Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6037Zaaknummer C/02/447411 / JE RK 26-693

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
30 juli 2026
Zaaknummer
C/02/447411 / JE RK 26-693
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing verlenging OTS en verlenging MUHP, in verband met gezagsbeëindiging van de ouders en toekenning voogdij aan de GI.

De rechtbank:

5.1.

wijst de verzoeken af.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026 door mr. Toekoen, mr. Bogaert en mr. Van den Heuvel-Beerens, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas, als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummers: C/02/447411 / JE RK 26-693

Datum uitspraak: 5 juni 2026

Beschikking van de meervoudige kamer over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling

Stichting Jeugdbescherming Brabant,

locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI,

over

[minderjarige],

geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige].

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats 1],

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats 2],

advocaat: mr. A.G. Ouwejan,

[de gezinshuisouders],

hierna te noemen: de gezinshuisouders,

gevestigd in [woonplaats 3].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 15 april 2026.

1.2.

De zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 21 mei 2026. Daarbij waren aanwezig:

  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk in de Poolse taal;
  • de advocaat van de vader,

- een vertegenwoordiger van de GI.

De vader is niet op de zitting verschenen. De gezinshuisouders zijn, zoals zij vooraf aan de rechtbank hebben laten weten, niet verschenen.

1.3.

De zaak met het kenmerk C/02/445242 / FA RK 26/901 over het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming (verder: de Raad) tot de beëindiging van het gezag van de vader en van de moeder is gelijktijdig op zitting behandeld. In dat kader waren tijdens de zitting ook aanwezig een vertegenwoordiger van de Raad en, als informant, de grootvader (vaderszijde) van [minderjarige], de heer [persoon].

1.4.

[minderjarige] is in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken. Zij heeft op 20 mei 2026 via videobellen met de voorzitter van de meervoudige kamer gesproken.

2 De feiten

2.1.

De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].

2.2.

[minderjarige] staat onder toezicht van de GI sinds 8 juni 2021. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 26 november 2025 laatstelijk de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening verlengd met ingang van 8 december 2025 tot 8 juni 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden. Ook verzoekt de GI om de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte voorziening te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt daarnaast om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank overweegt als volgt. Bij beschikking van deze rechtbank van heden, 5 juni 2026, in de zaak met het kenmerk C/02/445242 / FA RK 26/901 is het gezag van de moeder en van de vader over [minderjarige] beëindigd en is de GI belast met de voogdij over haar. Gezien het feit dat de GI door deze beslissing de voogdij over [minderjarige] draagt, heeft zij geen belang meer bij voormelde verzoeken en komt de rechtbank niet meer toe aan de beoordeling hiervan. Dit betekent dat de verzoeken zullen worden afgewezen.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

wijst de verzoeken af.

Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026 door mr. Toekoen, mr. Bogaert en mr. Van den Heuvel-Beerens, kinderrechters, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas, als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.