Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6132Zaaknummer C/02/448177 / JE RK 26-843

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
13 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448177 / JE RK 26-843
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling

7 De beslissing

De kinderrechter:

7.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] met ingang van

24 juni 2026 tot 24 juni 2027;

7.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van Baremans als griffier, en op schrift gesteld op 12 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 Het standpunt van de GI
  5. 5 De standpunten van de belanghebbenden
  6. 6 De beoordeling
  7. 7 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448177 / JE RK 26-843

Datum uitspraak: 8 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING EN RECLASSERING, gevestigd te Rotterdam,

hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2015 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 1],

[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2017 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 2],

[minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2021 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 3].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats],

bijgestaan door haar advocaat mr. M. Akça-Altun te Breda,

[de vader],

hierna te noemen de vader,

zonder bekende woon- of verblijfplaats.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 mei 2026;
  • het op 4 juni 2026 van de advocaat van de moeder ontvangen verweerschrift.
1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de vader;

- de moeder en haar advocaat;

- een vertegenwoordigster van de GI.

Ter zitting is gebruik gemaakt van de diensten van de heer [persoon 1], tolk in de taal Tamil. De tolk heeft de belofte afgelegd.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de gelegenheid gesteld hun mening over het verzoek schriftelijk of tijdens een kindgesprek aan de kinderrechter kenbaar te maken. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn met elkaar gehuwd. De ouders wonen tijdelijk niet bij elkaar.

2.2.

[minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wonen bij hun moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 23 juni 2025 [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] onder toezicht gesteld tot 24 juni 2026.

3 Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 Het standpunt van de GI

4.1

Ter toelichting op het verzoek is door de GI schriftelijk en mondeling aanvullend

- samengevat - het navolgende aangevoerd. De vader mag tot op heden, wegens veiligheidsredenen, de woning van de moeder en de kinderen niet betreden. Ondanks deze afspraken werd gedurende de periode van de ondertoezichtstelling meerdere malen gezien dat de vader zich in of rondom de woning bevond. De GI heeft hierover herhaaldelijk met de ouders gesprekken gevoerd en hen gewezen op mogelijke consequenties. Vervolgens bleek dat de ouders zich ondanks deze gesprekken niet aan de afspraken hielden. Om die reden heeft de GI besloten aan de vader - tevens in afschrift aan de moeder - een schriftelijke aanwijzing (hierna: SA) te geven. Daarin is het navolgende opgenomen:

1. U houdt zich aan de gemaakte veiligheidsafspraken die zijn gesteld door LJ&R en de hulpverlening:

2. U betreedt de woning van uw vrouw en de kinderen niet;

3. Indien u toch in of rondom de woning verblijft, wordt door de moeder direct de politie ingeschakeld.

4.2.

Sinds het afgeven van de SA zijn er geen directe signalen meer ontvangen dat de vader daadwerkelijk in de woning van de moeder verblijft. Wel zijn er nog zorgen en vermoedens dat hij zich rondom de woning ophoudt. Deze vermoedens zijn mede ontstaan doordat de vader sinds augustus 2025 niet meer heeft gevraagd om contact met de kinderen en het onderwerp “vader” voor de kinderen moeilijk bespreekbaar is gebleken.

4.3.

Omdat de grootste zorgen betrekking hadden op de vader en zijn alcoholproblematiek is bij aanvang van de ondertoezichtstelling de focus gelegd op het onderzoeken welke hulpverlening passend zou zijn om hem daarin te ondersteunen. Daarover zijn gesprekken gevoerd met de Reclassering, Novadic Kentron, [maatschappelijk werk] en [hulpverlening 1] Uiteindelijk bleek dat Novadic Kentron geen passende hulpverlening kan bieden, omdat de vader zijn alcoholprobleem niet erkent, wegens de forse taalbarrière en het meermalen niet verschijnen op afspraken. Novadic Kentron heeft wel nog geprobeerd een alcoholband in te zetten, waarmee het alcoholgebruik kan worden gevolgd. De GI kon daar achter staan vanuit de hoop dat de inzet van de alcoholband zou kunnen bijdragen aan een traject richting een veilige terugplaatsing van de vader binnen het gezinssysteem. Hoewel de band bij de vader werd aangesloten bleef hij vervolgens onbereikbaar voor het installeren van het bijbehorende basisstation. Verzoeken vanuit Novadic Kentron, [maatschappelijk werk] en de GI om alsnog het basisstation te installeren hadden niet het beoogde resultaat. De inzet van de alcoholband heeft daardoor niet het gewenste effect gehad. Meerdere gesprekken die met de vader zijn gevoerd over zijn alcoholproblematiek hadden ook niet het gewenste resultaat.

