Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5864Zaaknummer C/02/448588 / FA RK 26-2704
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 1 juni 2026
- Publicatiedatum
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/448588 / FA RK 26-2704
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
afwijzen CM
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 15 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448588 / FA RK 26-2704
Datum uitspraak: 1 juni 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats],
advocaat mr. M.W. Dieleman uit Middelburg.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 28 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de heer [persoon], behandelaar.
Aanwezig, maar niet gehoord is:
- een begeleidster.
2 Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie]. De burgemeester van de gemeente Goes heeft de crisismaatregel op 27 mei 2026 afgegeven.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4 De standpunten
Betrokkene stelt dat het beter met hem gaat dan toen hij binnen [accommodatie] werd opgenomen. Het is niet goed voor hem om alleen te wonen, dus hij ziet begeleid wonen wel zitten nu hij uit zijn huis gezet is. Hij wil weer de goede kant op gaan dus hij wil meewerken aan zijn behandeling en hij wil de sociale contacten die een negatieve invloed op hem hebben stopzetten.
De advocaat stelt dat het een stuk beter gaat met betrokkene dan een aantal dagen geleden. Een gedwongen opname is momenteel niet helpend en het verzoek moet dan ook worden afgewezen.
De behandelaar stelt dat de opname van betrokkene goed verloopt. Meestal heeft hij veel last van ontwenning en agressie bij een opname, maar dat heeft hij momenteel niet. Er is sprake van samenwerking en de opname kan dan ook vrijwillig worden voortgezet. Betrokkene heeft geen huis meer en geen contact meer met zijn ouders, dus hij kan ook nergens naartoe. Eerder is gebleken dat gedwongen zorg niet helpt bij betrokkene. Voortzetten van de crisismaatregel is niet noodzakelijk.
5 De beoordeling
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Naar aanleiding van wat betrokkene, de advocaat en de behandelaar naar voren hebben gebracht, stelt de rechtbank vast dat er momenteel geen sprake meer is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Hiernaast werkt betrokkene vrijwillig mee aan zijn behandeling.
Gelet op het voorgaande wordt niet voldaan aan het wettelijke criteria om het voorliggende verzoek om de crisismaatregel voort te zetten toe te wijzen. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.
6 De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 15 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.