Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6211Zaaknummer C/02/448521 / FA RK 26-2673

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448521 / FA RK 26-2673
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Psychotische klachten geluxeerd door polymiddelengebruik.

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats], Syrië, wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;

  • het toedienen van medicatie;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, inhoudende periodiek contact houden met het ambulant team;
6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 juni 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 25 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448521 / FA RK 26-2673

Datum uitspraak: 9 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats], Syrië,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. J.J.M. Cliteur uit Rosmalen.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat en een tolk;
  • de moeder van betrokkene;
  • mevrouw [persoon 1], regiebehandelaar en verpleegkundig specialist afdeling Dubbel Diagnose (hierna: regiebehandelaar);
  • de heer [persoon 2], casemanager Dubbel Diagnose (hierna: casemanager).
1.3.

Bij aanvang van de mondelinge behandeling bleek dat betrokkene samen met zijn moeder nog onderweg was naar de zitting. Alle aanwezigen, behalve de regiebehandelaar, konden langer blijven om de zitting doorgang te laten vinden. De regiebehandelaar heeft haar standpunt voor de komst van betrokkene en zijn moeder aan de rechtbank medegedeeld. De rechtbank heeft na aankomst van betrokkene en zijn moeder het standpunt van de regiebehandelaar herhaald.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft op 5 juni 2025 een zorgmachtiging voor betrokkene verleend tot en met 5 juni 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene vindt het niet nodig om een zorgmachtiging te hebben. Hij zegt dat zijn moeder en GGZ proberen om hem gek te maken en vast te zetten. Volgens hem wordt alles wat hij doet en waarom hij dat doet door God bepaald. Hij zegt dat als iemand wil weten waarom hij iets doet, dat diegene dat aan God moet vragen. Betrokkene zegt dat als er iets moet veranderen, dat alleen God dat kan doen voor hem.

4.2.

De regiebehandelaar zegt dat de zorgmachtiging voor betrokkene nog nodig is vanwege zijn psychotische toestandsbeeld. Er leek eerst wat verbetering te zijn, maar betrokkene is toch weer uit beeld geraakt, meer gaan rondzwerven, middelen gaan gebruiken en betrokkene werd weer ambivalent in het contact richting de zorg. Er was een toename in psychotische klachten waardoor er een enorme maatschappelijke teloorgang is ontstaan. Betrokkene heeft zelf aangegeven te willen detoxen, daarom is opname niet verzocht. Daarnaast ziet de regiebehandelaar nu geen noodzaak voor het verplichten van een opname; dit ligt ook niet in de lijn der verwachting. De regiebehandelaar wil de stoornis wel graag met medicatie kunnen behandelen, anders zou het toestandsbeeld verergeren. Wanneer betrokkene stopt met de medicatie heeft hij heftige godsdienstige ideeën, is hij agressief en valt hij mensen lastig.

4.3.

De casemanager zegt dat hij bij betrokkene op huisbezoek is geweest en dat hij toen heel ziek overkwam. Betrokkene was heel onrustig, niet reëel in zijn uitingen en hij kon zich niet concentreren op het gesprek. Het is belangrijk dat betrokkene zijn medicatie neemt en dat hij in contact blijft met GGZ. Dat is momenteel erg lastig.

4.4.

Moeder zegt dat betrokkene denkt dat zij zijn stiefmoeder is. Zij zou zijn eigen moeder hebben vermoord, maar dat is niet waar. Betrokkene uit veel wantrouwen richting zijn moeder. De moeder zegt dat betrokkene zijn slaapkamer nu ook als toilet gebruikt.

4.5.

De advocaat vraagt afwijzing van het verzoek. Er is volgens hem geen sprake van een stoornis en ernstig nadeel. Verzet is er wel, want betrokkene vindt behandeling niet nodig. Hij doet het zonder medicatie prima en vraagt afwijzing van het verzoek.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofrenie en een stoornis in het gebruik van middelen.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.4.

De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene in psychotische toestand, geluxeerd door polymiddelengebruik, agressief is. Betrokkene dringt zich vanuit zijn (religieuze) waanideeën op aan onbekenden op straat. Hierdoor roept hij agressie over zichzelf af. Betrokkene vertoont zwerfgedrag, waardoor er onbehandelde medische klachten zijn die gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Betrokkene is daarnaast momenteel niet in staat om zijn eigen leven goed in te richten, waardoor hij maatschappelijk teloor gaat.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Er is nauwelijks sprake van ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene overziet zijn psychotische klachten niet en overschat zichzelf. Betrokkene is wisselend in zijn motivatie voor behandeling en medicatie. De verwachting is dat betrokkene zich onttrekt aan zorg en vrijwillig geen medicatie zal accepteren. Hierdoor heeft de rechtbank onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, inhoudende periodiek contact houden met het ambulant team.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.9.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2000 in [geboorteplaats], Syrië, wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;

  • het toedienen van medicatie;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, inhoudende periodiek contact houden met het ambulant team;
6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 juni 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 25 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.