4.4.

In oktober 2025 heeft de vader zijn woning opgezegd. Sindsdien is voor de GI onbekend waar hij daadwerkelijk verblijft. Zelf heeft de vader aangegeven tijdelijk bij een vriend te wonen. De vader is sindsdien voor de GI en de betrokken hulpverlening uit beeld geraakt. Dit was voor [maatschappelijk werk] reden om de hulpverlening te beëindigen. Wel is vervolgens door [hulpverlening 1] geprobeerd aan de moeder opvoedondersteuning te bieden, echter kwam deze hulpverlening onvoldoende van de grond, omdat de moeder die hulpverlening regelmatig afwees en zij kenbaar maakte geen ondersteuning nodig te hebben. [hulpverlening 1] werkte vanuit een vrijwillig kader en zag zich wegens de te beperkte mogelijkheden genoodzaakt om in maart 2026 de hulpverlening te beëindigen. Dit terwijl sprake is van toenemende zorgen over de kinderen, mede naar aanleiding van signalen vanuit de school, duidend op een achterblijvende taal/spraakontwikkeling en zorgen omtrent hun hygiëne/verzorging wegens geconstateerde hoofdluis. Ook laten de kinderen inmiddels zien dat zij zich over de zorg- en opvoedsituatie thuis niet vrijelijk durven uit te spreken.

4.5.

Rekening houdend met de forse taal- en cultuurbarrière heeft de GI onderzocht welke hulpverlening beter passend zou kunnen zijn bij het gezin en hun culturele achtergrond. Vanuit deze zoektocht is hulpverlening vanuit [hulpverlening 2] ingezet, welke hulpverlener ondersteunt bij onder meer het maken van een vertaalslag in taal en cultuur tussen de ouders en de betrokken instanties. De moeder heeft laten blijken de ondersteuning vanuit [hulpverlening 2] als prettig te ervaren. Ook lijkt dat [persoon 2] mogelijk beter zal kunnen aan- sluiten bij de behoeften van het gezin, mede gezien de zorgen omtrent het cognitief functioneren van beide ouders en het vermoeden van een laag IQ. [accommodatie] zal binnenkort kunnen starten met het onderzoeken van de opvoedvaardigheden van de moeder en het bieden aan haar van passende ondersteuning. Hoewel de moeder in eerste instantie mondeling aangaf daarvoor open te staan is vervolgens uit haar handelwijze het tegendeel gebleken. Hetzelfde gold voor de vader, die bovendien op enig moment uit beeld is geraakt. Inmiddels is de vader weer in beeld voor de GI alsook in het kader van een reclasserings-traject. Dit neemt niet weg dat het de GI nog steeds ontbreekt aan voldoende zicht op zijn leef- en woonsituatie, nu de vader daarover onvoldoende duidelijkheid biedt en op zijn alcoholproblematiek, waarbij ook een rol speelt dat de laatst bij hem afgenomen urinetest niet aan de voorwaarden voldeed. Ook is het van essentieel belang dat de moeder alsnog werkelijk meewerkt aan de hulpverlening.

4.6.

De GI concludeert dat het in de afgelopen periode van de ondertoezichtstelling onvoldoende is gelukt om aan de gestelde doelen te werken, met name omdat hulpverlening onvoldoende van de grond kwam wegens onvoldoende medewerking daaraan van de kant van de ouders en het niet of onvoldoende onderkennen door de moeder van de noodzaak van die hulpverlening. Ook is het de GI onvoldoende gelukt om in de afgelopen tijd daadwerkelijk zicht te krijgen op het functioneren van het gezin. Er bestaan daardoor nog steeds zorgen over de opvoedsituatie, de veiligheid binnen het gezin, de opvoedvaardigheden van de moeder en de algehele ontwikkeling van de kinderen.

5 De standpunten van de belanghebbenden

5.1.

Namens de moeder is door haar advocaat schriftelijk en mondeling aanvullend

- samengevat - aangevoerd dat de moeder alleen woont met de kinderen, dat zij alleen de zorg en opvoeding van de kinderen op zich neemt, de kinderen naar school brengt en ophaalt, hen naar naschoolse activiteiten brengt en ervoor zorgt dat medische afspraken worden nagekomen. Daarnaast werkt de moeder gedurende 32 uren per week in de schoonmaak. De kinderen kunnen zich leeftijdsadequaat ontwikkelen en zij worden niet belast met volwassenzaken. Ook doen de kinderen het goed op school en signaleert de school geen problemen. Verder klopt het niet dat gedurende de periode van de ondertoezichtstelling de vader zich meermalen in of rondom de woning van de moeder bevond. De vader is slechts éénmaal, te weten op 25 augustus 2025 naar de woning gekomen, daarna niet meer. Ook zijn er nadien geen andere incidenten geweest. Evenzeer onjuist is de stelling van de GI dat de vader geen controles zou toelaten op het gebruik van alcoholische drank, nu er wekelijks urinecontroles door de reclassering worden uitgevoerd.

