Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6218Zaaknummer C/02/448913 / FA RK 26-2864

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448913 / FA RK 26-2864
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voortzetting van de crisismaatregel voor de duur van drie weken. De rechtbank oordeelt dat insluiten ook noodzakelijk is, gelet op de melding die GGZ moet maken voor deze afdeling.

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;

- het toedienen van medicatie;

  • het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;

- opnemen in een accommodatie.

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 juni 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 24 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448913 / FA RK 26-2864

Datum uitspraak: 9 juni 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. E.J.L. Mulderink uit Breda.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 8 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • de heer [persoon 1], psychiater;
  • de heer [persoon 2], teamleider.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in een [accommodatie]. De burgemeester van de gemeente Oosterhout heeft de crisismaatregel op 6 juni 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene vindt het niet nodig om te blijven. Als het echt nodig is, wil ze vrijwillig blijven, maar niet met een machtiging.

4.2.

De psychiater zegt dat er sprake is van een manisch psychotische ontregeling waarbij drugsgebruik een grote rol speelt. De psychiater zegt dat er sinds het begin van de opname tot nu nog niet zoveel is veranderd. De klachten van betrokkene zijn hetzelfde, maar ze vindt dat er niets met haar aan de hand is. Betrokkene vindt dat ze geen medicijnen nodig heeft en is niet bereid om mee te werken aan behandeling. Ook ziet zij geen problemen in het gebruiken van drugs. De psychiater zegt dat de partner van betrokkene erg trouw is en vaak op bezoek komt. Echter is er een vermoeden van het mee naar binnen nemen van drugs voor betrokkene, waardoor het de vraag is of deze interactie helpend is voor haar.

4.3.

De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek. De advocaat ziet de situatie waar betrokkene in terecht is gekomen, de houding van de partner en het drugsgebruik, eerder als problemen van haarzelf dan als ernstig nadeel. De advocaat vindt dit niet voldoende om betrokkene hier verplicht te laten blijven. Subsidiair voert de advocaat aan dat betrokkene hier wil blijven en dat er dus sprake is van vrijwilligheid. Tot slot voert de advocaat aan dat wanneer de rechtbank besluit het verzoek toe te wijzen de vorm van verplichte zorg ‘insluiten’ moet worden afgewezen omdat de wijze waarop de zorg insluiten gebruikt volgens de advocaat niet als insluiten moet worden gekwalificeerd.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van drie weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële schade;

- ernstige immateriële schade;

- ernstige financiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.3.

De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene vanuit haar floride psychotische toestandsbeeld denkt dat er vanuit de geluidsboxen en de tv boodschappen voor haar komen en dat ze in verbinding staat met bekende Nederlanders. Betrokkene is agressief, gilt en schreeuwt en heeft steeds ruzie met haar (ex)partner waar ze ook drugs van krijgt en in handgemeen raakt, met letsel als gevolg. In haar woning is het een bende en zij heeft onder meer een luchtbuks en siermes in haar woning. Betrokkene heeft suïcidale uitspraken gedaan. Er is sprake van acute maatschappelijke teloorgang.

5.4.

Vermoed wordt dat het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. Betrokkene verkeert in een floride manisch psychotisch toestandsbeeld.

5.5.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

5.6.

De rechtbank is op grond van de medische verklaring en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn om het nadeel af te wenden:

- het toedienen van medicatie;

  • het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;

- opnemen in een accommodatie.

5.6.1.

De rechtbank wijst de verzochte vorm van verplichte zorg ‘insluiten’ wel toe omdat het verblijf van betrokkene op de huidige afdeling als “insluiten” kwalificeert.

5.6.2.

De rechtbank is van oordeel dat er geen noodzaak bestaat voor het beperken van het gebruik van communicatiemiddelen, zodat deze vorm van verplichte zorg zal worden afgewezen.

5.6.3.

Ten aanzien van de overige verzochte vormen van verplichte zorg oordeelt de rechtbank deze niet toe te wijzen omdat deze niet noodzakelijk zijn.

5.7.

Betrokkene verzet zich tegen de zorg. Betrokkene vindt dat er niets met haar aan de hand is en werkt niet mee aan behandeling.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5.9.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1988 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;

- het toedienen van medicatie;

  • het verrichten van medische controles;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;

- opnemen in een accommodatie.

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 juni 2026;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 24 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.