Uitspraak · Bestuursrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:5792Zaaknummer BRE 26/1588 hersteluitspraak

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
26 juni 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
BRE 26/1588 hersteluitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Hersteluitspraak - dwangsom in dictum aangepast

De rechtbank:

- herstelt de tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gedane uitspraak van 6 mei 2026 aldus, dat de zinsnede “bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-” onder het kopje ‘beslissing’ wordt vervangen door: “bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-”;

- laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 26 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Dienst Toeslagen, verweerder.
  2. Procesverloop
  3. Overwegingen
  4. Beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 26/1588

uitspraak van 26 juni 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres,

gemachtigde: mr. M. Akça-Altun,

en

Dienst Toeslagen, verweerder.

Procesverloop

1. Op 6 mei 2026 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in bovengenoemde zaak.

Overwegingen

2. De gemachtigde van eiseres heeft naar aanleiding van de uitspraak van 6 mei 2026 (hierna: de uitspraak) verzet ingediend op 21 mei 2026. Eiseres is het niet eens met de onder het kopje ‘beslissing’ opgelegde dwangsom van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,-, terwijl in rechtsoverweging 5 staat vermeld dat de rechtbank de dwangsom bepaalt op € 250,- per dag met een maximum van € 37.500,-, omdat de 60 weken al zijn verstreken.

2.1.

De rechtbank stelt vast dat hier sprake is van een kennelijke verschrijving. Daarom zal de rechtbank de uitspraak als volgt herstellen.

Beslissing

De rechtbank:

- herstelt de tussen partijen onder bovengenoemd zaaknummer gedane uitspraak van 6 mei 2026 aldus, dat de zinsnede “bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-” onder het kopje ‘beslissing’ wordt vervangen door: “bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-”;

- laat voornoemde uitspraak voor het overige ongewijzigd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, rechter, in aanwezigheid van mr. M.R. Jouvenaar, griffier, op 26 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.