Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:5352Zaaknummer BRE 25/4976

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
18 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
BRE 25/4976
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Pkv na intrekking beroep ntb

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 18 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoekster] B.V., uit [plaats] , verzoekster
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
  5. Beslissing
  6. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/4976

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juni 2026 in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: [gemachtigde] ),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het UWV).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar aanvraag om een herbeoordeling de arbeidsongeschiktheid van werkneemster [werkneemster] van 14 december 2023. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 1 december 2025 alsnog op de aanvraag heeft beslist.

1.1.

De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft de rechtbank meegedeeld van mening te zijn dat er geen proceskosten hoeven te worden vergoed omdat het beroep onredelijk laat zou zijn ingediend.

1.2.

De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_44ede036-1f48-473d-9b33-3d2115d1a823]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.

Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?

3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_e7cd6cdc-88aa-4343-ba28-fd5aaaa9d2b7]

Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?

4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.

4.1.

Op 23 september 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 14 december 2023. Het UWV heeft op 1 december 2025 alsnog een beslissing afgegeven. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.

4.2.

Het UWV heeft aangevoerd dat het beroep onredelijk laat is ingediend door verzoekster. Verzoekster heeft het UWV op 12 maart 2024 in gebreke gesteld. Verzoekster heeft gesteld na 16 mei 2024 meermaals met het UWV te hebben gebeld over de stand van zaken van de herbeoordeling. Het UWV heeft verklaard alleen een inkomend telefoongesprek met verzoekster te hebben geregistreerd op 16 juli 2025. Hoewel dus niet kan worden vastgesteld of er, zoals verzoekster heeft aangegeven, meerdere malen telefonisch contact is gezocht met het UWV, acht de rechtbank het wel geregistreerde telefonische contact van 16 juli 2025 voldoende om het op 15 september 2025 ingestelde beroep niet als onredelijk laat ingediend te beschouwen.

Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?

5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen.

Deze vergoeding bedraagt € 467,- omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.

Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?

6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden.[_1648eca9-f71d-44d8-9179-f229efb76f1e]Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 467,- aan proceskosten aan verzoekster.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 18 juni 2026 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.