Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:6017Zaaknummer C/02/448461 / FA RK 26-2641
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 4 juni 2026
- Publicatiedatum
- 5 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/448461 / FA RK 26-2641
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
ZM op ZM.
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 juni 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 door mr. Jansen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 15 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448461 / FA RK 26-2641
Datum uitspraak: 4 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
thans verblijvende in een [accommodatie], locatie: [locatie],
advocaat mr. P. Doorakkers uit Oosterhout.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 21 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 juni 2026 in de accommodatie waar betrokkene momenteel verblijft. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- [persoon 1], psychiater;
- [persoon 2], FACT-medewerker.
Tevens tijdens de zitting aanwezig, maar niet gehoord:
- [persoon 3], teamleider HIC-afdeling.
2 Wat vaststaat
Bij beschikking van deze rechtbank van 30 december 2026 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 30 juni 2026.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
4 De standpunten
Betrokkene brengt naar voren dat hij graag naar huis wil. Volgens hem is het altijd goed gegaan, waardoor hij de opname onnodig acht. Op dit moment is er geen sprake van een psychose. Hij is in het verleden gedrogeerd en wakker gehouden waardoor het niet goed met hem ging. De hulpverlening gelooft hem echter niet. Hij vindt de medicatie dan ook niet nodig en accepteert deze uitsluitend omdat dit verplicht is in het kader van de zorgmachtiging. Voorts geeft betrokkene de voorkeur aan orale medicatie, omdat hij niet in een keer, via een depot, zoveel medicatie in zijn lichaam wil hebben.
De psychiater verklaart dat betrokkene is opgenomen vanwege een psychische decompensatie. Tijdens de opname is gestart met medicatie, maar betrokkene heeft aangegeven het niet eens te zijn met deze behandeling. De psychiater ziet dat betrokkene de medicatie momenteel wel inneemt, maar uitsluitend omdat dit op grond van de machtiging van hem wordt verlangd. Daarnaast bestaat het risico dat betrokkene zijn woning verliest indien hij in de thuissituatie opnieuw overlast veroorzaakt. Het psychotische toestandsbeeld is momenteel meer naar de achtergrond verdwenen door het gebruik van medicatie. De psychiater acht het van belang deze behandeling voort te zetten en dit, in samenwerking met het FACT-team, ook in de thuissituatie te continueren.
De FACT-medewerker onderschrijft het standpunt van de psychiater.
De advocaat voert aan dat betrokkene zich niet herkent in de inhoud van het dossier. Volgens betrokkene heeft hij geen last van waanbeelden, zodat hij ook geen noodzaak ziet voor verlenging van de zorgmachtiging. Om die reden verzoekt de advocaat primair om afwijzing van het verzoek. Subsidiair verzoekt de advocaat, indien de rechtbank een zorgmachtiging noodzakelijk acht, de verplichte zorgvorm ‘het toedienen van medicatie’ niet op te nemen. Mocht de rechtbank deze zorgvorm toch noodzakelijk achten, dan verzoekt de advocaat te bepalen dat de medicatie niet in depotvorm wordt toegediend.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft een stoornis gelegen in het schizofreniespectrum en andere psychotische stoornissen. Daarnaast is er sprake van een autismespectrumstoornis.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Onder invloed van bovengenoemde psychische stoornis, kampt betrokkene met paranoïde psychotische klachten. Betrokkene is er bijvoorbeeld van overtuigd dat de buren hem proberen te vergiftigen. In psychotisch toestandsbeeld heeft betrokkene eerder vanuit zijn achterdocht een buurman met een hamer geslagen en vernielingen aangericht. Vanwege de overlast die betrokkene in deze toestand veroorzaakt, dreigt ook uithuiszetting. Daarnaast raakt betrokkene vanwege zijn achterdocht geïsoleerd, aangezien hij zijn huis nauwelijks uitkomt vanuit de angst om vergiftigd te worden.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene volledig aan ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene heeft geen idee waarom hij is opgenomen en heeft ook geen vertrouwen in het behandelteam omdat zij hem niet geloven. Betrokkene komt momenteel enkel op de gemaakte afspraken vanwege de zorgmachtiging, maar blijft zijn medicatie weigeren. Daarnaast doet betrokkene uitspraken als: ‘als jullie willen dat ik medicatie ga gebruiken, zullen jullie mij moeten opnemen’. Het vermoeden is dat betrokkene zonder zorgmachtiging zich direct zal onttrekken aan de zorg. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid – indien noodzakelijk en voor een maximale duur van twee weken;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie – indien noodzakelijk en voor een maximale duur van twee weken.
De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn. Nu de behandelaar heeft aangegeven dat betrokkene binnen een week naar huis zal gaan heeft de rechtbank de opname en de daarbij behorende vorm “het beperken van de bewegingsvrijheid” slechts toegewezen voor twee weken.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van twaalf maanden.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1985 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 juni 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 door mr. Jansen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 15 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.