Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 9 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6209Zaaknummer C/02/448487 / FA RK 26-2651

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
9 juni 2026
Publicatiedatum
17 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448487 / FA RK 26-2651
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Psychotische stoornis in combinatie met middelengebruik. Agressie, brandstichting, zelfverwaarlozing en suicidedreiging.

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;

- het toedienen van medicatie;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • insluiten;
  • controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, inhoudende periodiek contact houden met het ambulant team;

- opnemen in een accommodatie.

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 juni 2027.

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 25 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448487 / FA RK 26-2651

Datum uitspraak: 9 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. J.H.P.M. Verhagen uit Breda.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon 1], casemanager;
  • mevrouw [persoon 2], verpleegkundige;
  • [persoon 3], begeleider RIBW.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft op 29 december 2025 voor betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 29 juni 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van 12 maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene vindt een zorgmachtiging niet zo prettig. Het gaat goed met hem. Hij vindt een zorgmachtiging niet nodig en wil geen medicatie meer nemen. Betrokkene vindt het vervelend dat hij bepaalde verplichtingen heeft en wil daar liever vanaf. Hij zegt gemiddeld negen biertjes op een dag te drinken. Hij zou dit kunnen minderen, maar heeft daar geen behoefte aan. Dit werkt voor hem beter dan depotmedicatie. Betrokkene gebruikt af en toe ook drugs omdat hij ADHD heeft.

4.2.

De verpleegkundige zegt verbetering te zien bij betrokkene. De verpleegkundige vindt het noodzakelijk dat betrokkene depotmedicatie krijgt, want daar komt de verbetering door. Bij de toediening daarvan moet nu steeds politie aanwezig zijn. De verpleegkundige zou graag een verlenging van de zorgmachtiging willen. Zo krijgt betrokkene mogelijk meer stabiliteit, mede in verband met zijn drugsgebruik. De verpleegkundige vindt het lastig in te schatten of een opname voorzienbaar is. Ten aanzien van een verandering in de medicatie ziet de verpleegkundige op den duur wel mogelijkheden in samenspraak met de psychiater.

4.3.

De casemanager sluit zich aan bij hetgeen de verpleegkundige naar voren heeft gebracht. De ondersteuning voor betrokkene is nodig en de depotmedicatie is effectief.

4.4.

De begeleider van het RIBW zegt dat betrokkene grote stappen heeft gemaakt. Hij denkt dat de depotmedicatie daar wel een aandeel in heeft. Het verschil tussen toen betrokkene net bij het RIBW kwam ten opzichte van hoe het nu gaat is erg groot.

4.5.

De advocaat ziet dat het beter gaat met betrokkene. Hij vindt de zorgvormen die zien op opname niet nodig en voorzienbaar en vraagt afwijzing hiervan. Betrokkene heeft last van de medicatie, voelt zich niet zichzelf hierdoor en wil deze daarom niet meer blijven nemen. Volgens de advocaat blijft er dan eigenlijk niets meer over voor de zorgmachtiging. Hij vraagt primair afwijzing van het verzoek. Subsidiair verzoekt hij om andere mogelijke medicatievormen te gaan onderzoeken.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van 12 maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk een psychotische stoornis, een stoornis in alcoholgebruik, een stoornis in het gebruik van cocaïne, een ongespecificeerde angststoornis en een borderline persoonlijkheidsstoornis.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.4.

De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene agressief en gevaarlijk gedrag laat zien wanneer hij psychotisch decompenseert. Hij kan zich dan niet verweren tegen de opdrachten die hij vanuit zijn hallucinaties door krijgt. Betrokkene heeft in het verleden meerdere prullenbakken in brand gestoken, een kassamedewerker uit het niets in het gezicht geslagen en een time-out gekregen op zijn woonplek vanwege agressief en overlastgevend gedrag. Betrokkene loopt daarnaast met messen rond en saboteert elektronische apparaten. Ook is sprake van zelfverwaarlozing omdat betrokkene slecht voor zichzelf zorgt waardoor hij is vermagerd en zichzelf uitput. Daarnaast bestaat er een risico op suïcide.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene vindt dat er niets met hem aan de hand is; hij zit lekker in zijn vel. Hij staat niet open voor begeleiding en verzet zich actief tegen verplichte zorg. Hij is eerder op eigen initiatief gestopt met zijn medicatie. Daarnaast verzet hij zich tegen de toediening van depotmedicatie waardoor politieondersteuning daarbij noodzakelijk is. Betrokkene vindt een zorgmachtiging vervelend en belastend. Hij heeft het gevoel dat een deel van zijn leven in handen van een ander ligt. Gelet op bovenstaande heeft de rechtbank onvoldoende vertrouwen in zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • insluiten;
  • controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudende periodiek contact houden met het ambulant team;

- opnemen in een accommodatie.

5.7.1.

Ten aanzien van de verzochte vorm van verplichte zorg ‘het verrichten van medische controles’ oordeelt de rechtbank deze niet toe te wijzen omdat tijdens de mondelinge behandeling duidelijk is geworden dat dit niet nodig is.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.9.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1990 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast;

- het toedienen van medicatie;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • insluiten;
  • controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, inhoudende periodiek contact houden met het ambulant team;

- opnemen in een accommodatie.

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 9 juni 2027.

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026 door mr. Meyboom, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier, en op schrift gesteld op 25 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.