Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 3 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:5971Zaaknummer C/02/419895 / FA RK 24-1078

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
6 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/419895 / FA RK 24-1078
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Tussenbeschikking benoeming deskundige.

De rechtbank

de vragen en de deskundige

3.1

gelast een deskundigenonderzoek en formuleert de navolgende vraagpunten:

1. wat is het saldo van de rekening-courantverhouding tussen [bedrijf] B.V. en de man – oftewel de omvang van de schuld in rekening-courant van de man aan voornoemde vennootschap – per 27 juli 2023?

2. welke opmerkingen acht de deskundige verder van belang voor de beoordeling van de zaak, waarmee gelet op de reikwijdte van het onderzoek bedoeld wordt: het geschil over de rekening-courantverhouding tussen [bedrijf] B.V. en de man?

3.2

benoemt tot deskundige;

- [accountant] gevestigd te [plaats 3] ( [accountantskantoor])

- [adres]

- [e-mailadres]

het voorschot

3.3

stelt de hoogte van het voorschot van de deskundige vast op (het door de deskundige begrote) bedrag van € 12.100,= inclusief BTW;

3.4

bepaalt dat beide partijen ieder voor de helft het voorschot dienen te voldoen, welk bedrag na ontvangst van een nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak moet worden voldaan;

3.5

bepaalt dat de helft van het voorschot ten aanzien van de vrouw in debet wordt gesteld en vooralsnog voor rekening van ’s Rijks kas komt;

3.6

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;

het onderzoek

3.7

bepaalt dat partijen het gehele procesdossier in afschrift aan de deskundige dienen te doen toekomen;

3.8

bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden.

3.9

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;

3.10

wijst de deskundige er op dat:

- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl);

- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen;

- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;

- de deskundige partijen, indien hij een onderzoek van een object ter plaatse wenst uit te voeren, gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan;

- indien partijen bij het onderzoek van een object ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt, welke verzoeken zij hebben gedaan en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd;

3.11

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek;

het schriftelijk rapport

3.12

draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie;

3.13

wijst de deskundige er op dat:

- uit het deskundigenrapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd;

- de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden;

3.14

wijst partijen erop dat zij binnen vier weken schriftelijk dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren;

overige bepalingen

3.15

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.16

houdt iedere verdere beslissing aan tot 1 december 2026 pro forma.

Deze beschikking is gegeven door mr. Bollen, voorzitter, mr. Benjaddi en mr. Skrotzki, rechters, en, in tegenwoordigheid van mr. Tillie, griffier, in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Volledige tekst

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

Zaaknummers: C/02/412262 / FA RK 23-3546 (echtscheiding)

C/02/419895 / FA RK 24-1078 (verdeling)

datum uitspraak: 3 juni 2026

nadere beschikking over echtscheiding met nevenverzoeken

in de zaak van

[de vrouw],

wonende in [plaats 1],

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. A.A.T. van Ginderen,

en

[de man],

wonende in [plaats 2],

hierna te noemen de man,

advocaat mr. S.A. Raalte.

1 Het procesverloop

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- de nadere beschikking van 21 april 2026 met alle daarin vermelde stukken;

- de brief van mr. Raalte van 13 mei 2026;

- de brief van mr. Van Ginderen van 15 mei 2026.

2 De verdere beoordeling

2.1

In de beschikking van 21 april 2026 heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld zich op 15 mei 2026 uit te laten over de door de rechtbank voorgestelde deskundige, de voorgestelde vraagpunten alsmede over de door haar verbonden kosten. Iedere verdere beslissing is aangehouden.

2.2

Blijkens de ingekomen brieven van de advocaten van partijen zijn beide partijen het eens over zowel de in voormelde beschikking voorgestelde deskundige als de door de rechtbank geformuleerde vraagstelling en hebben zij geen bezwaar geuit tegen het door de deskundige begrote voorschot.

2.3

De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken, zoals nader onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van de verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekking maken, die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.

2.4

Indien een partij desgevraagd of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en/of verzoeken aan de deskundige doet toekomen, dient zij daarvan terstond afschrift aan de wederpartij te verstrekken.

3 De beslissing

De rechtbank

de vragen en de deskundige

3.1

gelast een deskundigenonderzoek en formuleert de navolgende vraagpunten:

1. wat is het saldo van de rekening-courantverhouding tussen [bedrijf] B.V. en de man – oftewel de omvang van de schuld in rekening-courant van de man aan voornoemde vennootschap – per 27 juli 2023?

2. welke opmerkingen acht de deskundige verder van belang voor de beoordeling van de zaak, waarmee gelet op de reikwijdte van het onderzoek bedoeld wordt: het geschil over de rekening-courantverhouding tussen [bedrijf] B.V. en de man?

3.2

benoemt tot deskundige;

- [accountant] gevestigd te [plaats 3] ( [accountantskantoor])

- [adres]

- [e-mailadres]

het voorschot

3.3

stelt de hoogte van het voorschot van de deskundige vast op (het door de deskundige begrote) bedrag van € 12.100,= inclusief BTW;

3.4

bepaalt dat beide partijen ieder voor de helft het voorschot dienen te voldoen, welk bedrag na ontvangst van een nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak moet worden voldaan;

3.5

bepaalt dat de helft van het voorschot ten aanzien van de vrouw in debet wordt gesteld en vooralsnog voor rekening van ’s Rijks kas komt;

3.6

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;

het onderzoek

3.7

bepaalt dat partijen het gehele procesdossier in afschrift aan de deskundige dienen te doen toekomen;

3.8

bepaalt dat de griffier een afschrift van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden.

3.9

bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats;

3.10

wijst de deskundige er op dat:

- de deskundige voor aanvang van het onderzoek dient kennis te nemen van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (te raadplegen op www.rechtspraak.nl);

- de deskundige het onderzoek pas na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot dient aan te vangen;

- de deskundige het onderzoek onmiddellijk dient te staken en contact dient op te nemen met de griffier, indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn;

- de deskundige partijen, indien hij een onderzoek van een object ter plaatse wenst uit te voeren, gelegenheid dient te bieden dit onderzoek bij te wonen en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan;

- indien partijen bij het onderzoek van een object ter plaatse aanwezig zijn geweest, uit het rapport moet blijken welke opmerkingen zij hebben gemaakt, welke verzoeken zij hebben gedaan en hoe de deskundige hierop heeft gereageerd;

3.11

bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige dienen te verstrekken indien deze daarom verzoekt, de deskundige toegang dienen te verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid dienen te geven tot het verrichten van het onderzoek;

het schriftelijk rapport

3.12

draagt de deskundige op om uiterlijk vier maanden na het schriftelijk bericht van de griffier omtrent de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend bericht in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, onder bijvoeging van een gespecificeerde declaratie;

3.13

wijst de deskundige er op dat:

- uit het deskundigenrapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd;

- de deskundige het concept van het deskundigenrapport aan de advocaten van partijen moet toezenden, opdat partijen de gelegenheid krijgen binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden;

3.14

wijst partijen erop dat zij binnen vier weken schriftelijk dienen te reageren op het concept-rapport van de deskundige nadat dit aan partijen is toegezonden en dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren;

overige bepalingen

3.15

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.16

houdt iedere verdere beslissing aan tot 1 december 2026 pro forma.

Deze beschikking is gegeven door mr. Bollen, voorzitter, mr. Benjaddi en mr. Skrotzki, rechters, en, in tegenwoordigheid van mr. Tillie, griffier, in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.