Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6144Zaaknummer C/02/444983 / JE RK 26-252
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 8 juni 2026
- Publicatiedatum
- 14 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/444983 / JE RK 26-252
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Artikel 6.1.2 van de Jeugdwet. Machtiging gesloten plaatsing.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 11 juni 2026 tot 11 september 2026.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr. Van Leuven, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 22 juni 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/444983 / JE RK 26-252
Datum uitspraak: 8 juni 2026
Nadere beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats],
hierna te noemen [minderjarige],
advocaat mr. B.J.P. van Gils uit Tilburg.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats],
advocaat mr. P.F.M. Gulickx uit Breda.
1 Het verdere verloop van de procedure
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- de beschikking van 11 maart 2026 en alle daarin genoemde stukken;
- de brief van de GI met bijlagen, ontvangen op 2 juni 2026;
- de instemmende verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper van 8 juni 2026.
De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 8 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige], die ook apart is gehoord, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader met zijn advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI.
De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist is opgeroepen.
2 De feiten
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 december 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 7 januari 2026 tot 7 januari 2027.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 maart 2026 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 11 maart 2026 tot 11 juni 2026.
[minderjarige] verblijft op basis van voornoemde machtiging op een groep van [accommodatie] in [plaats].
De behandeling van het resterende deel van het verzoek is aangehouden tot onderhavige zitting.
3 Het resterende verzoek
Aan de orde is het resterende deel van het verzoek van de GI om een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen voor de duur van drie maanden.
4 De standpunten
De GI handhaaft haar verzoek om een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de restduur van drie maanden. [minderjarige] is net geplaatst en er moet nog veel gebeuren binnen haar behandeling. Tijdens de gesloten plaatsing wordt er gewerkt aan het verwerken van trauma’s, het verbeteren van haar zelfbeeld en het vergroten van haar zelfredzaamheid. Daarnaast wordt er gewerkt aan het opbouwen van een gezondere relatie met haar vader, een betere tijdsbesteding en het hervatten van haar schoolgang. Ook moet er diagnostiek uitgevoerd worden om een volledig beeld te krijgen, met aandacht voor de invloed van haar trauma’s. Op dit moment is [minderjarige] ’s problematiek te complex voor een open setting. In een open setting kunnen haar veiligheid en gezondheid onvoldoende worden gegarandeerd, omdat zij vaak weggelopen is en niet terugkeerde, vooral wanneer ze bij haar vader was. Dit leidde tot stagnatie in haar ontwikkeling. Sinds haar plaatsing in de gesloten setting doet ze meer leeftijdsgerichte activiteiten en zijn haar veiligheid en gezondheid beter gewaarborgd. De GI verzoekt dan ook om het aangehouden deel te verlenen. De gedragswetenschapper heeft ingestemd met de verzochte duur.
Door en namens [minderjarige] is aangegeven dat zij het liefst terug naar haar vader gaat. [minderjarige] geeft aan dat het beter met haar gaat. Het gaat goed met school en ze heeft in de jongerenraad van de groep gezeten. Ze is gestopt met zichzelf pijn doen en met roken. [minderjarige] geeft aan dat ze zich wel zorgen maakt om haar vader nu zij niet bij hem is. Er zijn zorgen over die rolverdeling, maar [minderjarige] heeft daar een ander beeld van. Ze zou heel graag terug naar de vader gaan. Er zijn nog wel twee doelen waar zij aan moet werken: zelfredzaamheid en met vrijheden omgaan. Als het moet, gaat ze haar best doen om ervoor te zorgen dat ze de doelen haalt.
De vader heeft, samengevat, aangegeven dat hij graag wil dat [minderjarige] terug naar huis komt. Het weglopen heeft ze thuis nooit gedaan. De vader wil graag naar Oostenrijk, maar hij komt er niet aan toe omdat er elke keer een nieuwe rechtszaak komt. De vader ervaart weinig ondersteuning vanuit de GI en hij vindt dat het op een betere manier kan dan met een gesloten plaatsing voor [minderjarige]. Hij verzoekt om het verzoek af te wijzen.
5 De beoordeling
Op grond van artikel 6.1.2 van de Jeugdwet kan de kinderrechter op verzoek een machtiging verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven. Een machtiging kan slechts worden verleend als:
- jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;
- de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en
- er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
Uit de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, blijkt het volgende. De afgelopen periode gaat het beter met [minderjarige]. Ze doet meer leeftijdsgerichte activiteiten en haar veiligheid en gezondheid zijn beter gewaarborgd. [minderjarige] is begonnen met een stage bij [bedrijf] en gaat de overige ochtenden naar [college]. Er wordt gewerkt aan het opbouwen van meer dagdelen onderwijs. Haar problemen met emotieregulatie, suïcidepogingen en automutilatie zijn verbeterd. Zoals tijdens de zitting met [minderjarige] besproken, zijn er nog doelen die niet behaald zijn en waar verder aan gewerkt moet worden. Ze moet nog werken aan haar zelfredzaamheid en het omgaan met vrijheden, omdat ze een aantal keer is weggelopen van de groep. Ook moet de behandeling nog starten. Daarnaast is het belangrijk dat de rolverdeling tussen [minderjarige] en haar vader op een gezonde manier wordt hersteld. Voor de gesloten plaatsing woonde [minderjarige] bij haar vader. Hij droeg de zorg voor de kinderen, maar is overbelast en kan al langere tijd niet goed voor de opvoeding zorgen. Daardoor voelt [minderjarige] zich verantwoordelijk voor hem en maakt ze zich zorgen nu ze niet bij hem woont. Haar vader heeft plannen om naar Oostenrijk te verhuizen, maar heeft nog geen concrete stappen gezet. Haar moeder is wisselend betrokken en op dit moment geen betrouwbare opvoeder voor [minderjarige]. Beide ouders hebben niet de mogelijkheid om de opvoeding zo in te richten dat [minderjarige] de structuur, schoolgang en het normale ritme krijgt die ze nodig heeft.
De kinderrechter is daarom van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
De kinderrechter overweegt dat de onafhankelijke gedragswetenschapper die [minderjarige] met het oog op het verzoek kort van tevoren heeft onderzocht instemt met de restduur van drie maanden.
Gelet op het voorgaande wordt er naar het oordeel van de kinderrechter nog steeds voldaan aan de wettelijke vereisten voor opname en verblijf van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp. De kinderrechter zal de GI daarom machtigen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de resterende duur van drie maanden.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.
6 De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 11 juni 2026 tot 11 september 2026.
| Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr. Van Leuven, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 22 juni 2026. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.