Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6262Zaaknummer C/02/448551 / FA RK 26-2684
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 10 juni 2026
- Publicatiedatum
- 17 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/448551 / FA RK 26-2684
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
ZM op ZM
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 juni 2027.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026 door mr. De Weert, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 24 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448551 / FA RK 26-2684
Datum uitspraak: 10 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. A.W.M. van de Wouw uit Galder.
De rechtbank merkt als belanghebbende in deze procedure aan:
[de mentor], werkzaam bij [mentorschap], als mentor over betrokkene, hierna te noemen: de mentor.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 26 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 10 juni 2026 bij een [accommodatie]. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [persoon 1], regiebehandelaar.
Tevens waren tijdens de zitting aanwezig, maar niet gehoord:
- [persoon 2], trajectbegeleider;
- [persoon 3], persoonlijke coach.
2 Wat vaststaat
Bij beschikking van deze rechtbank van 14 juli 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 14 juli 2026.
Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4 De standpunten
Betrokkene brengt naar voren dat hij geen zorgmachtiging wil. Volgens hem is de medicatie niet nodig en ervaart hij dat deze hem blijft achtervolgen. Daarnaast geeft betrokkene aan graag zelfstandig te willen wonen, maar dat dit momenteel niet lukt vanwege bewindvoering.
De regiebehandelaar verklaart dat betrokkene bekend is met autisme. Daarnaast geeft betrokkene aan graag te filosoferen, maar ervaart hij dat de medicatie de effecten van middelengebruik afremt, waardoor dit volgens betrokkene minder goed lukt. De regiebehandelaar brengt naar voren dat wordt geprobeerd het patroon van middelengebruik te doorbreken en dat betrokkene aangeeft meer te willen voelen. Tegelijkertijd accepteert betrokkene de noodzakelijke medicatie niet op vrijwillige basis. Om die reden acht de regiebehandelaar een verlenging van de zorgmachtiging noodzakelijk.
De advocaat voert aan dat betrokkene geen medicatie wenst, aangezien hij al geruime tijd niet meer psychotisch is geweest. Daarnaast acht betrokkene het niet noodzakelijk om de verplichte zorgvorm ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten. Hieronder valt onder meer het verplicht toelaten van de contacten met het ambulante zorgteam’ op te nemen. Om die redenen verzoekt de advocaat om het verzoek tot verlenging van de zorgmachtiging af te wijzen. Indien de rechtbank toch tot toewijzing van het verzoek komt, benadrukt de advocaat dat onderzocht dient te worden of de medicatiedosering kan worden verlaagd of mogelijks zelfs volledig kan worden gestaakt.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autismespectrumstoornissen) en/of middelgerelateerde en verslavingsstoornissen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de in de medische verklaring gestelde diagnose.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Onder invloed van bovengenoemde psychische stoornis kampt betrokkene tijdens decompensatie met fysiek en verbaal agressief gedrag en grootheidswanen. Betrokkene denkt dat hij God is in een spel groter dan hemel en hel. Volgens hem zijn er scheikundige dimensies waarvan hij niet op de hoogte wordt gebracht. De antipsychotica hindert hem daarin. Daarnaast gebruikt betrokkene regelmatig cannabis voor het dempen van aanhoudende overprikkeling, maar anderzijds gebruikt betrokkene ook stimulerende middelen om zijn creatieve geest te verruimen.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene verzet zich tegen de depotmedicatie, er is regelmatig assistentie vanuit de politie nodig om betrokkene zijn depotmedicatie toe te dienen. Daarnaast zal betrokkene zonder de zorgmachtiging stoppen met zijn medicatie, terwijl medicatie zichtbaar heeft geleid tot een vermindering van de psychotische klachten. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg, afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1996 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 10 juni 2027.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026 door mr. De Weert, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 24 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.