Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6213Zaaknummer C/02/448464 / FA RK 26-2643

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
14 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448464 / FA RK 26-2643
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. De risico's op een terugval zijn groot en de situatie is nog erg fragiel. Een zorgmachtiging als vangnet is nodig.

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;

  • het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende periodiek contact onderhouden met het ambulant team;

- opnemen in een accommodatie.

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 juni 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 25 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448464 / FA RK 26-2643

Datum uitspraak: 9 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat mr. M.C.A. Hollants uit Tilburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevrouw [persoon 1], GZ-psycholoog;
  • mevrouw [persoon 2], casemanager.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft op 29 juli 2025 een zorgmachtiging voor betrokkene verleend tot en met 29 juli 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene snapt dat er een aanvraag is gedaan om de zorgmachtiging te verlengen, maar ze zou graag laten zien dat ze het ook zonder de zorgmachtiging kan. Betrokkene wil graag laten zien dat ze haar best doet en normaal kan leven zonder zorgmachtiging. Ze vindt het vervelend dat ze sneller opgenomen wordt als er een zorgmachtiging is; ze is liever thuis in haar eigen omgeving.

4.2.

De casemanager gunt het betrokkene dat ze op den duur zonder zorgmachtiging verder kan. Zij heeft er wel vertrouwen in dat dat gaat lukken, maar de casemanager vindt het voor nu nog te fragiel. De casemanager ziet dat betrokkene door de toenemende stemmenlast op momenten afglijdt, waardoor een opname nodig is. Die bescherming is belangrijk voor betrokkene en zonder een zorgmachtiging is die mogelijkheid er niet. De casemanager denkt dat het ook helpend is als de verdere behandeling voor de trauma’s van betrokkene zorgt voor een goed fundament waar ze verder op kan bouwen.

4.3.

De GZ-psycholoog zegt dat er de afgelopen tijd regelmatig terugvallen zijn geweest. Op die momenten nemen de stemmen de overhand en dan is er niet met betrokkene samen te werken. Wanneer het een langere tijd goed gaat en de situatie stabieler is, kan er volgens de GZ-psycholoog gekeken worden naar verder gaan zonder een zorgmachtiging.

4.4.

De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene wil het graag op eigen kracht doen, zonder vangnet van een zorgmachtiging. Het voelt voor haar als een zwaard van Damocles. Subsidiair voert de advocaat aan dat betrokkene het contact met het FACT-team prettig vindt. Daarnaast wil betrokkene medicatie in overleg. Als er een opname nodig zou zijn, dan kan dat middels het aanvragen van een wijziging van de zorgmachtiging. Daarnaast vraagt de advocaat ten aanzien van de stoornis van betrokkene om enkel de vaststaande en niet ter discussie staande stoornissen op te nemen, namelijk een psychotische stoornis en PTSS.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een psychotische stoornis en PTSS.

5.2.1.

Tijdens de zitting is gebleken dat de stoornissen van betrokkene zoals deze nu vastgelegd zijn, worden herzien. Hier gaat nader aanvullend onderzoek voor plaatsvinden. De rechtbank heeft hierop besloten enkel de stoornissen op te nemen die vaststaan en waar geen discussie over bestaat.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel.

5.4.

De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene vanwege een recente psychotische decompensatie gedwongen opgenomen is op de HIC. Betrokkene hoort stemmen die haar opdrachten geven en waartegen ze moeilijk weerstand kan bieden. Hierdoor is sprake van ernstige suïcidaliteit en automutilatie. Betrokkene eet en drinkt daarnaast onvoldoende, wat tot somatische complicaties kan leiden.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Uit de stukken is gebleken dat betrokkene niet meer opgenomen wil zijn en ook geen medicatie meer wil gebruiken. Ze denkt dat dit niet risicovol is. Ze erkent dat de medicatie de klachten wel vermindert, maar ze vindt het niet fijn en wil zonder medicatie functioneren. Tijdens de zitting zegt betrokkene dat ze graag wil laten zien dat ze ook zonder zorgmachtiging verder kan. Echter hebben de casemanager en GZ-psycholoog naar voren gebracht de situatie van betrokkene nog erg pril te vinden. Ze vinden het belangrijk als betrokkene eerst een langere periode stabiel is voordat de zorgmachtiging wordt los gelaten. Er is nu regelmatig sprake van een terugval bij betrokkene. Hierdoor heeft de rechtbank onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

  • het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende periodiek contact onderhouden met het ambulant team;

- opnemen in een accommodatie.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5.9.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;

  • het toedienen van medicatie;
  • het verrichten van medische controles;
  • het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende periodiek contact onderhouden met het ambulant team;

- opnemen in een accommodatie.

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 juni 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 25 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.