Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 28 mei 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:5687Zaaknummer C/02/448320 / FA RK 26-2561

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
24 juli 2026
Zaaknummer
C/02/448320 / FA RK 26-2561
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf verleend. Voldaan aan wettelijke criteria. Betrokkene zal samen met haar zus worden opgenomen in een verpleeghuis.

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1942 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 november 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 4 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 Wat vaststaat
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De standpunten
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Breda

Zaaknummer: C/02/448320 / FA RK 26-2561

Datum uitspraak: 28 mei 2026

Beschikking rechterlijke machtiging

op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor

[betrokkene],

geboren op [geboortedag] 1942 in [geboorteplaats],

hierna te noemen: betrokkene,

wonend in [plaats 1],

advocaat: mr. F.E.R.M. Verhagen te Breda.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 19 mei 2026.

1.2.

De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 28 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:

  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mw. [de behandelaar], geriatrisch verpleegkundige (hierna: de behandelaar);
  • de mentor van betrokkene, mw. [persoon 1];
  • de zus van betrokkene, mw. [persoon 2].
1.3.

Gelet op de nauwe samenhang tussen het onderhavige verzoek en het verzoek van het CIZ tot het verlenen van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf ten aanzien van de zus van betrokkene, mw. [persoon 2] (in de zaak met kenmerk C/02/448146 / FA RK 26-2468), zullen deze verzoeken gezamenlijk worden behandeld. Er zal per separate beschikking worden beslist.

2 Wat vaststaat

2.1.

Voor betrokkene is bij beschikking van 2 april 2026 mentorschap ingesteld.

3 Het verzoek

3.1.

Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

4 De standpunten

4.1.

Betrokkene vertelt dat haar zus en zij niet gaan verhuizen naar een verpleeghuis. Daarnaast geeft betrokkene aan dat zij haar zus vaak helpt, bijvoorbeeld met de was. Tot slot geeft betrokkene aan dat zij geen hulp wil.

4.2.

De advocaat stelt namens betrokkene dat zij duidelijk is in haar wens. Ze wil niet weg uit haar woning. De advocaat ziet dat de neef van betrokkene erg veel doet in de verzorging. Juridisch gezien zou eerst moeten worden bekeken of de neef wat ontlast kan worden, bijvoorbeeld door de inzet van thuiszorg. Echter, betrokkene lijkt de noodzakelijke hulp niet te accepteren. Er is ook een tweepersoons appartement beschikbaar voor de zussen binnen een verpleeghuis waar zij meteen terecht zouden kunnen. Het is een lastige afweging. De advocaat verzoekt namens betrokkene om dit mee te nemen in het oordeel.

4.3.

De behandelaar licht toe dat betrokkene veel ruzie heeft met haar zus. De zorg voor betrokkene en haar zus komt ook volledig terecht op de neef en zijn vrouw. Zij zijn overbelast. Betrokkene en haar zus willen daarnaast niet altijd geholpen worden. Zo moet de betrokkene worden gedwongen om te douchen. De zus van betrokkene was voorts recent bevuild door ontlasting. Ook zijn buurtbewoners een huis aan het renoveren en loopt betrokkene te pas en te onpas onder de steigers door. Voorts is betrokkene geen inwoner van de huidige woning, hetgeen maakt dat zij dakloos zal worden als haar zus komt te overlijden. Het is de bedoeling om de zussen per vandaag over te plaatsen naar [het verpleeghuis] te [plaats 2], waar een tweepersoons kamer meteen voor hen beschikbaar is. Tot slot is er geprobeerd om avondzorg in te zetten, maar betrokkene en haar zus laten niemand binnen.

4.4.

De mentor licht toe dat zij recent betrokken is. Zij heeft gesprekken gevoerd met de neef van betrokkene. Hieruit volgt dat hij overbelast is. Daarnaast zal betrokkene de thuiszorg niet accepteren. Betrokkene en haar zus behoeven 24-uurs zorg en nabijheid, hetgeen niet kan worden geboden in de thuissituatie. Tot slot is het niet de bedoeling dat de zussen uit elkaar worden gehaald.

4.5.

De zus van betrokkene vertelt dat zij niet wil verhuizen naar een verpleeghuis. De zoon en schoondochter van de zus van betrokkene helpen veel mee, zoals bij het douchen en de verzorging. De zus van betrokkene weet niet of de dagelijkse hulp bij de verzorging te zwaar is voor de mantelzorgers.

5 De beoordeling

5.1.

De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

5.2.

De rechtbank is op grond van de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening, te weten neurocognitieve stoornissen. Het is de rechtbank gebleken dat bij betrokkene de diagnose is vastgesteld van zwakbegaafdheid en analfabetisme.

5.3.

Het gedrag dat voortvloeit uit deze aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstige verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat er sprake is van een toename van conflicten tussen betrokkene en haar zus, die is gediagnosticeerd met de ziekte van Alzheimer. De zussen kunnen niet meer voor elkaar zorgen en zijn volledig afhankelijk van de dagelijkse intensieve verzorging door de neef van betrokkene en zijn vrouw. De mantelzorgers helpen bij het douchen, doen boodschappen, brengen eten en leggen betrokkene en haar zus op bed. De mantelzorgers zijn echter zwaar overbelast en zijn niet meer in staat om deze zorg te bieden. Hierdoor dreigt ernstige verwaarlozing. Daarnaast is de woning van betrokkene te klein en niet aangepast voor ouderen. Ook worden er woningen in de buurt gerenoveerd, waarbij betrokkene te pas en te onpas onder de steigers doorloopt. Tot slot is betrokkene geen inwoner van de woning van haar zus, hetgeen maakt dat er een risico bestaat op dakloosheid indien de zus komt te overlijden.

5.4.

De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene is aangewezen op 24-uurs zorg en begeleiding in de nabijheid. Deze zorg kan niet in de thuissituatie worden geboden. Binnen een verpleeghuis krijgt betrokkene de structurele zorg en begeleiding die zij nodig heeft en kan het ernstig nadeel worden afgewend. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene samen het haar zus per direct kan worden opgenomen in een verpleeghuis, nu daar een tweepersoons kamer beschikbaar voor hen is. Op deze wijze blijven de zussen bij elkaar wonen, maar krijgen ze wel de noodzakelijke 24-uurs zorg, toezicht en begeleiding die zij behoeven.

5.5.

Betrokkene verzet zich hiertegen. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling verklaart betrokkene niet te willen verhuizen naar een verpleeghuis. Daarnaast weigeren betrokkene en haar zus regelmatig de noodzakelijke hulp, zoals douchen. Tot slot laten betrokkene en haar zus de thuiszorg niet binnen.

5.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Er is al veel ingezet in de thuissituatie, zoals thuiszorg en casemanagement, maar dit heeft niet tot het gewenste resultaat geleid. Ook is avondzorg aangeboden, maar dit wordt geweigerd door betrokkene en haar zus. Tot slot zijn de mantelzorgers overbelast.

6 De beslissing

De rechtbank:

6.1.

verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1942 in [geboorteplaats];

6.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 28 november 2026.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026 door mr. Maandag, rechter, in aanwezigheid van mr. Boomaars, griffier, en op schrift gesteld op 4 juni 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.