5.2.

Gedurende de looptijd van de ondertoezichtstelling heeft de GI geen hulpverlening voor de kinderen aangeboden. Desondanks krijgen de kinderen de hulpverlening die zij nodig hebben, zij het dat die wordt geregeld door de moeder, onder meer in de vorm van logopedie. Wel erkent de moeder dat hulpverlening door [hulpverlening 1] is geprobeerd in de vorm van opvoedondersteuning. Deze hulpverlening is vervolgens geëindigd, niet omdat de moeder die afwees, maar omdat die onvoldoende aansloot wegens een taalbarrière. Vervolgens is er hulpverlening vanuit [hulpverlening 2] ingezet. Echter is gebleken dat deze instantie uitsluitend ondersteunende werkzaamheden verricht, zoals het maken van afspraken met instanties en het vertalen/tolken bij gesprekken met hulpverlenende instanties. Betreffende werkzaamheden kunnen in een vrijwillig kader worden verricht. Verder is er in de visie van de moeder geen noodzaak om door [accommodatie] onderzoek te laten doen naar haar opvoed-vaardigheden. Zij wil zelf haar kinderen opvoeden zonder dat daar een andere persoon of instantie tussenkomt.

De moeder stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van een zodanig ernstig bedreigde ontwikkeling van de minderjarigen dat een beschermingsmaatregel in de vorm van een ondertoezichtstelling in hun belang noodzakelijk is. Namens de moeder wordt daarom primair het standpunt ingenomen dat het verzoek dient te worden afgewezen. In het geval dat de rechtbank anders mocht oordelen wordt namens de moeder - bij wijze van subsidiair standpunt - verzocht de ondertoezichtstelling te verlengen voor een beperktere periode, opdat in februari 2027 ter gelegenheid van een nadere mondelinge behandeling ter zitting de kinderrechter zal kunnen toetsen of op dat moment aan de wettelijke vereisten van een ondertoezichtstelling nog steeds wordt voldaan. Ook wenst de moeder in geval van een beslissing, waarbij de ondertoezichtstelling wordt verlengd, dat er een andere jeugdbeschermer wordt aangesteld.

5.3.

Door de vader is opgemerkt dat hij samen met de moeder steeds zijn best heeft gedaan om aan de kinderen goede zorg en opvoeding te bieden. Het is daarom voor hem belangrijk dat hij ook in de toekomst de moeder daarin kan blijven ondersteunen en hij met de kinderen, die ook hun vader hard nodig hebben, contact kan onderhouden. Op dat vlak is hij momenteel beperkt in zijn mogelijkheden, nu het hem niet is toegestaan zich in de woning van de moeder en de kinderen te begeven. Dit is één van de redenen waarom hij niet achter een verlenging van de ondertoezichtstelling kan staan. Over zijn persoonlijke omstandigheden kan hij melden dat hij voornamelijk bij vrienden verblijft. Verder wordt door hem aan urinecontroles, afgezien van de eerste 4 maanden, waarin hij wegens ziekte enkele afspraken heeft moeten afzeggen, consequent meegewerkt. Zoals hij al eerder aangaf wil hij over de mogelijkheid beschikken om de moeder te ondersteunen en waar mogelijk te ontlasten, zoals bij het naar school brengen en het ophalen en bij bezoeken aan de huisarts, het aanwezig zijn bij schoolgesprekken en het zorgen voor voeding voor de kinderen. Hij kan samen met de moeder de zorg voor en opvoeding van de kinderen op zich nemen. Verplichte hulpverlening in het kader van een ondertoezichtstelling is daarvoor niet nodig.

6 De beoordeling

Internationale bevoegdheid en toepasselijk recht

6.1.

De kinderrechter stelt vast dat de vader de Nederlandse nationaliteit en de moeder de Sri Lankaanse nationaliteit heeft, dat [minderjarige 1] en [minderjarige 3] beiden de Nederlandse nationaliteit hebben en dat de nationaliteit van [minderjarige 2] onbekend is. Dit brengt mee dat deze zaak een internationaal karakter heeft, waardoor de kinderrechter (ambtshalve) dient te beoordelen of hij in deze zaak internationaal bevoegd is. Indien dit het geval is, dient de kinderrechter het toepasselijk recht te bepalen.

6.2.

