Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 juni 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5855Zaaknummer C/02/448552 / FA RK 26-2685
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 1 juni 2026
- Publicatiedatum
- 12 augustus 2026
- Zaaknummer
- C/02/448552 / FA RK 26-2685
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing CM
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 15 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/448552 / FA RK 26-2685
Datum uitspraak: 1 juni 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1992 in [geboorteplaats] (Eritrea),
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats],
advocaat mr. M.M.M. Heesmans uit Roosendaal.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt het volgende stuk mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 27 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 1 juni 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door een tolk [persoon 1] (deels telefonisch, deels fysiek) en door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon 2], psychiater.
Aanwezig, maar niet gehoord zijn:
- een co-assistent;
- een verpleegkundige.
2 Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in [accommodatie] (hierna: [accommodatie] ). De burgemeester van de gemeente Roosendaal heeft de crisismaatregel op 26 mei 2026 afgegeven.
3 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.
4 De standpunten
Betrokkene stelt dat het goed met hem gaat en dat hij niet meer weet hoe hij in [accommodatie] terecht is gekomen. Het klopt niet dat hij niet meer at en dronk, want dit deed hij wel. Hij vertelt dat hij 10 jaar medicatie heeft gebruikt en dat hij hier in januari 2026 mee is gestopt. Hij is in februari gaan werken en toen ging het redelijk goed met hem. Betrokkene wil naar huis, omdat hij graag rust wil en dit thuis kan vinden.
De advocaat stelt dat het beter gaat met betrokkene. Hij wil naar huis. Er is geen sprake meer van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, dus het verzoek moet worden afgewezen.
De psychiater stelt dat betrokkene erg achterdochtig en afwerend was op het moment dat hij binnenkwam bij [accommodatie]. Hij at en dronk niet en wilde niet in gesprek. Een aantal dagen later at en dronk hij wel weer en was hij vriendelijk in contact, maar hij verzorgde zichzelf niet. De afgelopen dagen ging het steeds beter met hem; hij nam zijn anti-psychotische medicatie, hij at en dronk en was rustig op de afdeling. Momenteel is er geen aanleiding meer om betrokkene gedwongen medicatie te geven, ondanks dat er nog sprake is van een psychotisch beeld met achterdocht. De zorg is dan ook dat wanneer betrokkene op dit moment naar huis gaat, hij zijn medicatie niet of niet altijd in zal nemen. Het is in het voordeel van betrokkene als hij hier nog een tijdje blijft om te stabiliseren, maar er is geen onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, dus de crisismaatregel kan niet worden voortgezet.
5 De beoordeling
De rechtbank wijst de gevraagde machtiging af. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Naar aanleiding van wat de advocaat en de psychiater naar voren hebben gebracht, stelt de rechtbank vast dat er momenteel geen sprake meer is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Dat er zorgen zijn om betrokkene als hij op dit moment naar huis gaat, doet hier niet aan af.
Gelet op het voorgaande wordt niet voldaan aan het wettelijke criteria om het voorliggende verzoek om de crisismaatregel voort te zetten toe te wijzen. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen.
6 De beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2026 door mr. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van drs. Swint, griffier en op schrift gesteld op 15 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.