Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 5 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6021Zaaknummer C/02/448920 / JE RK 26-986

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
5 juni 2026
Publicatiedatum
4 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448920 / JE RK 26-986
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Middelburg
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Spoedverzoek uithuisplaatsing. Mondeling verzoek wijkt af van schriftelijk verzoek.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 5 juni 2026 en tot 19 juni 2026;

5.2.

verklaart de beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

5.4.

roept de GI en de moeder op voor de zitting van mr. Zuijdweg op [datum] 2026 om [uur] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan Kousteensedijk 2 in Middelburg;

5.5.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting voor de GI en de moeder;

5.6.

vraagt de griffier [minderjarige 2] op te roepen voor een kindgesprek;

5.7.

wijst het spoedverzoek strekkende tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige 1], af.

Deze beschikking is mondeling gegeven op 5 juni 2026 door mr. Zuijdweg, kinderrechter en schriftelijk uitgewerkt op 9 juni 2026 in aanwezigheid van Casant, griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Middelburg

Zaaknummer:C/02/448920 / JE RK 26-986

Datum uitspraak: 5 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING, locatie Eindhoven, hierna te noemen: de GI.

over

[minderjarige 1], geboren op [geboortedag] 2012 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 1],

[minderjarige 2], geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:

- het mondelinge verzoek van de GI op 5 juni 2026.

Op 8 juni 2026 is ontvangen:

- de schriftelijke bevestiging van het verzoek van 5 juni 2026.

2 De feiten

2.1.

De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] (zie ook r.o. 5.2. van de beschikking (C/02/439584 / JE RK 25-1630) van 9 oktober 2025).

2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de moeder.

2.3.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 9 oktober 2025 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht gesteld met ingang van 9 oktober 2025 en tot 9 oktober 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI heeft mondeling verzocht een spoedmachtiging af te geven tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van vier weken. Ook heeft de GI verzocht om te beslissen op het verzoek zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. De schriftelijke weergave van het verzoek wijkt af van dit verzoek nu daarin is opgenomen een verzoek strekkende tot het verlenen van een spoedmachtiging voor de duur van vier weken met aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] voor de duur van een maand. Dit afwijkende verzoek, te weten de aanvulling voor de duur van een maand, wordt door de kinderrechter in de onderhavige beschikking van het spoedverzoek en de beoordeling daarvan, niet meegenomen. Zij vat dit op als een apart regulier verzoek.

4 De beoordeling

[minderjarige 2];

4.1.

De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [minderjarige 2] heeft op 5 juni 2026 op school letsel laten zien in de vorm van aanzienlijk blauwe plekken, striemen en een (vermoedelijk al wat ouder) wondje op haar pols. Naar aanleiding van hetgeen [minderjarige 2] hierover in vertrouwen heeft verteld is een Veilig Thuis melding gedaan, welke is doorgezet naar de GI. De GI heeft al langere tijd vermoedens van huiselijk geweld richting [minderjarige 2], gelet op terugkerende verwondingen en tegenstrijdige uitspraken hierover. [minderjarige 2] zou uitspraken hebben gedaan dat de verwondingen door “ze” zijn toegebracht, maar tot nu toe is onduidelijk wie “ze” is of zijn. De minderjarigen zijn onder toezicht gesteld en de GI stelt dat de aanleiding voor het onderzoek door de Raad destijds kwam door zorgmeldingen bij Veilig Thuis over opvoedingsproblemen en slaan. Dit werd echter door de moeder ontkend en de stiefvader heeft destijds zijn verklaring over het slaan, ingetrokken. Naar aanleiding van een eerder letsel bij [minderjarige 2] (bloedlip en onduidelijke uitspraken hierover) heeft de GI twee weken geleden een huisbezoek gebracht. Daarbij viel het de GI op dat er geen enkel speelgoed in huis lag. [minderjarige 2] heeft eerdere verklaringen over letsel ingetrokken en vervolgens gezegd dat zij zelf de oorzaak was van het ontstaan van het letsel, dat niemand het gedaan heeft en ook niemand het mag weten. De GI bemerkt daarnaast een patroon waarbij de moeder steeds minder hulpverlening binnenlaat en ook weigert hulpverlening in haar eigen taal te accepteren. [hulpverlening] is wel betrokken (geweest) bij het gezin, maar wil de GI geen informatie geven over haar bevindingen in de thuissituatie. De GI wil het letsel laten onderzoeken door een forensisch arts, hetgeen niet op voorhand kan vanwege angst voor represailles en meer letsel. Tot slot zijn er ten aanzien van [minderjarige 2] zorgen over mogelijk zelfbeschadigend gedrag (suïcidale gedachten) en eetproblemen. De GI vindt het noodzakelijk om [minderjarige 2] in veiligheid te brengen en op zeer korte termijn onderzoek te laten verrichten naar het letsel.

4.2.

Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige 2] dat zij uit huis wordt geplaatst. Gelet daarop zal de kinderrechter de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verlenen voor de duur van twee weken, te weten met ingang van 5 juni 2026 en tot 19 juni 2026, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. De beslissing op het resterende deel van het verzoek wordt aangehouden.

4.3.

De kinderrechter zal pas een verdere beslissing nemen op het verzoek nadat betrokkenen zijn gehoord. De mondelinge behandeling zal derhalve plaatsvinden op [datum] 2026 om [uur]. Voor die zitting wordt 45 minuten uitgetrokken. [minderjarige 2] zal via een aparte brief een uitnodiging ontvangen voor een gesprek met de kinderrechter.

4.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

[minderjarige 1]:

4.5.

De kinderrechter constateert dat de GI ten aanzien van [minderjarige 1] zorg heeft dat zij sociaal wenselijk gedrag vertoont, waarbij de GI opmerkt dat zij zelfs te sociaal wenselijk en te perfect gedrag vertoont. De GI heeft bij [minderjarige 1] geen letsel waargenomen en heeft verder onvoldoende zicht op hoe het met [minderjarige 1] gaat in de thuissituatie. De kinderrechter kan aldus op dit moment onvoldoende vaststellen dat ten aanzien van [minderjarige 1] sprake is van een situatie waarbij het in het belang van de verzorging en opvoeding van [minderjarige 1] noodzakelijk is dat zij met spoed uit huis wordt geplaatst. De kinderrechter zal gelet daarop het verzoek ten aanzien van de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 1], afwijzen. Dit neemt niet weg dat de kinderrechter zich ook veel zorgen maakt over [minderjarige 1], aangezien zij in hetzelfde gezin opgroeit als haar zusje [minderjarige 2].

In beide zaken;

4.6.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 5 juni 2026 en tot 19 juni 2026;

5.2.

verklaart de beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;

5.4.

roept de GI en de moeder op voor de zitting van mr. Zuijdweg op [datum] 2026 om [uur] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, aan Kousteensedijk 2 in Middelburg;

5.5.

bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting voor de GI en de moeder;

5.6.

vraagt de griffier [minderjarige 2] op te roepen voor een kindgesprek;

5.7.

wijst het spoedverzoek strekkende tot het verlenen van een machtiging tot uithuisplaatsing ten aanzien van [minderjarige 1], af.

Deze beschikking is mondeling gegeven op 5 juni 2026 door mr. Zuijdweg, kinderrechter en schriftelijk uitgewerkt op 9 juni 2026 in aanwezigheid van Casant, griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.