Op grond van het bepaalde in artikel 7 lid 1 van de Brussel II-ter Verordening (nr. 2019/1111) zijn ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de minderjarige zijn gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt. Omdat de minderjarigen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, is de Nederlandse rechter internationaal bevoegd om kennis te nemen van het verzoek tot ondertoezichtstelling.

6.3.

Nu de Nederlandse rechter bevoegd is op het verzoek te beslissen, zal op grond van het bepaalde in artikel 15 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 Nederlands recht op de verzoeken toegepast worden.

Het inhoudelijke verzoek

6.4.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[_024e43e1-30e4-4bfa-ac7a-b1e4d3735ecb] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

6.5.

[minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] zijn onder toezicht gesteld omdat zij langdurig zijn blootgesteld aan huiselijk geweld, een ernstig vervuilde woonomgeving en een instabiele opvoedsituatie, wat heeft geleid tot fysiek en emotioneel onveilige situaties. Ondersteuning in een vrijwillig kader is onvoldoende gebleken om die ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. Als doelstellingen, waarin in het kader van de ondertoezichtstelling diende te worden gewerkt gelden (a) het verkrijgen van zicht op de situatie van de gezinsleden, (b) de kinderen kunnen zich leeftijdsadequaat ontwikkelen en worden niet belast met volwassen zaken, (c) de kinderen krijgen de hulpverlening die zij nodig hebben en (d) de vader komt de afspraken na en gaat in behandeling bij Novadic Kentron.

6.6.

Uit de inhoud van de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat aan de doelstellingen van de ondertoezichtstelling niet of nauwelijks kon worden gewerkt. Dit ondanks dat door de GI meerdere hulpverlenende instanties zijn benaderd om de opvoedvaardigheden van de moeder te onderzoeken, bedoeld om aan haar passende ondersteuning te kunnen bieden. Deze hulpverlening kreeg vervolgens geen ingang of had onvoldoende resultaat, omdat de moeder - uiteindelijk - aangaf geen hulpverlening nodig te hebben. Er kon daardoor ook geen concreet zicht worden verkregen op de zorg- en opvoedsituatie van de kinderen bij de moeder. Bovendien is uit de opstelling van de kinderen gebleken dat zij zich daarover niet (langer) vrijelijk durven uit te spreken. Daarbij komt nog dat in de afgelopen periode de vader ten minste één maal - in strijd met gemaakte afspraken - in de woning van de moeder en de kinderen is geweest en hij zich meerdere malen rondom de woning van de moeder heeft begeven, waardoor de GI zich genoodzaakt zag tot het afgeven van een SA over te gaan. Verder heeft de GI gezocht naar hulpverlening voor de vader om hem te ondersteunen bij zijn alcoholproblematiek, maar zag zij zich vervolgens met de situatie geconfronteerd dat de vader deze problematiek niet of althans onvoldoende onderkent. De vader werkte niet mee aan de afspraken, bedoeld om zijn drankgebruik te volgen en daarop controles uit te oefenen. Ook is de vader voor de GI op enig moment uit beeld geraakt. Hoewel de vader inmiddels weer in beeld is, wordt door hem nog steeds onvoldoende openheid geboden over zijn woon- en leefsituatie, wat maakt dat de GI niet kan beoordelen welke rol/positie hij als ouder/opvoeder in het leven van de kinderen nu en in de toekomst kan (gaan) vervullen.

6.7.

Uit de hiervóór beschreven omstandigheden volgt naar het oordeel van de kinderrechter dat de zorgen over de zorg- en opvoedsituatie van de kinderen, die tot een ondertoezichtstelling hebben geleid, nog steeds actueel zijn. De hulpverlening en regievoering daarover in het kader van de ondertoezichtstelling was/is nadrukkelijk bedoeld om de ouders te begeleiden, om de benodigde hulpverlening duurzaam op gang te brengen, om zicht te kunnen blijven houden op de veiligheid van de kinderen en om te kunnen blijven volgen of de ouders in staat zijn blijvende positieve veranderingen te realiseren. Te concluderen valt dat om redenen, als toegelicht in rechtsoverweging 6.6, de ondertoezichtstelling niet volgens deze lijn kon worden uitgevoerd en dit tot gevolg heeft gehad dat de drie kinderen nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig en de kinderrechter ziet geen aanleiding om de ondertoezichtstelling te verlengen voor een kortere duur dan verzocht.

6.8.

De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] voor de duur van een jaar.

6.9.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

7 De beslissing

De kinderrechter:

7.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1], [minderjarige 2] en [minderjarige 3] met ingang van

24 juni 2026 tot 24 juni 2027;

7.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van Baremans als griffier, en op schrift gesteld op 12 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.