Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 mei 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:5700Zaaknummer C/02/428484 / FA RK 24-5186

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
28 juli 2026
Zaaknummer
C/02/428484 / FA RK 24-5186
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Echtscheiding. Overeenstemming.

De rechtbank:

4.1

spreekt de scheiding van tafel en bed uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2016 in [plaats];

4.2

neemt op in deze beschikking de getroffen onderlinge regelingen zoals die staan in het aangehechte ouderschapsplan;

4.3

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve de scheiding van tafel en bed;

4.4

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. Baggel, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Maas-Klink, griffier op 9 juni 2026.

Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 De beoordeling
  4. 4 4 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/428484 / FA RK 24-5186

Datum uitspraak: 9 juni 2026

Beschikking scheiding van tafel en bed

in de zaak van

[de vrouw],

hierna te noemen de vrouw,

wonend in [woonplaats],

advocaat mr. S. van Reeven-Özer uit Waalwijk,

en

[de man],

hierna te noemen de man,

wonend in [woonplaats],

advocaat mr. A.E. Voorvaart-Kuik uit Breda.

1 Het verloop van de procedure

1.1

De rechtbank neemt mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift van de vrouw, ontvangen op 13 november 2024;

- het op 26 november 2024 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen;

- de brieven van het zorgloket van 28 oktober 2025, 9 januari 2026, 19 januari 2026 en 17 februari 2026;

- de brief van mr. Van Reeven-Özer van 25 november 2025;

- de brief van mr. Voortvaart-Kuik van 15 december 2025, houdende intrekking van ` het zelfstandig verzoek;

- de brief van mr. Van Reeven-Özer van 15 april 2026, houdende wijziging van het verzoek, met als bijlage een kopie van het door partijen ondertekend ouderschapsplan;

- de F9-formulieren van mr. Voortvaart-Kuik van 16 april 2026 en 6 mei 2026;

- het F9-formulier van mr. Van Reeven-Özer van 18 mei 2026 met als bijlage het originele door partijen ondertekende ouderschapslan;

- de beschikking voorlopige voorzieningen van 11 december 2024.

1.2

Een zitting heeft niet plaatsgevonden.

2 Wat vaststaat

2.1

Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2016 in [plaats].

2.2

De minderjarige kinderen van partijen zijn:

  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedag 1] 2019 in [geboorteplaats];
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedag 2] 2020 in [geboorteplaats];
  • [minderjarige 3], geboren op [geboortedag 3] 2022

in [geboorteplaats].

3 De beoordeling

Overeenstemming

3.1

Partijen zijn bij voormelde beschikking van 11 december 2024 doorverwezen naar een hulpverleningstraject in het kader van het Uniform Hulpaanbod. Partijen hebben dit traject echter beëindigd, omdat ze in goed overleg hebben besloten het verzoek tot echtscheiding om te zetten in een verzoek tot scheiding van tafel en bed. Zij zijn er in geslaagd om afspraken te maken en hebben deze vastgelegd in een ouderschapsplan. De vrouw heeft gelet op het voorgaande haar verzoek aangepast en zij verzoekt nu om de scheiding van tafel en bed uit te spreken en de door partijen getroffen regelingen op te nemen in de beschikking. De man heeft ingestemd met het gewijzigde verzoek van de vrouw en hij heeft zijn zelfstandige verzoeken ingetrokken. Partijen hebben aangegeven dat er geen mondelinge behandeling hoeft plaats te vinden.

Scheiding van tafel en bed

3.2

De rechtbank spreekt de scheiding van tafel en bed tussen partijen uit zoals verzocht. De man heeft laten weten dat hij geen verweer voert.

Opname ouderschapsplan

3.3

De man voert geen verweer tegen het verzoek om de gemaakte afspraken op te nemen in de beschikking. De rechtbank wijst het verzoek toe en hecht het ouderschapsplan aan deze beschikking.

Uitvoerbaar bij voorraad

3.4

De vrouw verzoekt de rechtbank de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst het verzoek toe, behalve voor de scheiding van tafel en bed. De scheiding van tafel en bed kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat de scheiding van tafel en bed pas plaatsvindt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

4 4 De beslissing

De rechtbank:

4.1

spreekt de scheiding van tafel en bed uit tussen partijen, gehuwd op [datum] 2016 in [plaats];

4.2

neemt op in deze beschikking de getroffen onderlinge regelingen zoals die staan in het aangehechte ouderschapsplan;

4.3

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, behalve de scheiding van tafel en bed;

4.4

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. Baggel, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. Maas-Klink, griffier op 9 juni 2026.

Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

- de verschenen partij(en), binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- de niet verschenen partij(en), binnen drie maanden na de betekening van de beschikking aan hem/haar in persoon of binnen drie maanden nadat deze op een andere manier is betekend en openbaar is gemaakt door het plaatsen van een uittreksel van de beschikking in de Staatscourant.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.