Uitspraak · Socialezekerheidsrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 juli 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6148Zaaknummer 26/1623 BBZ

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
2 juli 2026
Publicatiedatum
20 juli 2026
Zaaknummer
26/1623 BBZ
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak. Afwijzing Bbz obv advies IMK blijft in stand.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.D. Sebel, griffier, op 2 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procesverloop
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing
  5. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 26/1623 BBZ

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 2 juli 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], te [plaats], eiser,

en

het dagelijks bestuur van Werkplein Hart van West-Brabant (Werkplein), verweerder.

Procesverloop

1. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 6 februari 2026 (bestreden besluit) van Werkplein over de afwijzing van zijn aanvraag om een uitkering (lening) op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

1.1

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 2 juli 2026. Eiser en [gemachtigde] als gemachtigde van Werkplein zijn verschenen.

1.2

Na sluiting van het onderzoek ter zitting heeft de rechtbank mondeling uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. De rechtbank legt hierna hoe zij tot dat oordeel is gekomen en welke gevolgen dat heeft.

2.1

Eiser heeft een aanvraag gedaan voor een uitkering op grond van het Bbz. Werkplein heeft die aanvraag met het besluit van 13 november 2025, onder verwijzing naar een advies van het IMK, afgewezen omdat eisers bedrijf niet levensvatbaar is. Dat is dan ook de datum die de rechtbank beoordeelt.

2.2

Werkplein kan een Bbz-uitkering alleen toekennen als sprake is van een levensvatbaar bedrijf. Om te beoordelen of daarvan sprake is, mag Werkplein aan een deskundige advies vragen. Het IMK is zo’n deskundige instantie. De rechtbank twijfelt daar niet aan.

2.3

Uit vaste rechtspraak volgt dat Werkplein zich mag baseren op een advies van het IMK, tenzij er concrete aanknopingspunten zijn dat dat advies onzorgvuldig tot stand is gekomen of onjuistheden bevat.

2.4

De rechtbank vindt dat het advies van het IMK zorgvuldig tot stand is gekomen en ziet daarin ook geen onjuistheden staan. Het IMK heeft rekening gehouden met de bijzondere omstandigheden die eiser heeft benoemd, zoals de slechte recensie van BN/DeStem en de inbraken. Eiser heeft ook geen tegenrapport overgelegd waaruit blijkt dat het advies onzorgvuldig of onjuist is.

2.5

De rechtbank ziet eisers enthousiasme, passie en positiviteit en dat hij hard wil werken voor zijn bedrijf, maar dat is onvoldoende om ervan uit te gaan dat de conclusies van het IMK over de levensvatbaarheid van zijn bedrijf niet juist zijn. De rechtbank heeft evenmin voldoende aanwijzingen dat eisers bedrijf wel levensvatbaar is of (met een Bbz-lening) gaat worden. Werkplein mocht daarom eisers Bbz-aanvraag op grond van het advies van IMK afwijzen.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Eiser krijgt dus geen gelijk en de afwijzing van zijn aanvraag blijft in stand.

3.1

Eiser heeft geen recht op vergoeding van het griffierecht of proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van

mr. H.D. Sebel, griffier, op 2 juli 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.