Uitspraak · Bestuursprocesrecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 2 juni 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:5293Zaaknummer BRE 25/5445

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
10 juli 2026
Zaaknummer
BRE 25/5445
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

beroep niet-ontvankelijk.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van

mr. H. Faqiri, griffier. Uitgesproken in het openbaar op, 2 juni 2026, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtpraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser] , uit [plaats] , eiser
  2. Inleiding
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Beslissing
  5. Informatie over verzet

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 25/5445

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en

verweerder niet bekend.

Inleiding

Eiser heeft bij brief van 17 oktober 2025 een beroepschrift ingediend.

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

1. Uit artikelen 8:1 en 7:1 van de Awb volgt dat alleen beroep kan worden ingesteld tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Iemand die beroep instelt, moet bij zijn beroepschrift zo mogelijk een kopie van het bestreden besluit bijvoegen.[_7fb527f0-967a-40aa-b001-cd577772dfde] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank na een herstelmogelijkheid het beroep niet-ontvankelijk verklaren.[_5b724844-9787-45ac-9552-53e8a8cdc1f5] Uit het door eiser ingediende beroepschrift is de rechtbank niet gebleken met welk besluit eiser het niet eens is. Evenmin heeft eiser een kopie van het besluit bijgevoegd.

2. Bij brief van 21 november 2025 heeft de rechtbank eiser is de gelegenheid gesteld binnen vier weken na dagtekening van die brief, te vermelden met welk besluit hij het niet eens is, en een kopie te sturen van het besluit. Eiser is daarbij erop gewezen dat het verzoek

niet-ontvankelijk kan worden verklaard wanneer de gevraagde informatie niet binnen de gestelde termijn wordt overlegd. Bij brief van 27 januari 2026 heeft de rechtbank eiser nogmaals in de gelegenheid gesteld om de gevraagde informatie binnen vier weken na dagtekening van die brief toe te sturen.

3. Eiser heeft hierop niet gereageerd. Hij heeft geen verzoek ingediend voor uitstel voor de gestelde termijn, noch het besluit vermeld waarmee hij het niet eens is.

Het beroep voldoet niet aan de vereiste zoals bedoeld in artikel 6:5, tweede lid, van de Awb. Gelet hierop zal de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4. Voor vergoeding van het griffierecht of een veroordeling is de proceskosten ziet de rechtbank geen aanleiding

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van

mr. H. Faqiri, griffier. Uitgesproken in het openbaar op, 2 juni 2026, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtpraak.nl.

griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.