Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5921Zaaknummer C/02/441646 FA RK 25-5728
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 2 juni 2026
- Publicatiedatum
- 7 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/441646 FA RK 25-5728
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing wijziging kinderalimentatie
De rechtbank
wijst het verzoek van de vrouw af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van den Broek, en, in tegenwoordigheid van mr. De Haard, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/441646 FA RK 25-5728
datum uitspraak: 2 juni 2026
beschikking betreffende levensonderhoud
in de zaak van
[de vrouw],
wonende te [plaats 1],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. D.C.M. Smeulders- Martens,
en
[de man],
wonende te [plaats 2],
hierna te noemen de man,
advocaat mr. M. Czarnota.
1 Het procesverloop
1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:
- het op 6 november 2025 ontvangen verzoekschrift met producties 1 tot en met 6;
- het op 5 januari 2026 ontvangen verweerschrift met producties 1 en 2;
- het F9-formulier van 11 mei 2026 ingediend door mr. Czarnota met productie 3;
- de beschikking van de rechtbank van 15 augustus 2026 en het daaraan gehechte ouderschapsplan.
1.2 De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 18 mei 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaat.
2 De feiten
Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:
- partijen zijn met elkaar gehuwd geweest van [datum 1] 2010 tot [datum 2] 2023;
- uit hun huwelijk zijn de volgende, nu nog minderjarige kinderen geboren:
1. [minderjarige 1], geboren te [geboorteplaats 1] (Syrië) op [geboortedag 1] 2011,
2. [minderjarige 2] ,geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedag 2] 2014,
3. [minderjarige 3], geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedag 3] 2022;
- partijen zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige kinderen;
- de minderjarige kinderen zijn onder toezicht gesteld.
Op grond van het ouderschapsplan dat onderdeel uitmaakt van de beschikking van de rechtbank van 15 augustus 2026 dient de man nu -inclusief de wettelijke indexeringen-
€ 59,15 per maand te betalen voor de kosten van verzorging en opvoeding van de drie minderjarigen gezamenlijk.
3 Het verzoek
De vrouw verzoekt, samengevat, te bepalen dat de in het ouderschapsplan opgenomen kinderalimentatie van € 50,00 per maand voor de drie kinderen gezamenlijk, per datum indiening verzoekschrift wordt gewijzigd in € 200,00 per kind per maand.
De man voert hiertegen verweer en verzoekt de rechtbank om het verzoek van de vrouw af te wijzen.
4 De beoordeling
Nu de vrouw en de minderjarige kinderen in Nederland hun gewone verblijfplaats hebben, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe en is het Nederlandse recht van toepassing.
Grondslag verzoek wijziging alimentatie
De vrouw voert als grond voor haar verzoek aan dat sinds de ondertekening van het ouderschapsplan van partijen de omstandigheden (vermoedelijk) zodanig zijn gewijzigd dat de overeengekomen bijdrage niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet.[_f67e016c-7539-414d-b024-bd064a447ecd] De vrouw stelt in dit verband dat het inkomen van de man (aanzienlijk) is toegenomen en dat hij in staat moet worden geacht met ingang van de datum van indiening van het verzoekschrift een bedrag van € 200,00 per maand per kind bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding. De vrouw heeft de man verzocht om financiële gegevens in het geding te brengen om dit standpunt te kunnen toetsen en verder te kunnen onderbouwen.
De man betwist dat sprake is van een wijziging van omstandigheden waardoor de onderhoudsbijdrage voor de kinderen is opgehouden aan de wettelijke maatstaven te voldoen. De man voert aan dat zijn inkomen niet substantieel is gewijzigd ten opzichte van het moment waarop de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding tussen partijen is overeengekomen in het ouderschapsplan. De man heeft ter onderbouwing van zijn standpunt verwezen naar inkomensverklaringen afgegeven door de Belastingdienst over de jaren 2021 tot en met 2024 en de winst en verliesrekening van zijn onderneming over de periode
1 januari tot en met 30 september 2025. De man heeft ook inzage gegeven in (een gedeelte van) zijn schulden.
De vrouw heeft ter zitting aangegeven dat zij op basis van de financiële informatie die door de man in het geding is gebracht, tot de conclusie komt dat het inkomen van de man niet of nauwelijks is gestegen ten opzichte van het moment van het vaststellen van de huidige bijdrage in het ouderschapsplan. De vrouw heeft op zitting haar vermoeden uitgesproken dat de man aanvullend zwarte inkomsten heeft, wat de man heeft betwist.
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat de vrouw er niet in geslaagd is aannemelijk te maken dat sprake is van een zodanige wijziging van het inkomen van de man dat de in het ouderschapsplan overeengekomen onderhoudsbijdrage niet langer voldoet aan de wettelijke maatstaven. Het vermoeden van de vrouw dat de man aanvullend zwarte inkomsten heeft, wordt door de vrouw op geen enkele wijze onderbouwd. De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw tot wijziging van de huidige onderhoudsbijdrage daarom af.
5 De beslissing
De rechtbank
wijst het verzoek van de vrouw af.
Deze beschikking is gegeven door mr. Van den Broek, en, in tegenwoordigheid van mr. De Haard, griffier, in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.