Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 18 mei 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5325Zaaknummer C/02/447965 / FA RK 26-2376
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 18 mei 2026
- Publicatiedatum
- 3 juli 2026
- Zaaknummer
- C/02/447965 / FA RK 26-2376
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Eerste zorgmachtiging - zes maanden
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1961 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.6 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 november 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 29 mei 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/447965 / FA RK 26-2376
Datum uitspraak: 18 mei 2026
Beschikking zorgmachtiging
op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor:
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1961 in [geboorteplaats],
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1],
verblijvende in een [accommodatie] te [plaats 2],
advocaat mr. Z. Yeral uit Roosendaal.
1 Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 mei 2026.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 mei 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat en een tolk;
- de dochter van betrokkene.
- de heer [persoon 1], psychiater;
- mevrouw [persoon 2], AIOS.
Tevens waren bij de mondelinge behandeling aanwezig, maar zijn niet gehoord:
- mevrouw [persoon 3], agoog;
2 Het verzoek
De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.
3 De standpunten
Betrokkene geeft aan dat het goed met haar gaat, maar zij is wel een beetje vermoeid door de medicatie. Daarentegen heeft betrokkene wel het idee dat de medicatie een klein beetje verbetering geeft. Indien zij naar huis zou gaan, zou zij graag willen minderen met de medicatie. Betrokkene geeft aan dat zij fact-zorg en thuiszorg een goed idee vindt.
De dochter verklaart dat het de vorige keer bij het afbouwen van de medicatie slechter is gegaan met betrokkene.
De AIOS brengt, samengevat, naar voren dat het met betrokkene goed gaat op de afdeling. De verpleging krijgt echter weinig inzicht in wat betrokkene (in haar hoofd) beleeft en betrokkene geeft ook aan dat zij niet zo goed snapt waarom zij hier is. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef of ziekte-inzicht. Op de afdeling wordt gezien dat betrokkene haar medicatie inneemt en het hierdoor goed gaat. De agoog is van mening dat betrokkene bij een ontslag goed gemonitord moet blijven. Het inzicht is er namelijk niet helemaal bij betrokkene dat haar medicatie noodzakelijk is. Voorts vraagt de AIOS zich af of betrokkene de zorg gaat toelaten in de thuissituatie. De zorgmachtiging is uit voorzorg, als vangnet, aangevraagd.
De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek omdat betrokkene naar huis wil en er geen sprake is van verzet. Betrokkene geeft aan dat zij de benodigde zorg zal accepteren. De advocaat begrijpt dat de zorgmachtiging als voorzorg is aangevraagd, terwijl een machtiging als ultimum remedium geldt. Subsidiair verzoekt de advocaat een machtiging voor de duur van één maand gelet op het naderende ontslag van betrokkene.
4 De beoordeling
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat betrokkene recent middels een crisismaatregel is opgenomen op de HIC nadat zij in ernstig verwarde toestand een buurtbewoner had bedreigd met een mes. Gedurende de opname laat betrokkene veel agitatie zien. Voorts was er bij betrokkene sprake van zelfverwaarlozing en stagnatie in het sociaal-maatschappelijk functioneren. In december 2025 is betrokkene opgenomen geweest in het ziekenhuis vanwege ondervoeding en verwaarlozing.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.
Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Het ontbreekt betrokkene aan ziektebesef en ziekte-inzicht. Daarom is verplichte zorg nodig.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, het advies van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden.
5 De beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene], geboren op [geboortedag] 1961 in [geboorteplaats], wat inhoudt dat de maatregelen die in rechtsoverweging 4.6 staan kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 november 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2026 door mr. Janssen, rechter, in aanwezigheid van Vermare, griffier en op schrift gesteld op 29 mei 2026. |
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.