Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 7 mei 2026

ECLI:NL:RBZWB:2026:4976Zaaknummer C/02/438429 FA RK 25-4007

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
2 juli 2026
Zaaknummer
C/02/438429 FA RK 25-4007
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Rekestprocedure, Beschikking
Zittingsplaats
Breda
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Overeenstemming alimentatie jongmeerderjarige

De rechtbank

5.1

bepaalt dat de vader aan de dochter als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud en studie over de periode van 1 september 2023 tot 1 maart 2026 een bedrag betaalt van in totaal € 2.000,= (twee duizend euro);

5.2

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3

compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.4

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Bollen, en, in tegenwoordigheid van mr. De Wit, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 2 De feiten
  2. 3 De verzoeken
  3. 4 De beoordeling
  4. 5 De beslissing

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Breda

Zaaknummer: C/02/438429 FA RK 25-4007

7 mei 2026

beschikking betreffende levensonderhoud

in de zaak van

[de dochter],

wonende te [woonplaats 1],

hierna te noemen: de dochter,

advocaat mr. G.A.P. Avontuur,

en

[de vader],

wonende te [woonplaats 2],

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. M.C. Appünn.

1 Het procesverloop

1.1 Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 30 juli 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;

- het op 29 september 2025 ontvangen verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek met bijlagen;

- de brieven van mr. Avontuur van 14 augustus 2025, 26 maart 2026 en 20 april 2026 met bijlagen;

- de brief van mr. Appünn van 10 april 2026 tevens houdende gewijzigd en aanvullend zelfstandig verzoek met bijlagen.

1.2 De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 23 april 2026. Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten.

2 De feiten

2.1

Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast:

- de dochter is op [geboortedag] 2005 geboren uit de inmiddels verbroken relatie tussen de vader en mevrouw [naam];

- de dochter is sinds [geboortedag] 2023 meerderjarig;

- de dochter heeft op [geboortedag] 2026 de leeftijd van 21 jaar bereikt;

- er is geen rechterlijke uitspraak van kracht op grond waarvan de vader een onderhoudsbijdrage aan de dochter moet voldoen.

3 De verzoeken

3.1

De dochter heeft verzocht:

- voor recht te verklaren dat de vader aan haar in 2023 een bedrag van € 537,= per maand aan alimentatie verschuldigd was, welk bedrag geïndexeerd moet worden per

1 januari 2024 en 1 januari 2025;

- te bepalen dat de vader over de periode van september 2023 tot en met juli 2025 een bedrag van € 13.242,52 verschuldigd is aan achterstallige alimentatie;

- te bepalen dat de vader de helft van de kosten van de opname in de kliniek zal moeten betalen, aldus een bedrag van in totaal € 2.600,=;

- te bepalen dat de vader als bijdrage in haar kosten van verzorging en opvoeding met ingang van 1 september 2025 een bedrag van € 433,= per maand bij vooruitbetaling aan haar zal voldoen, althans een zodanig bedrag en met ingang van een zodanige datum als de rechtbank in goede justitie vaststelt.

3.2

De vader heeft verzocht:

- de door hem aan de dochter te betalen bijdrage vast te stellen op:

- € 367,= in september 2023;

- € 227,54 per maand van oktober tot en met december 2023,

- € 315,= per maand van januari tot en met december 2024,

- € 318,= per maand van januari tot en met mei 2025,

- nihil van mei tot en met december 2025,

- € 197,98 in januari 2026,

- 50,= in februari 2026,

- nihil in maart 2026;

- de dochter te veroordelen in de kosten van deze procedure.

4 De beoordeling

4.1

Na een bespreking van de standpunten van partijen ter zitting zijn partijen er tijdens een schorsing van de zitting in geslaagd alsnog overeenstemming te bereiken. Partijen hebben afgesproken dat de vader een bedrag van € 2.000,= aan de dochter betaalt uit hoofde van een bijdrage in haar kosten van levensonderhoud en studie over de periode van

1 september 2023 tot 1 maart 2026.

4.2

Op verzoek van partijen zal de rechtbank overeenkomstig de tussen partijen gemaakte afspraak beslissen. Het meer of anders verzochte zal worden afgewezen.

4.3

De vader heeft ter zitting zijn verzoek tot veroordeling van de dochter in de proceskosten ingetrokken. Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1

bepaalt dat de vader aan de dochter als bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud en studie over de periode van 1 september 2023 tot 1 maart 2026 een bedrag betaalt van in totaal € 2.000,= (twee duizend euro);

5.2

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.3

compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;

5.4

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. Bollen, en, in tegenwoordigheid van mr. De Wit, griffier, in het openbaar uitgesproken op 7 mei 2026.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

  • door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.