Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 12 mei 2026
ECLI:NL:RBZWB:2026:5163Zaaknummer C/02/448067 / FA RK 26-2431
- Instantie
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Datum uitspraak
- 12 mei 2026
- Publicatiedatum
- 3 juli 2026
- Zaaknummer
- C/02/448067 / FA RK 26-2431
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Rekestprocedure, Beschikking
- Zittingsplaats
- Breda
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Spoedbeslissing voorlopige voogdij
5 De beslissing
De kinderrechter:
belast de Stichting Nidos met de voorlopige voogdij over [minderjarige];
stelt vast dat de voorlopige voogdij van rechtswege eindigt op [geboortedag] 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de Raad en de GI op voor de zitting van mr. Baggel op [datum] 2026 om [uur] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;
verzoekt de griffier van de rechtbank de vader als informant voor vermelde zitting op te roepen;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
| Deze beschikking is gegeven door mr. Bogaert, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/448067 / FA RK 26-2431
Datum uitspraak: 12 mei 2026
Beschikking van de kinderrechter over de voorlopige voogdij
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming Zeeland-West-Brabant,
locatie Breda,
hierna te noemen: de Raad,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats], Somalië,
hierna te noemen [minderjarige].
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats].
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling de Stichting Nidos, hierna te noemen de GI.
1 Het verloop van de procedure
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 12 mei 2026.
2 De feiten
De moeder, mevrouw [de moeder], draagt (voor zover uit de stukken is gebleken) het gezag over [minderjarige].
3 Het verzoek
De Raad verzoekt de GI te belasten met de voorlopige voogdij over [minderjarige]. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
4 De beoordeling
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat [minderjarige], samen met zijn zusjes, bijna twee jaar geleden naar Nederland zijn gekomen. Er is een mogelijke vader in beeld, maar dit is niet feitelijk en juridisch vast te stellen. Er kan dus niet worden vastgesteld of hij daadwerkelijk de vader is dan wel of hij met het gezag is belast. De woon- en verblijfplaats van de moeder is onbekend en zij is onbereikbaar. De moeder zou zijn gevlucht uit Somalië toen [minderjarige] ongeveer 9 jaar was. Hij is na haar vertrek in Somalië verzorgd door zijn oma en na haar overlijden door de moeder van zijn zusjes. De Raad heeft het verzoek tot voorlopige voogdij voor [minderjarige] (en zijn zusjes) ingediend op 23 april 2026. Het verzoek zal worden behandeld op de zitting van [datum] 2026 om 14.45 uur (zaaknummer C/02/447590 / FA RK 26/2181). [minderjarige] wordt echter op [geboortedag] 2026 achttien jaar en voor hem dringt de tijd. Hij heeft nog steeds geen BSN en staat ook nog niet ingeschreven bij de gemeente. Er moeten nog de nodige zaken voor hem worden geregeld voordat hij de meerderjarigheid bereikt.
De kinderrechter stelt vast dat het gezag over [minderjarige] nu niet wordt uitgeoefend door de moeder. Daarom is de kinderrechter van oordeel dat het dringend en onmiddellijk noodzakelijk is om in de gezagsuitoefening over [minderjarige] te voorzien om zijn belangen te kunnen behartigen.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige], gezien het feit dat hij op zeer korte termijn meerderjarig wordt en er hoogst noodzakelijke zaken geregeld moeten worden voor hem. Daarom wordt de GI belast met de voorlopige voogdij over [minderjarige].
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.[_0716624c-ec9b-4a74-92fe-058371b7a6d6]
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. De Raad heeft er mee ingestemd dat het verzoek nader zal worden behandeld op de reeds geplande zitting op [datum] 2026. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5 De beslissing
De kinderrechter:
belast de Stichting Nidos met de voorlopige voogdij over [minderjarige];
stelt vast dat de voorlopige voogdij van rechtswege eindigt op [geboortedag] 2026;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
roept de Raad en de GI op voor de zitting van mr. Baggel op [datum] 2026 om [uur] in het gerechtsgebouw van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, aan Stationslaan 10 in Breda;
verzoekt de griffier van de rechtbank de vader als informant voor vermelde zitting op te roepen;
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting.
| Deze beschikking is gegeven door mr. Bogaert, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 mei 2026, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas als griffier. |
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.