Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 6 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6246Zaaknummer 12127554 OV VERZ 26-756 (E)

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
6 juli 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
12127554 OV VERZ 26-756 (E)
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zittingsplaats
Tilburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Machtigingsverzoek. Belastingvrije schenking aan moeder. Afgewezen.

beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Speekenbrink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Volledige tekst

ECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Tilburg

zaaknummer: 12127554 OV VERZ 26-756

dossiernummer: BM 9755datum: 6 juli 2026

beschikking op een verzoek tot machtiging

op verzoek van:

[verzoekster],

wonende te [woonadres 1],

hierna te noemen: verzoekster

met betrekking tot:

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980,

wonende te [woonadres 2],

hierna te noemen: betrokkene.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

het verzoek (met bijlagen), ontvangen op 5 maart 2026;

de aanvullende informatie, ontvangen op 13 maart 2026.

Het verzoek is mondeling behandeld op 22 juni 2026, in aanwezigheid van verzoekster, tevens bewindvoerder en moeder van betrokkene, en [persoon 1], echtgenoot van verzoekster en vader van betrokkene. [persoon 2], medebewindvoerder, is hoewel behoorlijk opgeroepen, zonder bericht van verhindering niet ter zitting verschenen. De griffier heeft tijdens de zitting aantekeningen gemaakt.

beoordeling

Verzoekster vraagt machtiging voor de belastingvrije schenking in 2026 van € 2.769,- uit het vermogen van betrokkene aan zichzelf. Verzoekster wil het bedrag gebruiken voor beglazing van haar balkon. Het vermogen van betrokkene bedroeg op 8 maart 2026 € 41.198,29.

Ter zitting geeft verzoekster aan dat zij in de veronderstelling is dat betrokkene jaarlijks aan haar mag schenken zolang zijn vermogen niet onder de grens van € 35.000,- komt. Verzoekster wil niet dat wanneer betrokkene komt te overlijden zijn spaargeld naar de familie gaat, ze hebben namelijk nooit naar betrokkene om gekeken. In 2024 en 2025 heeft verzoekster toestemming gekregen van de kantonrechter voor de belastingvrije schenking uit het vermogen van betrokkene aan zichzelf. Betrokkene is niet in staat om toestemming te geven voor dit schenkingsverzoek.

De kantonrechter oordeelt als volgt.

Als betrokkene wilsonbekwaam is, kan een verzoek om te schenken alleen worden toegewezen als een schenkingstraditie wordt aangetoond. Een schenkingstraditie kan worden aangetoond door te laten zien dat betrokkene vóór de instelling van het bewind gedurende meerdere jaren een bepaald bedrag heeft geschonken aan verzoekster. Hier is echter geen sprake van aangezien betrokkene hier voor de instelling van het bewind niet toe in staat is geweest. De kantonrechter heeft in 2024 en 2025 de belastingvrije schenking uit het vermogen van betrokkene aan verzoekster toegewezen. Echter, hiermee is geen schenkingstraditie ontstaan. In de beschikking van 18 april 2025 is door de behandeld kantonrechter opgenomen dat het een eenmalige schenking uit het vermogen van betrokkene aan verzoekster betreft. Het vermogen van betrokkene kan door verzoekster bijvoorbeeld wel gebruikt worden om uitstapjes met begeleiding voor betrokkene te regelen. De kantonrechter zal het verzoek tot de schenking van het belastingvrije bedrag van € 2.769,- in 2026 dan ook afwijzen.

beslissing

De kantonrechter wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Speekenbrink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2026.

Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.