betrokkene overbelast en kan geen extra hulp bieden. Betrokkene heeft intensieve zorg nodig die alleen binnen een accommodatie geboden kan worden.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. Zoals verzocht, zal de machtiging worden verleend voor de duur van twaalf maanden. De rechtbank acht dit een redelijk termijn, omdat het dementiële beeld van betrokkene niet zal verbeteren. De rechtbank volgt hierin niet het standpunt van de advocaat.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1943 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 juni 2027.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026 door mr. De Weert, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 24 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.