Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6123Zaaknummer C/02/442757 / JE RK 25-2184

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
8 juni 2026
Publicatiedatum
12 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/442757 / JE RK 25-2184
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing aangehouden deel verzoek ondertoezichtstelling.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

stelt [minderjarige] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 16 juni 2026 tot 16 december 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Phillips, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026, in aanwezigheid van Van Diepen als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verdere verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/442757 / JE RK 25-2184

Datum uitspraak: 8 juni 2026

Nadere beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling

in de zaak van

de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,

Zeeland–West-Brabant, Breda,

hierna te noemen de Raad,

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedag] 2021 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats].

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- de beschikking van 16 december 2025;

- het bericht van de GI met bijlagen van 20 maart 2026;

  • het bericht van de Raad van 9 april 2026;
  • de op 28 en 29 mei 2026 ontvangen e-mails van de moeder;
  • de op 1 juni 2026 ontvangen e-mail van de vader;
  • het bericht van de GI van 1 juni 2026.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

[minderjarige] woont bij zijn moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 december 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 16 december 2025 tot 16 juni 2026.

3 Het verzoek

3.1.

Aan de orde is nog het resterende deel van het verzoek van de Raad om [minderjarige] onder toezicht te stellen tot 16 december 2026 en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

4.1.

Op 20 maart 2026 heeft de GI de rechtbank bericht dat na het uitspreken van de ondertoezichtstelling bij beschikking van 16 december 2025 nog geen vaste jeugdbeschermer beschikbaar was, waardoor de bureaudienst de zaak in het begin heeft waargenomen. Op 10 februari 2026 is de vaste jeugdbeschermer van start gegaan. De jeugdbeschermer ervaart een prettige samenwerking met beide ouders. Inmiddels heeft een aanmelding plaatsgevonden voor ouderschapsbemiddeling bij [hulpverlening] en ook is de vader bij [hulpverlening] aangemeld voor een individueel traject. Sinds het ingaan van de ondertoezichtstelling zijn er geen nieuwe Veilig Thuis meldingen meer bijgekomen en de ouders zijn bereid om mee te werken aan de doelen zoals geformuleerd in de beschikking van 16 december 2025. De GI acht het van belang dat het aangehouden deel van het verzoek wordt toegewezen. De wachttijd voor de hulpverlening via [hulpverlening] is drie maanden, wat inhoudt dat de hulpverlening pas in juni 2026 kan starten. De komende zes maanden kan er gewerkt worden aan de doelen uit het zorgplan van de GI.

4.2.

De Raad heeft bij brief van 9 april 2026 het restant verzoek gehandhaafd. Uit de stukken overgelegd door de GI blijkt dat de doelen voor de ondertoezichtstelling nog ongewijzigd en actueel zijn. De benodigde hulpverlening moet nog opgestart worden en heeft dus nog onvoldoende resultaat opgeleverd. De Raad stelt dat de gronden voor de ondertoezichtstelling nog actueel zijn.

4.3.

Bij e-mail van 28 mei 2026 heeft de moeder om medische redenen om uitstel van de zitting verzocht. Vervolgens heeft zij, desgevraagd, op 29 mei 2026 de kinderrechter bericht dat zij het eens is met een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden.

4.4.

De vader heeft bij e-mail van 1 juni 2026 de kinderrechter bericht dat hij het eens is met de verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van zes maanden.

4.5.

Bij brief van 1 juni 2026 heeft de GI verzocht, nu beide ouders instemmen met het verlenen van de ondertoezichtstelling voor de restant periode, om de zaak schriftelijk af te doen.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat nog steeds aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling wordt voldaan.[_0efd71bf-4c71-41fa-972e-349e793e328c] Sinds de start van de ondertoezichtstelling zijn er geen Veilig Thuis meldingen meer bij gekomen. De ouders zijn bereid om mee te werken aan de doelen zoals geformuleerd in de beschikking van 16 december 2025. Beide ouders gaan de samenwerking met de GI aan. Inmiddels heeft een aanmelding plaatsgevonden voor ouderschapsbemiddeling bij [hulpverlening] en is de vader aangemeld voor een individueel traject bij [hulpverlening]. Nu deze hulpverlening naar verwachting pas in juni 2026 gaat starten, zal de kinderrechter de ondertoezichtstelling voor de resterende duur verlenen, zodat de hulpverlening vanuit [hulpverlening] kan starten en gemonitord en tevens gewerkt kan worden aan de doelen zoals geformuleerd in de beschikking van 16 december 2025.

5.2.

De ondertoezichtstelling is daarom in dit geval nodig. De kinderrechter stelt [minderjarige] onder toezicht van de GI voor de duur van het resterende deel van het verzoek, zijnde tot 16 december 2026.

5.3.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

stelt [minderjarige] onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 16 juni 2026 tot 16 december 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. Phillips, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026, in aanwezigheid van Van Diepen als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.