Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6214Zaaknummer C/02/448450 / FA RK 26-2635
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 9 juni 2026
- Publicatiedatum
- 14 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/448450 / FA RK 26-2635
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Zorgmachtiging voor de duur van zes maanden. Betrokkene is ernstig zorgmijdend. Ernstig nadeel onder meer in overlast en zorgen over de moeder en dochter van betrokkene.
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 december 2026;
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 25 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448450 / FA RK 26-2635
Datum uitspraak: 9 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. M.C.A. Hollants uit Tilburg.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 21 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [persoon 1], casemanager;
- meneer [persoon 2], maatschappelijk werker.
Voor aanvang van de zitting, voor het huis van betrokkene, heeft de advocaat namens betrokkene verzocht om uitstel van de zitting. Betrokkene voelde zich niet fit genoeg om de zitting door te laten gaan. Eenmaal bij betrokkene binnen gaf zij ook aan de zitting uit te willen stellen. De rechtbank zag op dat moment echter geen aanleiding om de zaak aan te houden en te verplaatsen naar een later moment. Betrokkene is vervolgens wel vrijwel de gehele zitting aanwezig geweest.
2 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3 De standpunten
Betrokkene zegt vorige week gestart te zijn met een nieuwe therapie bij een vriendin van haar. Ze leert daar om haar hoofd leeg te maken en vindt het erg prettig. Betrokkene wil dit graag een week aankijken en dan misschien verder kijken. Dat vindt ze voor haar dochter ook het beste. Betrokkene vindt dat haar moeder een te grote focus op haar heeft. Het belemmert haar om haar leven verder op te pakken. Betrokkene wil niet opgenomen worden. Dan wordt ze weer bij haar dochter weggehaald en dat wil ze absoluut niet; ze kan haar dochter echt niet missen.
De casemanager zegt dat betrokkene al jaren bij het ambulant team in zorg is. Momenteel lukt het niet om met betrokkene in samenwerking te komen. Er komen veel overlastmeldingen binnen bij de politie omdat betrokkene vaak hardop praat en schreeuwt. De casemanager zet ook haar vraagtekens bij de zelfzorg van betrokkene, of zij voldoende eet en maakt zich zorgen over het gebruik van drugs. De huidige situatie komt momenteel niet ten goede aan de gezondheid van betrokkene. De casemanager vindt dat het niet langer zo kan, ook niet voor de dochter van betrokkene.
De maatschappelijk werker zegt dat de moeder van betrokkene inmiddels op leeftijd is. Wanneer zij weg zou vallen ontstaat er een groot probleem. Betrokkene kan op dit moment geen moederrol vervullen. De maatschappelijk werker wil toe werken naar een stabiele situatie, maar betrokkene staat hier niet voor open. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht.
De advocaat zegt dat betrokkene zich niet herkent in wat er beschreven staat in de stukken als het gaat om de stoornis en het ernstig nadeel. Betrokkene ziet juist problemen in de focus van haar moeder op haar en het vinden van een passende woonsituatie. Dit is volgens betrokkene sowieso beter dan verblijven op een GGZ-locatie. Formeel gezien wil de advocaat naar voren brengen dat er geen psychiatrisch onderzoek door een onafhankelijk psychiater heeft plaats gevonden, terwijl dat er wel had moeten zijn. De advocaat verzoekt afwijzing van het verzoek.
4 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een schizofreniespectrumstoornis en een middelengerelateerde en verslavingsstoornis.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige immateriële schade;
- ernstige financiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- ernstige verstoorde ontwikkeling;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene in toenemende mate onder invloed van psychotische belevingen veelvuldig en op hoog volume schreeuwt op straat. Ze veroorzaakt hiermee overlast. Betrokkene verwaarloost zichzelf en eet onvoldoende, waardoor zij afvalt. Betrokkene gaat leningen aan voor het starten van een eigen bedrijf, maar in werkelijkheid gebruikt betrokkene dit geld voor het kopen van alcohol en drugs. Betrokkene heeft bij het aangaan van een lening het huis van haar moeder als onderpand aangegeven.
Betrokkene woont bij haar moeder die ook de zorg voor de dochter van betrokkene draagt. De moeder is overbelast geraakt. Het risico bestaat hierdoor dat betrokkene op straat komt te staan. Ook durft de dochter van betrokkene niemand mee naar huis te nemen, omdat zij vaak in een psychotische toestand verkeert. Dit verstoort de sociale ontwikkeling van de dochter.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene weigert al lange tijd zorg en behandeling vanuit GGZ. Betrokkene ontloopt afspraken en is op geplande momenten niet thuis. Betrokkene heeft geen ziektebesef en ziekte-inzicht. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.
5 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1977 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 december 2026;
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 25 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.