Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5974Zaaknummer C/02/448172 / FA RK 26-2485
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 3 juni 2026
- Publicatiedatum
- 6 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/448172 / FA RK 26-2485
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Zorgmachtiging aansluitend op een zorgmachtiging verleend voor 12 maanden.
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 juni 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 9 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448172 / FA RK 26-2485
Datum uitspraak: 3 juni 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat: mr. R.T.K. Davidse uit Middelburg.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van 15 mei 2026 met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 15 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juni 2026 op het woonadres van betrokkene. Daarbij zijn verschenen en gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [persoon 1], psychiater.
Verschenen, maar niet gehoord zijn:
- de heer [persoon 2], ambulant hulpverlener vanuit [hulpverlening];
- de heer [persoon 3], sociaal psychiatrisch verpleegkundige.
2 Wat vaststaat
Bij beschikking van deze rechtbank van 12 juni 2025 is ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging verleend tot en met 12 juni 2026.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden, met de volgende vormen van verplichte zorg:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- het opnemen in een accommodatie.
4 De standpunten
Betrokkene benoemt tijdens de zitting dat het wel goed met hem gaat. Hij kan zich op zich wel vinden in de verzochte zorgmachtiging, enkel het toedienen van medicatie blijft een heikel punt. Betrokkene ervaart hierdoor namelijk dagelijks nare bijwerkingen. Hij zou daarom graag minder of geen medicatie meer innemen. Betrokkene is ook van mening dat het dan goed met hem blijft gaan.
De advocaat bepleit namens betrokkene primair afwijzing van het verzoek. Het gaat erg goed met betrokkene. Hij is blij met waar hij nu staat, is tevreden met wat hij heeft opgebouwd en hij heeft toekomstplannen. Het grote strijdpunt van betrokkene blijft echter de medicatie. Hij ervaart hierdoor nare bijwerkingen en hij wil daarom graag op een andere manier, met een andere levensstijl, zonder de medicatie verder. De overige zorg accepteert betrokkene. Deze kan dus in het vrijwillig kader worden verleend. Subsidiair verzoekt de advocaat de zorgmachtiging toe te wijzen voor enkel de zorgvormen het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles en het aanbrengen van beperkingen.
De psychiater benoemt dat het op dit moment erg goed gaat met betrokkene. Er is een constructieve behandelrelatie ontstaan, het herstel van betrokkene vordert goed en zijn stemming is goed. Betrokkene blijft wel heel fundamenteel en principieel ten aanzien van de medicatie. Daar wil hij van af. De psychiater vreest dat betrokkene dan instabiel wordt en psychotisch zal ontregelen, met alle gevolgen van dien. Betrokkene zal dan niet alleen alles wat hij de afgelopen tijd heeft opgebouwd, kunnen verliezen, het is ook nog maar de vraag hoe en binnen welke termijn hij dan weer terug in een veilige situatie terechtkomt. Dit zal ook grote gevolgen hebben voor het steunsysteem van betrokkene. Zijn ouders zijn inmiddels hoogbejaard en komen dan in een moeilijke situatie terecht. De psychiater licht toe dat de dosering van de medicatie al is verminderd om de kans op bijwerkingen te verkleinen. Er is ook een behandeling mogelijk om de eventuele bijwerkingen onder controle te krijgen, maar dat wil betrokkene liever niet. Een ander punt van zorg is de suikerziekte van betrokkene. Deze is dermate dat betrokkene daarvoor medicamenteus zou moeten worden behandeld, maar dat weigert hij. Ten aanzien van de verplichte vormen van zorg benoemt de psychiater dat het toedienen van medicatie, het verrichten van medische controles en het aanbrengen van beperkingen nodig zijn voor betrokkene. De zorgvorm het opnemen in een accommodatie is gelet op hoe goed het nu gaat met betrokkene en nu hij al lange tijd niet meer is opgenomen, niet voorzienbaar. De zorgvorm het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen is gelet op de suikerziekte van betrokkene nodig, maar de verplichte inzet daarvan zal averechts werken. Daarom is deze zorgvorm niet verzocht.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken is het de rechtbank gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofreniespectrum, en andere psychotische stoornissen en neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (o.a. verstandelijke beperkingen en autisme spectrumstoornissen). Betrokkene is bekend met acute paranoïde psychoses in het kader van schizofrenie alsmede een autismespectrumstoornis. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de door de onafhankelijke psychiater in de medische verklaring benoemde psychische stoornis te twijfelen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige materiële schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene in geval van een psychotische ontregeling zwerfgedrag kan vertonen, zichzelf verwaarloost en vanuit angst en achterdocht verbaal en fysiek agressief kan worden. Betrokkene is dan wantrouwend en raakt snel overprikkeld.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het is de rechtbank gebleken dat betrokkene geen of onvoldoende intrinsieke motivatie heeft om vrijwillig mee te werken aan de benodigde behandeling. Betrokkene is zorg mijdend en ziet het nut van de noodzakelijk geachte medicatie niet in. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
De rechtbank zal het verzoek voor zover dat ziet op het opnemen van de overige vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging afwijzen, omdat daartoe naar het oordeel van de rechtbank geen noodzaak bestaat en het onvoldoende voorzienbaar is dat deze vormen van verplichte zorg in de komende periode noodzakelijk zullen zijn.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden, met ingang van heden en tot en met 3 juni 2027.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1982 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in 5.7. staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 juni 2027;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026 door mr. De Beer, rechter, in aanwezigheid van mr. De Haas, griffier en op schrift gesteld op 9 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.