Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:5938Zaaknummer C/02/448030 / JE RK 26-803

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
10 augustus 2026
Zaaknummer
C/02/448030 / JE RK 26-803
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 8 juni 2026 tot 8 september 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026 door mr. De Jong, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dongen als griffier, en op schrift gesteld op 16 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448030 / JE RK 26-803

Datum uitspraak: 2 juni 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur,

hierna te noemen: de GI,

over

[minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2014 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige 1],

[minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2016 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: [minderjarige 2].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

wonende te [plaats 1] (Spanje),

[de vader],

hierna te noemen: de vader,

wonende te [plaats 2],

[de stiefmoeder],

hierna te noemen: de stiefmoeder,

wonende te [plaats 2].

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 7 mei 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 2 juni 2026. Daarbij was aanwezig een vertegenwoordiger van de GI. De moeder, de vader en de stiefmoeder zijn, hoewel correct opgeroepen, zonder voorafgaand bericht niet verschenen.

1.3.

De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in de gelegenheid gesteld zich over het verzoek uit te laten. Zij hebben van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2].

2.2.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij de vader en de stiefmoeder.

2.3.

Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 3 september 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd tot 8 juni 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verlengen voor de duur van drie maanden en die beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 De standpunten

4.1.

De GI legt aan haar verzoek ten grondslag dat er zorgen bestaan over de langdurige instabiele opvoedomgeving van [minderjarige 1] en [minderjarige 2]. Zo verblijft de moeder in Spanje, terwijl de vader als gevolg van niet-aangeboren-hersenletsel niet in staat is om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op te voeden en te verzorgen. Tussen ouders is geen directe communicatie. In januari 2026 heeft de vader een herseninfarct gehad. Dat heeft veel impact gehad op het gezin en op de draagkracht van de stiefmoeder. De GI wijst er verder op dat in juli 2026 een voor alle betrokkenen zeer spannende gebeurtenis gepland staat. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zullen dan voor het eerst (vergezeld van hun achttienjarige broer) gedurende twee weken naar hun moeder in Spanje gaan. Daarnaast is er veel hulpverlening bij het gezin betrokken (geweest). Inmiddels is voor (mogelijke) traumabehandeling van [minderjarige 2] en ondersteuning aan het gezin hulpverlening vanuit Sterk Huis betrokken. Die hulp bevindt zich nog in de opstartfase. Hoewel de GI verwacht dat voorzetting van de hulpverlening in het vrijwillig kader passend is, is een verlenging van de ondertoezichtstelling voor een beperkte duur aangewezen gelet op de huidige kwetsbaarheid van het gezin, de medische en psychosociale belastbaarheid van de opvoedsituatie, het nog prille stadium van de nieuw betrokken hulpverlening en het aanstaande verblijf van de kinderen bij moeder in Spanje.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[_1be95416-78b3-431e-aaf9-9d7c3a8ac80d] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

Er bestaan nog steeds zorgen over de opvoedsituatie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2], omdat de moeder in Spanje woonachtig is en de vader ten gevolge van niet-aangeboren-hersenletsel niet in staat is om de minderjarigen zelfstandig te verzorgen en op te voeden. De vader weet zich hierbij gesteund door zijn huidige partner, de stiefmoeder. De kinderrechter maakt uit het verzoekschrift op dat de moeder deze taak van stiefmoeder zeer waardeert. Ook de GI heeft tijdens de zitting uitgesproken dat stiefmoeder voor de invulling van haar rol een groot compliment verdient. De rechtbank sluit zich bij moeder en de GI aan.

5.3.

Voor ondersteuning aan [minderjarige 2] en het gezin van vader en stiefmoeder is inmiddels hulpverlening vanuit Sterk Huis betrokken. Deze hulp is nog maar net gestart. Gezien het prille stadium van deze hulp, het komende verblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij moeder in Spanje en de kwetsbaarheid van het systeem, acht de kinderrechter een verlenging van de ondertoezichtstelling voor de duur van drie maanden, als verzocht, nodig. De kinderrechter acht het in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 1] dat de GI de komende (zomer)periode vinger aan de pols kan houden waarna een zorgvuldige overdracht van de hulp (vanuit Sterk Huis) naar het vrijwillig kader kan plaatsvinden.

5.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] met ingang van 8 juni 2026 tot 8 september 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026 door mr. De Jong, kinderrechter, in aanwezigheid van Van Dongen als griffier, en op schrift gesteld op 16 juni 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.