Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 26 mei 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5624Zaaknummer C/02/446378 / FA RK 26-1519
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 26 mei 2026
- Publicatiedatum
- 10 juli 2026
- Zaaknummer
- C/02/446378 / FA RK 26-1519
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Doorverwijzing artikel 71 Rv
De rechtbank
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de afdeling kanton van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Breda
Zaaknummer: C/02/446378 / FA RK 26-1519
Datum uitspraak: 26 mei 2026
Beschikking doorverwijzing
in de zaak van
[de vrouw],
wonende in [plaats 1],
hierna te noemen de vrouw,
advocaat mr. M.W.M. van Asseldonk,
en
[de man],
wonende aan de [plaats 2],
hierna te noemen de man.
1 He verloop van de procedure
1.1 De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
- het op 16 maart 2026 ontvangen verzoekschrift met bijlagen 1 tot en met 11 van de vrouw;
- de brieven van de griffier van 17 april 2026 aan beide partijen;
- de brieven van mr. Van Asseldonk van 17 en 20 april 2026.
2 Het verzoek
De vrouw verzoekt, samengevat:
I. bepaling dat de man binnen drie dagen na afgifte van de beschikking volledige inzage moet verschaffen in de spaarrekening van [persoon] met rekeningnummer [iban] over de periode januari 2009 tot 12 april 2014;
II. bepaling dat de man een dwangsom verbeurt van € 250,= per dag wanneer hij de onder I. opgelegde verplichting niet nakomt met een maximum van € 20.000,=;
III. bepaling dat de man binnen drie dagen na betekening van de beschikking de onttrokken bedragen van de spaarrekening van [persoon] aanzuivert, althans ten minste een bedrag van € 10.437,17 aanzuivert, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de respectieve opnames tot aan de dag van algehele voldoening.
3 De beoordeling
Op grond van artikel 1:253i, lid 1 en 2, in verbinding met artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek moeten geschillen tussen ouders over de uitvoering van het gezamenlijk bewind dat zij als ouders met gezamenlijk gezag van rechtswege hebben over het vermogen van hun kind, worden voorgelegd aan de kantonrechter. Op grond van artikel 71, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zal het verzoek van de vrouw dan ook worden verwezen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank. De vrouw heeft met deze doorverwijzing ingestemd.
4 De beslissing
De rechtbank
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de afdeling kanton van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Deze beschikking is gegeven door mr. Meyboom, rechter, en, in tegenwoordigheid van mr. Hurkmans, griffier, in het openbaar uitgesproken op 26 mei 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.