Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 8 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6115Zaaknummer C/02/447562 / FA RK 26-2164
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 8 juni 2026
- Publicatiedatum
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/447562 / FA RK 26-2164
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Rechterlijke machtiging.
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1958 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 december 2026.
| Deze beschikking is gegeven door mr. Donders, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 in aanwezigheid van mr. Palings, griffier. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447562 / FA RK 26-2164
Datum uitspraak: 8 juni 2026
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1958 te [geboorteplaats],
hierna te noemen: betrokkene,
wonend te [plaats],
advocaat: mr. J.H.P.M. Verhagen te Breda.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 23 april 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [persoon 1], casemanager;
- de heer [persoon 2], echtgenoot van betrokkene;
- de heer [persoon 3], zoon van betrokkene.
2 Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.
3 De standpunten
Betrokkene wil niet opgenomen worden in een zorginstelling. Zij wil het liefst thuis blijven wonen.
De casemanager verwijst naar haar aanvraag voor de rechterlijke machtiging van 16 april 2026. De echtgenoot van betrokkene zorgt al jarenlang voor betrokkene, maar dit is gelet op de zorgzwaarte niet langer mogelijk. Het is daarom noodzakelijk dat betrokkene wordt opgenomen in een zorginstelling waar haar de benodigde zorg kan worden geboden.
De echtgenoot van betrokkene brengt naar voren dat het verblijf van betrokkene in de thuissituatie niet langer houdbaar is. De zorg voor betrokkene wordt namelijk steeds zwaarder. De echtgenoot van betrokkene vindt het belangrijk dat betrokkene kan worden opgenomen bij de [accommodatie]. Daar gaat zij ook naar dagbesteding en voelt zij zich prettig.
De zoon van betrokkene verklaart dat de echtgenoot van betrokkene al langere tijd voor betrokkene zorgt, maar daarbij over zijn eigen grenzen gaat. Hoewel het pijnlijk is dat betrokkene moet worden opgenomen in een zorginstelling, kan het op deze manier in de thuissituatie niet langer zo doorgaan.
De advocaat van betrokkene verklaart dat betrokkene graag thuis wil blijven wonen. Gelet op de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting is besproken, refereert de advocaat van betrokkene zich aan het oordeel van de rechtbank.
4 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten dementie. Deze diagnose is reeds in 2013/2014 gesteld.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing.
De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat sprake is van ernstige overbelasting van de echtgenoot van betrokkene, die al langere tijd intensief voor betrokkene zorgt. De zorg voor betrokkene is in de afgelopen jaren steeds zwaarder geworden en omvat inmiddels vrijwel alle dagelijks taken, waarbij betrokkene zich tegen hulp verzet en thuiszorg weigert.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Zij begrijpt niet waarom een opname in een zorginstelling nodig is en wil graag thuis blijven wonen, hetgeen zij tijdens de zitting duidelijk naar voren heeft gebracht.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Betrokkene heeft 24-uurszorg en begeleiding nodig en haar echtgenoot kan dit niet langer bieden. De echtgenoot van betrokkene is volledig uitgeput geraakt na langdurige overbelasting en de inzet van extra thuiszorg is geen haalbare oplossing, ook omdat betrokkene thuiszorg weigert en zich verzet tegen hulp in de thuissituatie.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
5 De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1958 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 december 2026.
| Deze beschikking is gegeven door mr. Donders, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 juni 2026 in aanwezigheid van mr. Palings, griffier. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.