Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:5939Zaaknummer C/02/448142 / FA RK 26-2466

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
10 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448142 / FA RK 26-2466
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing ZM op ZM - 12 maanden.

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 juni 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 5 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448142 / FA RK 26-2466

Datum uitspraak: 1 juni 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats],

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [plaats],

advocaat mr. A.Ch. Osté uit Dongen.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 13 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de heer [persoon], psychiater.

2 Wat vaststaat

2.1.

De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend tot en met 15 juni 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het goed met hem gaat maar dat hij veel bijwerkingen ervaart van de medicatie. De verslaving is volgens hem niet meer aan de orde. Verder geeft betrokkene aan dat aan hem nooit is uitgelegd wat een psychose is en van het verkeersongeval heeft hij geleerd. Betrokkene wil verantwoordelijkheid nemen en werken aan zelfstandigheid, zo wil hij gaan werken en studeren. Een verlenging van de zorgmachtiging is daarom ook niet passend in zijn situatie, aldus betrokkene. Betrokkene is geen voorstander van verplichte zorg en wil op vrijwillige basis hulp krijgen. Daarnaast is hij geen voorstander van de medicatie vanwege de bijwerkingen en gaat zijn voorkeur uit naar een natuurlijke manier. Bovendien is betrokkene geen voorstander van de GGZ en wil hij liever kijken naar andere vormen van hulp. Betrokkene wil graag beoordeeld worden op zijn huidig functioneren omdat die anders is dan ten tijde van de aanvraag.

4.2.

De psychiater verklaart dat bij betrokkene enkele jaren steeds een terugkerend probleem is met het optreden van psychotische klachten onder invloed van alcohol of drugs. Betrokkene blijft zich zorgmijdend opstellen. Betrokkene zit vol met ideeën over opleiding en werk maar dit komt niet van de grond. Verder heeft betrokkene aangegeven dat hij zo snel mogelijk wil stoppen met de medicatie, omdat hij niet psychotisch is en medicatie geen enkele zin heeft. Volgens de psychiater laat betrokkene niet het achterste van zijn tong zien. Betrokkene neemt wisselend zijn medicatie in en de huidige stabiliteit, is heel broos. De psychiater geeft aan dat betrokkene geen ziektebesef of ziekte-inzicht heeft.

4.3.

De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek gelet op hetgeen betrokkene naar voren heeft gebracht. Aan de andere kant kan de advocaat zich voorstellen, gelet op het standpunt van de psychiater, dat er nog een traject aan vooraf gaat voordat betrokkene vanuit een vrijwillig kader geholpen kan worden.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen en middel gerelateerde en verslavingsstoornissen.

5.3.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat er sprake is van terugkerende psychotische ontregelingen, die mede beïnvloed worden door gebruik van verdovende middelen en zorgen voor agressief en dreigend gedrag naar anderen. Betrokkene dreigt het contact met zijn familieleden hierdoor te verliezen. Voorts is er sprake van delict gedrag en komt de veiligheid van anderen in het geding door impulsief en roekeloos gedrag, zoals het rijden onder invloed met een bedrijfsauto en het veroorzaken van een verkeersongeval. De psychische en fysieke toestand van betrokkene zelf verslechtert en zijn maatschappelijk functioneren staat onder druk met verlies van werk en onzekerheid over zijn huisvesting.

5.4.

Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.

5.5.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en ziekte-inzicht. Betrokkene geeft aan geen hulp nodig te hebben en neemt zijn medicatie niet in zoals voorgeschreven. Daarom is verplichte zorg nodig.

5.6.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

- het toedienen van medicatie;

- het verrichten van medische controles;

- het beperken van de bewegingsvrijheid;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;

- opnemen in een accommodatie.

5.7.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving.

5.8.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van twaalf maanden.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 2002 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 5.6 staan kunnen worden toegepast;

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 1 juni 2027.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 5 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.