Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 4 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:6006Zaaknummer C/02/448451 / FA RK 26-2636

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
6 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448451 / FA RK 26-2636
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

ZM op ZM.

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 juni 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 door mr. Jansen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 15 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448451 / FA RK 26-2636

Datum uitspraak: 4 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats 1],

thans verblijvende in een [accommodatie], locatie: [locatie] te [plaats 1],

advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 21 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 4 juni 2026 bij een locatie van [accommodatie]. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • [persoon 1], verpleegkundig specialist;
  • [persoon 2], psychiater;
  • [persoon 3], curator

2 Wat vaststaat

2.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 30 januari 2026 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 30 juli 2026.

2.2.

Betrokkene is onder curatele gesteld.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene brengt naar voren dat zij twee kapotte knieën heeft waarvoor zij geopereerd moet worden. Vanwege de afgescheurde banden in haar knieën verblijft zij momenteel op de afdeling, maar volgens haar kan zij na de operatie weer naar huis. Zij heeft voldoende hulp thuis aldus betrokkene, waaronder personen voor de schoonmaak en haar zoon die kok is. Zij heeft geld gekregen uit een erfenis waardoor ze hulp kan inkopen. Voorts geeft zij aan te beschikken over een nieuw appartement met voldoende ruimte voor personeel dat haar kan ondersteunen. Betrokkene benadrukt dat zij zo snel mogelijk naar huis wil. Zij wil graag gaan trouwen met haar vriend.

4.2.

De verpleegkundig specialist in opleiding verklaart dat betrokkene bekend is met een psychiatrisch beeld. Daarnaast heeft betrokkene geen ziekte-inzicht en geeft zij aan niet opgenomen te willen zijn. Momenteel krijgt betrokkene andere medicatie dan in de thuissituatie, welke nog in opbouw is. Betrokkene neemt de medicatie zonder verzet in wanneer deze wordt aangeboden; het verzet richt zich met name op de opname zelf. Tevens heeft betrokkene geen betrokken familie of netwerk. Betrokkene verblijft voornamelijk op bed op de afdeling. Zij neemt weinig deel aan gezamenlijke activiteiten.

4.3.

De psychiater brengt naar voren dat betrokkene meermaals is opgenomen in [plaats 2]. Na deze opnames had het ambulante team ook intensieve inzet nodig om betrokkene te begeleiden. In de thuissituatie nam zij haar medicatie niet in en was sprake van zelfverwaarlozing. De psychiater benadrukt dat het gebruik van medicatie niet volledig op vrijwillige basis plaatsvindt, aangezien betrokkene niet goed weet welke medicatie zij precies gebruikt.

4.4.

De curator brengt naar voren dat zij onderzoekt waar betrokkene het beste kan gaan wonen. Momenteel is er nog sprake van verzet bij betrokkene, maar de curator richt zich in het bijzonder op het opbouwen van vertrouwen.

4.5.

De advocaat voert aan dat betrokkene naar huis wil. Volgens de advocaat is geen sprake van voldoende verzet, nu betrokkene geen actieve handelingen onderneemt om zich aan de zorg te onttrekken. Daarnaast stelt betrokkene dat zij thuis goed kan worden ondersteund door haar personeel, zoon en partner. Om die reden verzoekt de advocaat om afwijzing van het verzoek.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is van oordeel, gezien de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis gelegen in het schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

- levensgevaar;

- ernstig lichamelijk letsel;

- ernstige verwaarlozing;

- maatschappelijke teloorgang.

5.4.

De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Onder invloed van bovengenoemde psychische stoornis, kampt betrokkene met psychotische symptomen. Betrokkene is momenteel opgenomen en volledig afhankelijk van één-op-één begeleiding. Daarnaast wordt betrokkene volledig in beslag genomen door haar psychotische belevingen. Zonder de genoemde begeleiding komt betrokkene haar bed niet meer uit, vervuilt zij zichzelf vanwege incontinentie en eet/drinkt zij niet. Hierdoor dreigt ondervoeding, uitdroging en uiteindelijk potentieel levensgevaar. Ook beweert betrokkene dat zijzelf arts is met meerdere specialisaties, een zoon bij haar in het appartementencomplex woont, zij een nieuw appartement heeft gekocht en dat zij met haar man op de vaart zal gaan. Sinds haar medicatie onder toezicht wordt verstrekt zijn de hallucinaties en wanen verminderd maar nog niet weg. Tot slot dreigt maatschappelijke teloorgang, omdat betrokkene volledig stagneert in haar functioneren.

5.5.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.6.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene acht zichzelf voldoende in staat om voor zichzelf te zorgen en geeft aan naar huis te willen. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.7.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- opnemen in een accommodatie.

5.7.1.

De rechtbank zal het verzoek, voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg afwijzen, omdat daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn. Betrokkene weigert haar medicatie niet. Zij geeft tijdens de zitting ook aan deze altijd in te nemen. Vanwege het gebrek aan ziekte inzicht rijst wel de vraag of zij beseft welke medicatie zij precies slikt en waarvoor deze dient. Dit acht de rechtbank echter onvoldoende om aan te nemen dat er sprake is van verzet.

5.8.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

5.9.

De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.

5.10.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de duur van twaalf maanden.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1941 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in paragraaf 5.7. staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 juni 2027;

6.3.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026 door mr. Jansen, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 15 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.