Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22 mei 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5485Zaaknummer C/02/448378 / FA RK 26-2598
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 22 mei 2026
- Publicatiedatum
- 16 juli 2026
- Zaaknummer
- C/02/448378 / FA RK 26-2598
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voortzetting inbewaringstelling Wzd
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 juli 2026.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026 door mr. Van den Beld, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 2 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448378 / FA RK 26-2598
Datum uitspraak: 22 mei 2026
Beschikking voortzetting inbewaringstelling
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonende in [plaats 1],
verblijvende te [plaats 2], [accommodatie],
advocaat mr. M.M.M. Heesmans uit Roosendaal.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 20 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [persoon], specialist oudergeneeskunde.
2 Wat vaststaat
Betrokkene verblijft met een inbewaringstelling in [accommodatie] te [plaats 2]. De burgemeester van Steenbergen heeft de inbewaringstelling op 19 mei 2026 afgegeven.
3 Het verzoek
Het CIZ verzoekt de rechtbank een machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling te verlenen voor de duur van zes weken.
4 De standpunten
Betrokkene merkt op, vrolijk pratend, dat het goed met hem gaat. Hij ziet dat er in de omgeving waar hij nu is meer voorzieningen zijn dan in zijn woonplaats [plaats 1]. Betrokkene vertelt vervolgens over de relatie met zijn partner, over zijn afkomst en over zijn ouders, die samen een harmonieus leven leidden zonder ruzies. Betrokkene geeft ten slotte aan dat hij graag mensen om zich heen heeft, dat heeft hij van zijn moeder meegekregen.
De specialist ouderengeneeskunde brengt naar voren dat betrokkene sinds 19 mei 2026 in de zorgaccommodatie verblijft in het kader van een inbewaringstelling. In 2025 is bij betrokkene de diagnose dementie met kenmerken van vasculaire en Alzheimer dementie gesteld. Betrokkene kampte in de laatste weken met toenemende onrust, verwardheid en achterdocht en met desoriëntatie in tijd en persoon. Ook werd hij sneller emotioneel en boos, verwarde hij zijn partner - met wie hij 49 jaar samen is, met zijn broer en vertoonde hij achterdochtig en agressief gedrag naar zijn partner. Dit leidde tot onveilige situaties in de eerste plaats voor de partner van betrokkene. Ook heeft betrokkene door zijn gedrag zelf verwondingen opgelopen. Dit en de toenemende behoefte bij betrokkene aan zorg, toezicht en ondersteuning had bij elkaar tot gevolg dat de inzet van verdere thuiszorg niet langer verantwoord werd geacht. De huidige zorgaccommodatie is voldoende toegerust om aan de zorgbehoefte van betrokkene te voldoen en dagbesteding te bieden. Gezien wordt dat betrokkene positief functioneert met de hem binnen de accommodatie geboden zorg en structuur. Met deze toelichting kan zij achter een voorzetting van de inbewaringstelling staan voor de aldus verzochte duur.
De advocaat van betrokkene voert aan dat zij haar cliënt op 20 mei 2026 en vóór de mondelinge behandeling ter zitting kort heeft gesproken over het verzoek om een machtiging tot voortzetting inbewaringstelling te verlenen. Hoewel cliënt, gevraagd naar zijn mening daarover, wisselende reacties geeft maakt zij daaruit wel op dat hij liever niet in de zorgaccommodatie wil blijven, maar wil terugkeren naar huis. Met deze toelichting wenst zij zich ten aanzien van het verzoek te refereren aan het oordeel van de rechtbank.
5 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging tot voorzetting van de inbewaringstelling. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de stukken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade.
Daarnaast blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de stukken van het vermoeden dat het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychogeriatrische aandoening samen met een psychische stoornis, te weten de ziekte van Alzheimer.
Het ernstig nadeel is zodanig onmiddellijk dreigend dat een rechterlijke machtiging niet kan worden afgewacht. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat toenemende onrust, verwardheid, achterdocht, desoriëntatie en daarnaast emoties en boosheid bij betrokkene ertoe hebben geleid dat er door zijn gedrag thuis onveilige situaties zijn ontstaan voor betrokkene zelf en ook meer specifiek zijn partner. De op dat moment beschikbare ambulante zorg en ondersteuning is, ook wegens de toenemende zorgbehoefte van betrokkene, onvoldoende gebleken om de veiligheid van betrokkene en van anderen nog langer te (kunnen) waarborgen. Gezien wordt door de betrokken zorgverlening dat betrokkene positief functioneert met de hem binnen de accommodatie geboden zorg en structuur.
Voortzetting van de inbewaringstelling is noodzakelijk en geschikt om het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene geeft aan dat het goed met hem gaat in de zorgaccommodatie, maar tegelijkertijd laat hij blijken dat hij het liefst terug naar huis zou willen. De rechtbank dient het er daarom voor te houden dat hij zich verzet tegen een voortzetting van de inbewaringstelling.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
Met inachtneming van het voorgaande zal de rechtbank een machtiging tot voortzetting inbewaringstelling verlenen voor de duur van zes weken, als verzocht.
6 De beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor:
[betrokkene], geboren op [geboortedag] 1944 in [geboorteplaats];
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 juli 2026.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2026 door mr. Van den Beld, rechter, in aanwezigheid van Baremans, griffier en op schrift gesteld op 2 juni 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.