Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6124Zaaknummer C/02/448850 / FA RK 26-2833

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
13 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448850 / FA RK 26-2833
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verzoek voortzetten crisismaatregel afgewezen vanwege geen vermoeden van psychische stoornis.

De rechtbank:

6.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr. Van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 22 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer: C/02/448850 / FA RK 26-2833

Datum uitspraak: 8 juni 2026

Beschikking voortzetting crisismaatregel

op het verzoek van de officier van justitie voor:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1936 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [plaats 1],

met een crisismaatregel opgenomen in [accommodatie] te [plaats 2], maar thans verblijvende in [locatie] te [plaats 3],

advocaat: mr. S. van de Voorde uit Middelburg.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van 5 juni 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 5 juni 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juni 2026, in het hierboven genoemde [locatie] te [plaats 3]. Daarbij zijn verschenen en gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;

- mevrouw dr. [persoon 1], klinisch geriater;

- mevrouw [persoon 2], specialist ouderengeneeskunde;

- [persoon 3], verpleegkundige;

- mevrouw [persoon 4], oudste dochter van betrokkene;

- mevrouw [persoon 5], jongste dochter van betrokkene.

2 Wat vaststaat

2.1.

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] te [plaats 2]. De burgemeester van Goes heeft de crisismaatregel op 5 juni 2026 afgegeven.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken, met de volgende vormen van verplichte zorg:

- het toedienen van vocht en voeding;

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- het insluiten;

- het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- het onderzoeken aan kleding of lichaam;

- het onderzoeken van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

- het controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;

- het opnemen in een accommodatie.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat zij terug naar huis wil. Zij weet niet waarom zij momenteel in het ziekenhuis verblijft.

4.2.

De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek. De afgelopen dagen is duidelijk geworden dat er sprake is van een dementieel beeld bij betrokkene. Er is dus geen sprake van een vermoeden van een psychische stoornis en daarom voldoet het verzoek niet aan de vereisten van de wet. De advocaat acht het passend dat er spoedig een inbewaringstelling ten aanzien van betrokkene wordt aangevraagd, zodat betrokkene zo snel mogelijk op een passende plek terechtkomt, waar zij voor langere tijd kan blijven. Hierbij moet worden voorkomen dat betrokkene nog vaker wordt overgeplaatst.

4.3.

De klinisch geriater benoemt dat er bij betrokkene sprake is van vasculaire dementie. In 2022 is betrokkene al eens in het ziekenhuis onderzocht vanwege problemen met haar geheugen. De geheugentesten gingen toen slecht en betrokkene had al meerdere herseninfarcten gehad en heeft suikerziekte. Daardoor heeft zij een kwetsbaar brein. Er werd toen al gedacht aan vasculaire dementie, maar de diagnose is toen niet officieel gesteld. Destijds ging het ook nog redelijk thuis met betrokkene. Nu is zelfstandig wonen geen optie meer voor haar. Zij weet veel niet meer en haar functioneren gaat steeds verder achteruit. Volgens de klinisch geriater zijn er vanuit de dementie nu ook psychiatrische problemen bij betrokkene ontstaan. Betrokkene is erg wisselend in haar gedrag en is met momenten heel achterdochtig en weigert dan haar medewerking aan de zorg. Zij verblijft momenteel vanuit [accommodatie] in het ziekenhuis vanwege een lage bloedsuikerspiegel. Dit is nu hersteld en betrokkene hoeft daarom niet langer in het ziekenhuis opgenomen te blijven.

4.4.

De specialist ouderengeneeskunde benoemt dat betrokkene met spoed, in eerste instantie op vrijwillige basis, is opgenomen in de ouderenpsychiatrie kliniek van [accommodatie] vanwege fysieke en verbale agressie in de thuissituatie. Er zijn ernstige incidenten geweest, onder andere met een mes. Daarnaast kreeg betrokkene in de thuissituatie zo’n drie of vier keer per dag ondersteuning bij de alledaagse levensverrichtingen, eten, drinken en haar medicatie. Dit was een onhoudbare situatie geworden. Na een goede en rustige eerste dag in [accommodatie] sloeg het gedrag van betrokkene in de eerste nacht om en was er naast fysieke en verbale agressie ook sprake van verzet tegen de opname. Terug naar huis is echter geen optie meer voor betrokkene en daarom is er ten aanzien van betrokkene een crisismaatregel verleend. Ten tijde van de opname was nog niet duidelijk of het gedrag van betrokkene voortvloeit uit een psychiatrisch ziektebeeld of dementie. Het was de bedoeling om dat in [accommodatie] uit te zoeken. Door de opname van betrokkene in het ziekenhuis vanwege lage bloedsuikers is de situatie in een stroomversnelling terecht gekomen. Inmiddels is gebleken dat er vermoedelijk sprake is van vasculaire dementie bij betrokkene. Haar probleemgedrag komt daar mogelijk uit voort. Betrokkene dient dan ook te worden opgenomen op een afdeling die gespecialiseerd is in probleemgedrag in het kader van dementie.

4.5.

De verpleegkundige benoemt in aanvulling op de specialist ouderengeneeskunde dat betrokkene naast verzet tegen haar opname in [accommodatie] ook haar medicatie weigerde. Er moest worden ingegrepen.

4.6.

De dochters van betrokkene hebben tijdens de zitting toegelicht dat betrokkene vermoedelijk belast is met dementie. In de thuissituatie waren er zorgen. Daarom dient betrokkene in een verpleeghuis te worden opgenomen. De dochters vinden het erg kwalijk dat [accommodatie] de medicatie van betrokkene niet goed heeft opgevolgd, waardoor betrokkene in verband met lage bloedsuikers moest worden opgenomen in het ziekenhuis. Zij hebben geen vertrouwen meer in [accommodatie] en willen niet dat hun moeder daar weer gaat verblijven.

5 De beoordeling

5.1.

Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is duidelijk geworden dat er ten aanzien van betrokkene geen vermoeden bestaat dat sprake is van een psychische stoornis in de zin van de Wvggz. Volgens de klinisch geriater is er namelijk sprake van vasculaire dementie bij betrokkene, en vloeien daaruit haar gedragsproblemen voort. Dit betekent dat er niet wordt voldaan aan de wettelijke eis voor het voortzetten van de crisismaatregel. De rechtbank zal het voorliggende verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel dan ook afwijzen.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 door mr. Van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 22 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.