Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6023Zaaknummer C/02/448411 / FA RK 26-2613

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
4 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448411 / FA RK 26-2613
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing van een verzoek om een zorgmachtiging. Sprake van mogelijkheden van betrokkene om de hulp in een vrijwillig kader te accepteren.

De rechtbank:

6.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026 door mr. Gremmen, rechter, in aanwezigheid van Weterings, griffier en op schrift gesteld op 12 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448411 / FA RK 26-2613

Datum uitspraak: 5 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. M.A.J. Timmermans-Roelands uit Bergen op Zoom.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 21 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 juni 2026 op het adres van betrokken. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • mevrouw [persoon], casemanager.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft bij beschikking van 24 juni 2025 een zorgmachtiging verleend voor betrokkene tot 24 juni 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene geeft aan dat hij het liefst geen zorgmachtiging meer wil. Hij ontkent dat hij ziek is, maar hij begrijpt wel waarom er wordt gezegd dat hij een psychische stoornis heeft. Betrokkene merkt dat de medicatie die hij krijgt werkt. Het heeft gelukkig geen vervelende bijwerkingen. Betrokkene geeft aan dat hij zijn medicatie, medische controles en de zorg van de GGZ zal blijven accepteren. Ook indien er geen zorgmachtiging meer is.

4.2.

De casemanager stelt dat het de afgelopen twee jaren goed (stabiel) gaat met betrokkene. Betrokkene vindt het niet fijn om medicatie (met een spuit) te krijgen. Het verrichten van medische controles is nodig, omdat betrokkene niet wil dat er bloed wordt afgenomen. Een zorgmachtiging is (nog steeds) nodig om ervoor te zorgen dat het ook goed blijft gaan. Aan de andere kant geeft betrokkene al lang niet meer aan dat hij geen medicatie wil. Wanneer het verplichte kader er niet meer is, dan bestaat het risico dat betrokkene het toedienen van de medicatie niet langer meer gaat accepteren. Dat leidt dan tot een ontregeling en ernstig nadeel, waarbij hij bijvoorbeeld het risico loopt om zijn woning kwijt te raken. Dit risico zal er altijd zijn. Op de vraag van de rechtbank of een zelfbindingsverklaring een alternatief is, antwoordt de casemanager bevestigend. Daarbij kan ze er zich in vinden om de zorg in het vrijwillig kader verder voort te zetten.

4.3

De advocaat verzoekt de rechtbank om het verzoek om een zorgmachtiging af te wijzen. De laatste jaren gaat het goed met betrokkene en neemt hij trouw zijn medicatie. Er is de afgelopen jaren ook geen sprake geweest van het toepassen van verplichte zorg (artikel 8.9 Wvggz). Betrokkene verdient nu de kans om de hulp in een vrijwillig kader te accepteren. Subsidiair verzoekt de advocaat om alleen de vorm van verplichte zorg “toedienen van medicatie” op te nemen. Het verrichten van medische controles is niet nodig, omdat betrokkene goed is ingesteld op zijn medicatie. Het aanbrengen van beperkingen het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen is ook niet meer nodig, in ieder geval niet het gedeelte dat ziet op de communicatiemiddelen.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank wijst het verzoek van het openbaar ministerie om een zorgmachtiging te verlenen af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen. Betrokkene geeft aan dat hij niet ziek is, maar de rechtbank heeft geen gegronde redenen om te twijfelen aan de bevindingen in de medische verklaring en de bevindingen van de behandelaars.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige psychische schade;

- ernstige materiële schade;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang;

- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;

- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

5.4.

Uit de stukken bij het verzoekschrift blijkt dat betrokkene agressief naar anderen kan reageren. Betrokkene veroorzaakte geluidsoverlast door ’s nachts te schreeuwen, waardoor hij agressie van anderen oproept. Ook loopt betrokkene hierdoor het risico om uit zijn woning te worden gezet. Betrokkene heeft zijn eigen huisraad vernield. Er is tevens sprake van een risico op zelfverwaarlozing en verwaarlozing van de woning.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

De rechtbank begrijpt de zorg van de casemanager dat indien betrokkene zijn medicatie niet meer inneemt, hij weer kan gaan decompenseren. Geconstateerd wordt echter dat het de afgelopen jaren goed gaat met betrokkene. Hij laat een stabiele toestandsbeeld zien en hij accepteert steeds zijn (depot)medicatie en de hulp van de GGZ. Betrokkene wil het liefst geen zorgmachtiging meer en de rechtbank vindt op basis van de positieve ontwikkelingen dat hij de kans verdient om de passende hulp voortaan in een vrijwillig kader te accepteren. De rechtbank geeft de casemanager in overweging mee om met betrokkene een zelfbindingsverklaring op te stellen, zodat snel ingegrepen kan worden mocht betrokkene gaan decompenseren in de toekomst.

5.7.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2026 door mr. Gremmen, rechter, in aanwezigheid van Weterings, griffier en op schrift gesteld op 12 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

  • Artikel 8.9 Wvggz

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.