Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6220Zaaknummer C/02/448912 / FA RK 26-2863

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448912 / FA RK 26-2863
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken. Betrokkene belt voortdurend 112 voortvloeiend uit psychotische belevingen dat er brand is, een gijzeling of sexueel misbruik en dat zijn kinderen in gevaar zijn.

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 juni 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 24 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448912 / FA RK 26-2863

Datum uitspraak: 9 juni 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. J. van Rooijen uit Tilburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 8 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de ouders van betrokkene;
  • de heer [persoon 1], psychiater;
  • [persoon 2], verpleegkundige.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in een [accommodatie]. De burgemeester van de gemeente Tilburg heeft de crisismaatregel op 7 juni 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene vindt het niet erg als de crisismaatregel wordt verlengd. Betrokkene zegt dat het op zich goed met hem gaat, maar dat hij erg verdrietig is. Hij denkt veel na en is erg onrustig. Betrokkene vindt het soms wel fijn om hier te zijn en soms wat minder fijn. Betrokkene hoopt dat het allemaal goed komt.

4.2.

De psychiater zegt dat het op en af gaat met betrokkene. De belevingen die betrokkene heeft en aanleiding waren voor de opname, zijn nog steeds aanwezig. De psychiater zegt dat ze betrokkene actief moeten beletten om het noodnummer te bellen over wat er volgens betrokkene op de afdeling gebeurt. Het behandelen van de psychose is een proces en de medicatie moet nog gaan inwerken, maar betrokkene werkt goed mee. De psychiater is wel van mening dat een machtiging nodig is, omdat soms de telefoon van betrokkene moet worden ingenomen. Dit gaat niet vrijwillig.

4.3.

De ouders van betrokkene zijn het eens met de voortzetting van de crisismaatregel. Ze geven aan dat het erg is geëscaleerd met het telefoongebruik van betrokkene. Betrokkene heeft meerdere keren in paniek gebeld en is erg wantrouwend.

4.4.

De advocaat zegt dat hij goed heeft gesproken met betrokkene en zijn ouders. Betrokkene vindt de voortzetting van de crisismaatregel geen probleem. Betrokkene gaat zijn best doen om zo snel mogelijk uit deze toestand te komen, maar daarbij is een stok achter de deur in de vorm van een machtiging volgens de advocaat prettig. Betrokkene kan dat wel gebruiken.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- maatschappelijke teloorgang.

5.3.

De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene veelvuldig het noodnummer belt. Betrokkene belt de politie en brandweer in de overtuiging dat er brand is, een gijzeling of dat er iemand zich in het huis ophoudt die anderen seksueel misbruikt. Betrokkene gaat zonder toestemming de woning van zijn ex-partner binnen en is dan dreigend en niet voor rede vatbaar. Hij denkt dat zijn ex-partner een relatie heeft met de mediator, die hen bijstaat in het kader van de scheiding. Ook is betrokkene overtuigd van het feit dat hij zijn kinderen moet redden en bij hun moeder weg moet halen. Betrokkene uit zich daarnaast suïcidaal.

5.4.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene verkeert namelijk in een manisch psychotische toestandsbeeld.

5.5.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

5.6.

De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

5.6.1.

Ten aanzien van de overige verzochte vormen van verplichte zorg oordeelt de rechtbank dat deze worden afgewezen omdat deze vormen van verplichte zorg niet noodzakelijk en voorzienbaar zijn gebleken.

5.7.

Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Uit de stukken blijkt dat betrokkene een ambivalente houding heeft ten aanzien van zorg en behandeling. Tijdens de mondelinge behandeling zegt betrokkene dat hij wel wil blijven en behandeling nodig heeft, maar ten aanzien van het telefoongebruik moet hij regelmatig beperkt worden. De rechtbank heeft onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Verplichte zorg is nodig.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.9.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 juni 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 24 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.